Openheid over homoseksualiteit in refohoek hard nodig
RefoAnders, de christelijke beweging voor homo’s
uit bevindelijk-gereformeerde kring, belegde onlangs haar eerste huiskamerbijeenkomst.
Volgens voorzitter Johan Quist is het van groot belang dat kerken in
de ‘refozuil’ meer openheid geven over homoseksualiteit.
Door Johan Quist
Een onderzoek van de Evangelische Omroep wees enige tijd geleden uit
hoe gering de bespreekbaarheid en de zichtbaarheid van de christenhomo
is in zijn sociale omgeving. Een percentage van maar liefst 68 procent
van de orthodoxe christenen zegt geen contact te hebben met homo’s.
Slechts 8 procent heeft contact met homo’s via de kerkelijke gemeente.
Daaruit wordt wel duidelijk dat de christenhomo juist op die plaats
waar hij of zij steun zou moeten krijgen, geen steun zoekt of geen steun
verwacht. De orthodoxe christenhomo blijft in zijn kerk blijkbaar het
liefst verborgen, omdat hij geen openheid ervaart.
Wanneer deze openheid onder EO-leden al zo gering is,
hoe moeten we dan de openheid in nog behoudender kringen inschatten?
Veel mensen uit de gereformeerde gezindte die niet zo te maken hebben
met de problematiek van de christenhomo’s, zullen zich misschien
afvragen: ‘Waarom zou je openheid over homo-zijn bevorderen? Laat
deze mensen in stilheid hun weg gaan.’ Dat lijkt mooi: het is
een privéprobleem tussen die persoon en God. Zo krijg je geen
praatjes over hem of haar en dat is maar beter ook, want ‘hoe
meer ruchtbaarheid gegeven wordt aan het homo-zijn, hoe meer mensen
zich weleens zouden kunnen bedenken dat zij misschien ook wel homo zijn’.
Maar zo gezond is deze stilte niet. Iemand die in zichzelf
een verlangen ontdekt naar geborgenheid bij iemand van zijn eigen geslacht,
komt erg in de knoop met wat hij mag en niet mag en hoe zijn relatie
met God moet zijn. Wil God sowieso nog wel een relatie met hem? Wat
zullen anderen van hem vinden? Zullen zijn vrienden hem niet in de steek
laten? Hoe zou de familie reageren, als ze het horen? Kan hij zelf ooit
een relatie aangaan, of moet hij alleen verder leven?
Isolement
Zonder goede christelijke opvang en openheid dreigen deze mensen in
een soort dubbelleven terecht te komen, of ze belanden in een depressie.
Als God hen niet wil, als de kerk hen niet wil, als ze toch al verloren
dreigen te gaan vanwege hun innerlijke gevoelsleven, dan doet het leven
er niet meer toe. Zelfmoordgedachten komen regelmatig voor. Mensen leveren
vaak jarenlang een eenzame, persoonlijke strijd, waarin ze met al hun
kracht tegen hun gevoelens vechten. Het sociale leven lijdt eronder
en zij raken in een isolement, teruggetrokken in zichzelf. Maar ook
het zich helemaal uitleven in seksuele lusten is iets dat regelmatig
voorkomt. Vaak pas na jaren ontdekken ze dat het leven in seksuele uitspattingen
een leeg leven is.
Openheid over homoseksualiteit in de kerk is dus een
must. Openheid zonder veroordeling, zonder moraliseren vooraf, zodat
deze mensen het gesprek aan durven gaan en over hun echte nood kunnen
praten. Vaak wordt gedacht dat openheid zonder veroordeling van dit
gedrag ook inhoudt dat dit gedrag dan goedgepraat moet worden, maar
dat is niet het geval. De HGJB heeft kortgeleden een handreiking voor
het homopastoraat gepubliceerd. De bond geeft daarmee uiterst waardevolle
handvatten om deze pastorale gesprekken aan te gaan. Hiermee is een
basis gelegd waarmee kerkenraden in de gereformeerde gezindte uitstekend
aan de slag kunnen.
Maar de wereld is breder dan wat er in de kerk gebeurt. Ook binnen de
sociale verbanden van de refozuil moet er wat veranderen. RefoAnders,
de beweging voor christenhomo’s in de gereformeerde gezindte,
schreef een beleidsvisie met vijf aandachtspunten. Het kernwoord daarin
is openheid. Wat zou er moeten veranderen binnen de refozuil:
• Creëren van meer mogelijkheden voor christenhomo’s
om elkaar in een eigen refo-/christelijke sfeer te ontmoeten.
In veel kerken is die mogelijkheid er niet. Ze zijn vaak bang om zulke
ontmoetingen te faciliteren, want hoe sta je dan als kerk tegenover
een relatie die is ontstaan door deze ontmoetingen? Het is een begrijpelijke
redenering. Maar door géén kans te bieden voor ontmoetingen,
is het gevaar van ontsporingen groter dan wanneer je dat wel doet. Voor
christenhomo’s kan het heel verrijkend werken wanneer zij in een
positief christelijke omgeving elkaar kunnen ontmoeten en elkaar kunnen
steunen in hun (geloofs)vragen.
• Faciliteren van christelijke homobewegingen
zoals RefoAnders om hun werk goed te kunnen doen.
Er moet veel werk verzet worden om het isolement van christenhomo’s
aan te pakken. Dat kan niet door wat vrijwilligers in de avonduren gedaan
worden, en het moet ook niet slechts vanuit een enkele kerkelijke stroming
opgepakt worden. Het zou goed zijn als de overheid ook een bijdrage
zou leveren aan dergelijke initiatieven, zodat deze bewegingen niet
afhankelijk zijn van goedwillende vrijwilligheid maar structureel steun
ontvangen.
• Opzetten van een speciaal coming out-programma
om christenhomo’s te begeleiden bij het komen tot openheid over
dat wat er in hun leven speelt.
Er zou een coming out-programma moeten komen dat is toegespitst op de
specifieke vragen en problemen van een christenhomo. Er zijn wel diverse
programma’s voor een coming out, maar deze sluiten niet aan op
de achtergrond van iemand uit de reformatorische kerken. Voor een christenhomo
is een coming out ook een erkenning naar God toe dat hij of zij ondanks
zijn gevoelens toch God zelf in zijn leven op de voorgrond wil houden.
• Ontwikkelen van een lespakket rond seksualiteit
en geaardheid, gericht op de refohoek.
Seksualiteit komt op de voorgrond in de puberteit. Tegenwoordig weten
jongeren al voor het bereiken van de puberleeftijd via internet alle
mogelijke informatie over seksualiteit te vinden. Maar wanneer beginnen
scholen met de morele vorming rond seksualiteit? Sturen wij onze puberende
kinderen niet een mijnenveld in als we vanwege onze beschroomdheid niet
over seksualiteit spreken? Het kind moet al op de lagere school bijgebracht
worden dat gevoelens en relaties, trouw en seksualiteit kostbare dingen
zijn waarin mensen niet gekwetst mogen worden, en waarin je van grenzen
moet weten.
• Ontwikkelen van trainingsprogramma’s
om christenhomo’s psychisch en sociaal sterker te maken.
Veel christenhomo’s zijn totaal vastgelopen omdat openheid en
toerusting ontbrak. Deze mensen moeten weer op gang geholpen worden.
Er moet gekeken worden wat voor schade christenhomo’s hebben opgelopen
in hun persoonlijke leven en in hun sociale leven. Het aanbieden van
zo’n ‘herstel’-programma kan veel schade en persoonlijk
leed voorkomen.
We hebben geen seksuele revolutie nodig in de kerken, maar wel een nieuwe
openheid rond seksualiteit, om ook zó aan de kerk te kunnen bouwen.
Zo kunnen we christenhomo’s helpen om hun relatie met de kerk
en met God levend te houden.
Johan Quist is voorzitter van de christelijke
homobeweging RefoAnders, zie: www.refoanders.nl.
Voor meer informatie over de handreiking van de HGJB met betrekking
tot homoseksualiteit, zie: www.hgjb.nl (klik op ‘gemeente’
en vervolgens op ‘homoseksualiteit’).
Bron: CV Koers juli 2007