„Homoseksuele gevoelens kunnen verbleken”
Stichting Onze Weg viert 25-jarig jubileum


ALMERE - Niet toegeven aan homoseksuele gevoelens, maar binnen Bijbelse kaders zoeken naar wegen om daarmee om te gaan. Stichting Onze Weg viert dit weekeinde dat ze zich een kwarteeuw met deze boodschap mengt in het debat rond homoseksualiteit. Bestuurslid Johan van de Sluis (69): „De praxis moeten we blijven afwijzen.”

Zelf worstelde Van de Sluis jarenlang met homoseksuele gevoelens. Uiteindelijk mocht hij naar eigen zeggen door het geloof in Christus daarmee breken. Hij trouwde en kreeg drie kinderen. Ook schreef hij op verzoek van een uitgever zijn levensverhaal op in een boek, dat hij de titel ”Ik ben niet meer zo” meegaf.

Van de Sluis stond in 1982 aan de wieg van Onze Weg, om op te komen voor de belangen van christenen met homoseksuele gevoelens. De stichting koos nadrukkelijk als uitgangspunt dat homofilie een gerichtheid is, en dus ook de mogelijkheid tot hulpverlening kan worden geboden. Ze nam afstand van een andere mening die ook onder (orthodoxe) christenen opgeld doet, dat de oorzaak van homoseksualiteit juist moet worden gezocht in de menselijke genen of hormonen.

Terugkijkend op de achterliggende jaren overheerst bij Van de Sluis beslist geen zelfvoldaan gevoel. „Misschien hebben we te veel de nadruk gelegd op de gedachte dat er áltijd een weg van volledige verandering mogelijk is. Alsof mensen met homoseksuele gevoelens de knop zomaar kunnen omdraaien. Dat is niet zo. Het is juist uitzonderlijk als dat gebeurt.”

Termen als bevrijding en genezing gebruikt het bestuurslid van Onze Weg de laatste tijd niet meer zo snel. „Het loskomen van homoseksuele gevoelens benoem ik nu als een langdurig proces van verandering. Alleen door het geloof kan ik de oude mens voor dood houden en gaat die aan kracht verliezen. Daardoor kunnen homoseksuele gevoelens verbleken, hoewel dat niet bij iedereen altijd het geval hoeft te zijn. De homoseksuele leefwijze blijft voor mij op grond van de Bijbel een zondige en daarmee onbegaanbare levensweg.”

Onze Weg is nauw verbonden aan Different, het vroegere Evangelische Hulp Aan Homofielen en onderdeel van de Amsterdamse stichting Tot Heil des Volks. Onder meer de seculiere homobeweging, het COC, verwijt deze stichting er alleen maar op te hameren dat mensen moeten genezen van hun homoseksuele gevoelens. Van de Sluis ziet dit als een karikatuur. „Het COC wilde, toen ik daar jaren geleden een keer om vroeg, mij niet eens ontvangen. Het staat daarmee niet open voor een gesprek over onze visie. Bovendien krijg ik door recente publieke uitspraken de indruk dat ze doelbewust het vijandbeeld overeind wil houden.”

Uw eigen partij, de ChristenUnie, heeft regelmatig contact met het COC. Ook met uw stichting?
„Nee. Daar ben ik enorm in teleurgesteld, al kunnen wij zelf ook aan de bel trekken. Ik ben echter niet iemand die gelijk een brief schrijft. Ik ben blij dat de ChristenUnie in de regering zit. Wat het denken over homoseksualiteit betreft, acht ik echter het gevaar groot dat ze water bij de wijn doet. Zowel in behoudende kerken als in evangelische groepen gaan ook steeds meer mensen overstag, om uit het oogpunt van medemenselijkheid een homoseksuele relatie van liefde en trouw toe te staan.”

CU-voorzitter Blokhuis zei vorige week in deze krant niet dat een raadslid met een homorelatie onder geen beding kan.
„We moeten altijd achter mensen met homoseksuele gevoelens blijven staan, maar mogen geen ruimte bieden aan de praxis. Als je dus gaat toestaan dat homoseksuele raadsleden een relatie mogen hebben met iemand van hetzelfde geslacht, geef je anderen de boodschap mee dat ze ook voor die levensstijl mogen kiezen. De insteek van de ChristenUnie zal moeten blijven dat we die leefwijze onverkort afwijzen.”

In reformatorische kring ontstaan steeds meer initiatieven om het taboe rond homoseksualiteit te doorbreken. Leidt dat op termijn niet tot acceptatie van de homoseksuele praxis?
„Openheid is nodig, omdat veel kerken lange tijd de deur dicht hebben gehouden met enkel de kreet dat homoseksualiteit zonde is. Daarmee jaag je mensen naar het COC, omdat je als homo daar wel begrip ontmoet. Naar mijn gevoel loopt een club als RefoAnders, waar ik waardering voor heb, echter het risico te veel het accent te leggen op het koesteren van homoseksuele gevoelens. Daarmee doe je Gods Woord tekort. Wij wijzen liever op de noodzaak van totale verandering om zo te leren in harmonie met jezelf, de ander en God te leven. Dat is een weg van zelfverloochening. Het is geen eenvoudige boodschap, maar ze leidt wel tot een vollere ontplooiing van het leven in Christus.”

Bron: Reformatorisch Dagblad 4 oktober 2007