„Reactie kerk vriendelijk maar streng”
MIDDELBURG - De een voelt zich
als een melaatse afgewezen. Een ander zegt dat gesprekken met zijn predikant
„goed zijn bevallen.” De reacties van deelnemers aan de
online-enquête over homofilie lopen sterk uiteen.
Uit de verschillende reacties blijkt dat
in pastorale contacten meer dan eens wordt gewezen op christelijke hulpverlening
rond homofilie. Een vrouw die ook na een hulpverleningstraject met haar
lesbische gevoelens bleef kampen, noemt de wijze waarop kerkmensen reageerden
„vriendelijk, maar streng.” Ze zegt vanuit haar kerk naar
Different te zijn „gestuurd”, maar daarbij uiteindelijk
geen baat te hebben gehad.
Omdat ze zelf graag wilde veranderen, ging
deze vrouw een heteroseksuele relatie aan. „Maar gelukkig is die
na een maand of negen gestopt. En ik ben gestopt met het streven naar
verandering. Heb mezelf geaccepteerd, en dat was tegen het zere been
van de gemeente. En nu ik zelf achter een relatie sta, is het helemaal
klaar daar”, aldus de vrouw, die in haar gemeente geen leidinggevende
taken meer mag verrichten.
Een andere deelnemer aan de enquête
noemt de reactie vanuit de kerk op zijn homofiele gevoelens in eerste
instantie „oké.” Daarbij werd meteen duidelijk gesteld
dat „praktiseren not done” is. „Toen ik uiteindelijk
toch een relatie kreeg, vlogen de Bijbelteksten me om de oren. ’t
Maakte me boos, opstandig, verdrietig, maar er was geen ruimte voor
die emoties. Als ik wilde strijden tegen mijn gevoelens kon ik op steun
rekenen. Vanaf het moment dat ik koos voor een relatie, was dat eigenlijk
subiet afgelopen.”
Een deel van de respondenten stapte over
naar een andere kerk omdat daar meer ruimte zou zijn voor de eigen opvatting
over homoseksualiteit. Daarentegen maakten anderen bewust de keuze in
hun eigen kerk te blijven.
Zo geeft een ondervraagde uit de Gereformeerde
Gemeenten aan in zijn kerk te blijven omdat hij daar door God geplaatst
is. Een ander zegt: „Ondanks mijn ontrouw is God altijd aan mij
trouw gebleven. Waarom zou ik Hem dan verlaten? Hij weet wat het beste
voor mij is.”
„Ondanks de gebreken van de kerk
is er geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om weg te gaan”,
zegt een lid van de Hersteld Hervormde Kerk. „Juist het geloof
kan soms zo veel betekenen in je strijd met je anders zijn.” Een
lid van hetzelfde kerkverband merkt op: „Ik voel me thuis onder
de prediking en in m’n gemeente. (…) Daarbij zie ik het
zo dat ik geen relatie kan aangaan. In andere kerken (…) wordt
dat getolereerd en goedgepraat.”
In een aantal gevallen is er (nog) geen
sprake geweest van pastorale gesprekken. „Daar zijn de drempels
in de gemeente wat te groot voor”, merkt iemand op. „Ook
al zal ik waarschijnlijk niet afgewezen worden, gesprekken met een ouderling
of predikant zijn voor mij voorlopig geen optie. De kerkenraad heeft
over dit onderwerp nog nooit nagedacht, weet ik eigenlijk wel zeker."
Bron: Reformatorisch Dagblad 23 oktober
2007