Gedichten

Loslaten

Loslaten betekent niet dat ik de liefde loslaat, het betekent dat ik niet bepaal hoe een ander leven moet.
Loslaten betekent niet dat ik alle banden doorsnijd, het betekent dat ik een ander niet overheers.
Loslaten betekent niet iemand de gelegenheid geven, maar willen leren van wat er gebeurt, wat dat ook is.
Loslaten is mijn machteloosheid toegeven, wat wil zeggen dat de uitkomst niet in mijn hand ligt.
Loslaten is de ander niet willen veranderen of beschuldigen, ik kan alleen mezelf veranderen.
Loslaten is niet betuttelen, maar geven om.
Loslaten is niet een ander op iets vastpinnen, maar steun geven.
Loslaten is niet oordelen, maar de ander toestaan mens te zijn.
Loslaten is niet andermans zaken willen regelen, maar toestaan dat anderen dat zelf doen.
Loslaten is niet beschermd zijn, het is anderen toestaan de werkelijkheid te zien.
Loslaten is niet ontkennen, maar accepteren.
Loslaten is niet zeuren, verwijten, ruzie maken, maar zoeken naar mijn eigen tekortkomingen en die corrigeren.
Loslaten is niet alles aan mijn wensen aanpassen, maar aanvaarden wat elke dag mij brengt.
Loslaten is niet iedereen bekritiseren en willen veranderen, maar de droom proberen te worden die ik zijn kan.
Loslaten is niet spijt hebben van het verleden, maar groeien en leven voor de toekomst.
Loslaten is minder bang zijn en meer liefhebben.

 

--------------

MIJN VADER ZORGT!

Ik weet niet hoe mijn weg zal zijn.
‘k Behoef het niet te weten.
De Vader, Die Zijn Zoon mij gaf,
zal nimmer mij vergeten.
Hij baant een weg zelfs door de zee
voor wie Hem toebehoren.
Hij heeft hen, schuilend achter ’t bloed,
tot kind’ren Gods verkoren.

Mijn Vader heeft de weg al klaar;
voor mij is hij verborgen.
Maar ‘k weet: mijn Heiland leidt mij Zelf,
op God werp ik mijn zorgen.
Zo kan ik van die last bevrijd
blijmoedig voorwaarts treden.
God zorgt ook morgen weer voor mij.
‘k Leef dankbaar bij het heden.

Toch laat Hij mij de toekomst zien
in ’t Vaderhuis daarboven,
waar al Gods kind’ren bij Hem zijn
om eeuwig Hem te loven.
Als ik aan deze toekomst denk,
kan ik mijn aardse leven
met vast vertrouwen op Zijn zorg
in ’s Vaders handen geven.

 

Als glas in de zon

’t Lag zomaar in het grint: een stukje glas.
Een ding van niets, waar niemand naar zou talen.
Maar in het zonlicht lag het fel te stralen
Alsof ’t een helder brandend vuurtje was.

Laat mij Heer, als dat scherfje glas, zo klein,
Zo nietig, liggen in uw heil’ge handen.
Beschijn mij dan, opdat ik doe ontbranden
de harten die nog koud en kleurloos zijn.

(E.IJskers-Kooger)

 

 

In het donker van mijn leven

In het donker van mijn leven
tast ik zoekend naar het licht
vraag ik om een beetje vrede
beetje liefde,beetje rust
blind en bang voor grote dingen
hunker ik naar een gezicht

In het donker van mijn leven
reik ik naar een sterke hand
die mij steun geeft bij het lopen
die me licht geeft in de nacht
voel me soms intens verdrietig
nietig klein en zonder kracht

In het donker van mijn leven
lijkt de hemel als van steen
niemand kan dit echt begrijpen
deze weg ga ik alleen

En toch

Toch geloof ik in de liefde
toch geloof ik in de hoop
dat mijn God mij zal verlossen
van mijn angsten en mijn pijn
toch geloof ik in de ander
toch geloof ik in mezelf
toch vertrouw ik op mijn Heiland
dat dit eens voorbij zal zijn.

 

 

Zelfs dan - Nel Benschop

Habakuk 3:17-19

Wanneer de vijgeboom niet bloeien zou,
de wijnstok niet zijn opbrengst meer zou geven,
de schapen uit de stallen zijn verdreven,
dan zal ik nochtans juichen in Gods trouw.

Al zou ik altijd eenzaam moeten zijn,
en niemand hebben voor wie ik kon zorgen,
al zou ik ’s avonds bang zijn voor de morgen,
dan zou Gods naam nog op mijn lippen zijn.

Dan zal ik nochtans juichen in de Heer.
Ik zal – ach God, wat zeg ik grote dingen,
U weet, hoe dikwijls ik niet wilde zingen;
de bomen bloeiden – maar ik zong niet meer.

Toch is Uw goedheid als de morgendauw,
toch blijft Gij met Uw zorgen mij omringen;
leer mij weer danken, God, leer mij weer zingen
ook als de vijgeboom niet bloeien zou.

 

 

Volgen

Leer mij volgen, niet alleen
als het pad begaanbaar is.
leer mij volgen, waar ook heen;
zelfs in pijn en droefenis.

Ook als Gij op wegen bracht
die 'k tevoren heel niet wist.
En vergeef mij als ik dacht:
'Heeft mijn God Zich niet vergist?'

't Pad dat 'k gaan moet, is zo krom.
'k Zou zo graag een rechte gaan.
Heere 'k ben zo blind en dom,
doe mij toch Uw Woord verstaan!

't Woord, waarin Gij tot mij zegt:
'Houd op Mij uw oog gericht;
Ik maak kromme wegen recht
en de duisternis tot licht.'

Heere Jezus, u toch ging
;t zwaarste en het diepste pad.
'k Zie weer in verwondering
hoe U mij hebt liefgehad !

'k Wil U volgen, o mijn God;
maak mij stil en houd mij klein.
Krom wordt recht, o zalig lot,
als ik straks bij U mag zijn...!

 

 

Ik wou dat de kerk...

Ik wou dat de kerk weer de kandelaar was
die het licht van Gods heiligheid droeg.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en God om vergiffenis vroeg.

Ik wou dat de kerk weer het vuurbaken was
dat ieder de weg wees naar huis.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en 't licht wierp op Golgotha's kruis.

Ik wou dat de kerk weer de vissersvloot was
die mensen wou vangen voor God.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en deed naar Gods grote gebod.

Ik wou dat de kerk weer de koningsstad was
heel hoog op de bergen gebouwd.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en 't Woord bracht door God haar betrouwd.

Ik wou dat de kerk 't licht der wereld nog was.
Zo helder, zo vrolijk en blij.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas.
De kerk?...... Maar de kerk dat zijn WIJ.

 

 

Ik bad.... God gaf....!

Ik bad om kracht
en God gaf mij zorgen, om mij sterk te maken.

Ik bad om wijsheid
en God gaf mij problemen om te leren oplossen.

Ik bad om welvaart
en God gaf mij verstand en spieren om te werken.

Ik bad om moed
en God gaf mij gevaren om te leren overwinnen.

Ik bad om liefde
en God gaf mij lastige mensen op mezelf te leren verloochenen.

Ik bad om gunsten
en God gaf mij gunstige gelegenheden

Ik reeg niets van wat ik gevraagd had.
Ik kreeg alles wat ik nodig had!
God heeft mijn gebed verhoord.



Bidden

Bidden is: je handen vouwen
alles aan God toevertrouwen
alles wat je hart je zegt
aan Zijn voeten neergelegd

Bidden is: Hem alles zeggen
in Zijn hand je leven leggen
Ja, je ziel, je hart, je oog
op te heffen naar Omhoog.

Bidden is: ootmoedig vragen
dat Hij jouw geheel zal dragen
smeken toch het allermeest
om de werking van de Geest

Bidden is: bij 't Amen zeggen
al je zorg op Christus leggen
en wat Hij besluit of doet
dat is dan alleen maar goed!

 

 

Pniel

Genesis 32:26

Er komt een tijd, dat ieder mens alleen
moet staan - en oog in oog met God;
Dan is geen enkle vriend meer om hem heen
en geen geliefde deelt zijn lot.
Er komt een tijd, dat God wat hij bezat
(gebeurt het vroeg? gebeurt het laat?)
hem afneemt als een waardeloze schat
die door de mot en roest vergaat.
Maar wie met God blijft worst'len als een man,
en Hem niet eerder heen laat gaan
dan nadat Hij hem zegent - laat hij dan
als kreup'le in het leven staan,
hij krijgt van God een nieuwe, witte naam;
zijn zwart verleden is voorbij.
Hij is nooit meer alleen, want met God saam
gaat hij zijn weg, verlost en vrij.

Uit: 'Gouddraad uit vlas' - Nel Benschop

 

 

Avondmaal

Ik durf niet te gaan, God, ik durf niet te gaan,
Mijn handen zijn vuil, verontreinigd,
Mijn voeten zijn ijdele wegen gegaan,
Mijn mond heeft een ander gepijnigd,
Mijn ogen werden geboeid door het werelds festijn,
Mijn oor hield de duivel gevangen,
Mijn hart, dat een heilige tempel moest zijn,
Dacht slechts aan eigen verlangen.
'k Heb steeds weer gezondigd, naar lichaam en ziel,
Scharlakenrood, Heer, zijn mijn zonden,
Trots hefik het hoofd, zelfs wanneer 'k voor U kniel -
O Jezus, Uw wonden, Uw wonden,
Uw schreeuw aan het kruis uit Uw stervende mond,
Om mij door Uw Vader verlaten
opdat ik altijd 't open Vaderhart vond -
Soms kan ik mezelf er om haten
dat ik uit Uw handen de bete aanvaard,
Dat ik naar de beker durf reiken.
Vergeef mij, vergeef mij, ik ben het niet waard,
Maar zonder U zou ik bezwijken ! -

Uit: 'gouddraad uit vlas' - Nel Benschop


Aandacht

We hebben elkaar nodig,
Dat is toch zonneklaar?
Want mensen willen warmte
En aandacht voor elkaar.
Waarom niet even praten?
Waarom geen lieve lach?
Zo zorg je voor een lichtpunt
Ook op een donkere dag.
Iemand die naar je luistert,
Iemand die met je praat.
Dat is nou juist hetgene
Waar 't bij een mens om gaat.

 

Vriendschap

Wat kun je je verdrietig voelen
Als alles dof en donker is;
Gedachten blijven in je woelen:
Waarom ging alles plots'ling mis?
En ja, je wilt het wel vergeten,
Gewoon je werk doen, als altijd
Je tegenslag breed uit te meten
Dat helpt toch niet. Je zorg ten spijt
Die duw je weg, vertel je niemand;
Maar als haast alles tegen zit,
Bedenk dan maar: toch is er iemand
Die van me houdt en voor me bid.

Uit 'Die nacht gaat weer voorbij' - Nel Benschop

 

 

Zo hoog als de hemel

Psalm 103 : 11

Ik zou zo graag, Heer, alles aan U zeggen
Over mijn angst en mijn bezorgdheid, mijn verdriet,
Gewoon maar alles voor U willen leggen
En vragen: 'Heer, hoe moet dat nou? Ik weet het niet'

'k Zou mijn gedachten, die onrustig dwalen,
een ogenblik tot stilstand brengen in mijn hoofd;
maar 'k vind geen rust, al zeg ik honderd malen:
'Zo ik niet had geloofd, mijn God, niet had geloofd…'

Ik wil nog steeds mijn eigen weg bepalen
En bidden of U goedkeurt wat ik zelf besloot;
Ik wil niet, dat een ander moet betalen
Voor wat ik schulig ben. Hoe raak ik uit de nood?

Als ik dan helemaal ben vastgelopen,
Geen weg terug kan vinden door de duisternis,
Hoor ik Uw stem: 'Blijf op mijn liefde hopen
Die machtig is, als de hemel boven d'aarde is!'

Uit: 'Hemelhoog en Aardediep' - Nel Benschop


 

De Enige Troost

Dit is mijn enige troost; ik ben des Heeren
naar lichaam en naar ziel door Hem gekocht.
En wat geen leven en geen dood vermocht,
kan ook des duivels macht niet van mij weren.

Hij heeft voor mij Zijn dierbaar bloed gestort,
en alle zonden van mij weggenomen,
zoodat 'k gerust in Gods gericht durf komen;
'k ben rein, en weet dat 'k vrijgesproken wordt.

Die mij verlost heeft uit des boozen macht,
wil voor mijn leven zoo goedgunstig zorgen,
dat 'k overal voor 't kwaad ben weggeborgen,
'k Win zaligheid uit zorg, uit zwakheid kracht.

Geluk noch ramp stoort 's harten evenwicht,
want van mijn hoofd zal zelfs geen haartje vallen,
daar Zijn geweld beheerst de wil van allen,
en elk geweld is voor Zijn wil gezwicht.

En in mijn hart is door Zijn Geest gesproken,
dat Hij mij heiligt tot de zaligheid.
Dies bid ik: maak mij tot Uw dienst bereid!
Want uw belofte en werk wordt niet verbroken.

Willem de Merode