Het Oude Testament kan worden
opgedeeld in 3 delen: de Torah of Wetten, Nebiim of Profeten en de Chetoebim
of Geschriften.
De eerste 5 boeken samen heten de Torah.
Het zijn de boeken van Mozes: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en
Deuteronomium. Genesis: Dit woord betekent oorsprong of begin. Het vertelt
hoe God de aarde schiep in 6 dagen, de val van de mens in de zonde (hst.3),
de zondvloed en de ark van Noach (hst. 6). Vanaf hst. 12 gaat het over
de zogenaamde aartsvader Abraham, Isaak en Jakob. Het boek eindigt met
het overlijden van Jakob. Exodus: Over het verblijf van het volk Israël
in Egypte, dat ten tijde van Jozef daar was komen wonen. En over de
uittocht uit dat land met Mozes als leider. De Tien
Geboden (decaloog) staan ook in dit boek, namelijk Exodus
20. Leviticus: Handboek voor de priesters (Levieten). Het boek bevat
algemene en specifieke regels voor o.a. offerriten en de eredienst.
Numeri: In dit boek staat een verslag van de tocht die het volk Israël
maakte, onder leiding van Mozes, vanaf de berg Sinai, waar het de 10
geboden had ontvangen, tot aan de grens van het beloofde land Israël.
Ze mogen echter het land niet in, vanwege de zonden die ze tijdens de
reis hebben gedaan. Ze moeten 40 jaar rondzwerven in de woestijn. Deuteronomium:
Mozes wijst Jozua aan als opvolger. Daarvoor houdt hij nog enkele toespraken
die in dit boek staan. Hij doet ondermeer een oproep tot geloof en toeweiding
aan de God die hen uit het land Egypte heeft geleid.
De bijbelboeken die nu volgen zijn de
Chetoebim of Geschriften. Het gaat om de boeken Jozua, Richteren, 1
en 2 Samuel, 1 en 2 Koningen, 1 en 2 Kronieken, Ezra en Nehemia. Oorspronkelijk
vormen de 2 boeken van Samuel 1 geschrift. Hetzelfde geld voor de boeken
van Koningen, Kronieken en Ezra-Nehemia.

Jozua: beschrijft de intocht in het
beloofde land. Na enkele veldslagen wordt het land ingenomen en verdeeld
onder de 12 stammen van Israel. Richteren gaat over een periode van
enkele eeuwen die volgen na de verovering van het land Kanaan. Het land
staat onder leiding van Richters die als taak hadden vijanden te weren
uit het land en om het volk, als het zich van God afkeerde, terug te
roepen. Na Richteren volgt het boek Ruth: Zij besluit bij haar schoonmoeder
Naomi te blijven, omdat zij haar beide zoons heeft verloren. Verreweg
de bekendste tekst uit dit boek is Ruth 1:16 'Uw volk is mijn volk
en uw God is mijn God'. Hierna volgen 1 en 2 Samuel die vertellen
over Samuel, Saul en David. Samuel was de godsdienstig leider en zalfde
Saul tot koning. David was zijn opvolger. 1 en 2 Koningen vertellen
over de periode die volgt na de dood van koning David. 1 en 2 Kronieken
kan worden gezien als een aanvulling op de 1 en 2 Koningen. Aan het
einde van 2 Koningen wordt vermeld dat de koning van Babel het land
Kanaan veroverd en dat het volk in ballingschap wordt weggevoerd. Hierna
volgen de boeken Ezra en Nehemia. Ezra verteld over de terugkeer van
het volk. Het vervolg hierop is het boek Nehemia. Hij beschrijft de
herbouw van de tempel die door Salomo was gebouwd. Over een aantal gebeurtenissen
in Babel, toen het volk in ballingschap was, gaat het boek Esther. Deze
gebeurtenissen herdenken de Joden vandaag de dag nog op het Poerimfeest.
Job, Spreuken en Prediker horen tot
de soort literatuur die in het oude nabije Oosten in zwang was. Men
noemde dit eenvoudig 'wijsheid'. Tussen Job en Spreuken staat 1 van
de bekendste bijbelboeken: het boek der Psalmen: 150 liederen, waaronder
boeteliederen, dankliederen en lofliederen.
De laatste 17 bijbelboeken van het Oude
Testament vormen een groep. Zij worden wel de profeten (Nebiim) genoemd.
De Joodse indeling plaatst echter Klaagliederen en Daniel niet bij deze
groep, maar bij de geschriften (Chetoebim). Jesaja, Jeremia, Ezechiel
en Daniel noemen we ook wel de grote profeten. Ze staan voor 12 kleinere
boeken die ook wel de kleine profeten worden genoemd. Deze 12 profeten
zijn: Hosea, Joel, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja,
Haggai, Zacharia en Maleachi. Deze profeten leefden in de 7e t/m de
5e eeuw voor Christus. Jona is vooral bekend, vanwege het verhaal dat
hij 3 dagen en 3 nachten in de vis zat, nadat hij overboord was gegooid
van de boot waarmee hij probeerde te vluchten.