4 OKTOBER 2006 - KAMPEN - Dominee Gertjan Boer
kwam vijf jaar geleden als ‘broekie’ naar Kamperveen. Nu
verruild hij de gemeenschap ‘met pijn in het hart’, voor
een aanstelling in Renswoude. Tijd voor terugblik op een van de roerigste
periodes uit z’n leven, waarin de mkz-crisis en de vorming van
de PKN een hoofdrol speelden.
Dominee Gertjan Boer neemt met een traan afscheid van
Kamperveen. Foto FREDDY SCHINKEL
Het lijkt wat tegenstrijdig: een volbloed Brabander in een spilfunctie
in het nuchtere polderlandschap van Kamperveen. Maar volgens Gertjan
Boer was het domineeschap in deze gesloten gemeenschap een geslaagd
huwelijk.
‘De mentaliteit hier in Kamperveen past uitstekend
bij mijn karakter. Zelf ben ik een terughoudend type in de omgang. De
mens hier kijken ook graag eerste de kat uit de boom. Dat ging uitstekend
samen’, klinkt het met de onmiskenbare zachte tongval. Maar dominee
Boer is daarmee geen koude kikker. Wie door die aanvankelijke afstandelijkheid
heen dringt ontdekt een echt gevoelsmens die sterk meeleeft met de noden
en het verdriet van ‘zijn’ mensen. Eigenschappen die hij
hard nodig had, meteen toen hij in Kamperveen aankwam.
‘Hectisch en onwerkelijk’, omschrijft hij
de eerste dagen als predikant, die nog op zijn netvlies staan gebrand.
‘De mkz-crisis was hier net in alle hevigheid uitgebarsten. Op
25 maart 2001 zou ik bevestigd worden, maar dat is uiteindelijk uitgesteld
tot 27 mei. Achteraf gezien was het een moeilijke periode, maar op dat
moment voelde dat niet zo. Het is net alsof je in een filmscenario terecht
komt. Je beleeft het als je huwelijksdag: je wordt gewoon geleefd.’
De jonge predikant, hij was amper dertig jaar oud, nam
meteen zijn rol op zich. Via persoonlijke en vooral veel telefonische
contacten probeerde hij zijn geloofsgenoten een hart onder de riem te
steken. ‘De verslagenheid en het verdriet waren groot. In het
begin vond ik het lastig om daar mee om te gaan. Ik dacht dat mensen
antwoorden van me wilden. Later realiseerde ik me dat ze simpelweg willen
dat je er bent en naar ze luistert.’
Dominee Gertjan Boer - ‘What’s in a name’
- leerde in korte tijd wat het betekent om boer te zijn. ‘Voor
dat ik hier kwam wist ik weinig van het boerenbestaan. Boer zijn is
geen baan van 9 tot 5. Een boer is emotioneel zeer gehecht aan zijn
bedrijf. Hij kent de nukken van elke afzonderlijke koe. De mkz-crisis
raakte de boer in de kern van zijn bestaan. Nooit vergeet ik de beelden
van de ruimingswagens en de geslagenheid bij de boeren van wie het vee
werd geruimd.’
Een moment zwijgt Boer en staart hij in de verte, alsof
hij het hele scenario even weer voorbij ziet komen. Dan vervolgt hij:
‘Voor de meeste boeren kwam de echte klap pas later, als het stil
is rond de boerderij en de gedachten vrij spel krijgen. Gelukkig hebben
we hier geen zelfmoorden gehad, zoals dat in andere gebieden wel het
geval is geweest, maar ook hier zaten het verdriet en de onmacht diep.
Met de boeren die kwaad werden en zich uitten kwam het vaak wel goed,
maar de ‘stillen’ moest je extra in de gaten houden.’
Volgens Boer heeft de mkz-crisis in veel gevallen ook het geloof in
God veranderd. ‘Sommigen werden opstandig en keerden zich van
God af. Ze vroegen zich af waarom zij juist werden getroffen. Anderen
vonden juist steun bij God in deze moeilijke tijden.’ Dat gold
in elk geval voor Boer zelf. ‘Het klinkt misschien gek, maar ik
heb Gods hulp aan den lijve ondervonden. Ik voelde dat hij altijd over
mijn schouder meekeek.’
