De gelijkenis van de loze vissertjes

Er was eens een groep mensen die zich vissers noemden. Alle stromen, rivieren en meren in de buurt zaten vol vis, grote en kleine. Maar al kwamen de vissers week na week, maand na maand, jaar in jaar uit bij elkaar om over hun roeping als visser te spreken, vissen deden zij niet.

Ze spraken regelmatig over de overvloed van vis, wat het vissen betekent, hoe je het het beste kunt doen, met welk materiaal, enz. Doorlopend waren ze op zoek naar nog betere methodes, maar vissen deden ze niet. Ze kochten grote en prachtige gebouwen, die ze als hoofdkantoren van het vissen en als opleidingscentra voor de vissers inrichtten. 1 ding ontbrak echter: zij visten niet!

Ze benoemden een bestuur met de bedoeling nieuwe vissers aan te trekken om die naar andere wateren uit te zenden waar veel vis te vinden was. De bestuursleden die benoemd waren hadden daar ook visie voor. Duidelijke doelstellingen stonden hen voor ogen, ze maakten gefundeerde beleidsplannen. Ze namen ook enthousiaste mensen in dienst, vormden comites en vergaderden veel om te beslissen welke nieuwe wateren gekozen zouden worden om vissers heen te zenden. Maar de bestuursleden, de staf en de comiteleden zelf? Zij visten niet!

Overal werden cursusssen georganiseerd over de noodzaak van het vissen, hoe je vissen het beste kunt benaderen, enz. De docenten hadden door grondige studie en onderzoek in de geschiedenis van het vissen zelfs een graad behaald in de vis-ologie, maar vissen? Dat deden ze niet, ze hadden aan het lesgeven alleen al hun handen vol! Na jaren van training hadden heel wat aspirant-vissers een visdiploma behaald. Maar net als vele andere vissers visten ze zelden of nooit. Wel reisden ze naar allerlei verre viswateren om te kijken hoe anderen met succes visten, maar zelf?

Eens verliet een jonge man de zaal, waarin juist een veelbewogen bijeenkomst had plaatsgevonden over 'de noodzaak van het vissen'. Hij ging daadwerkelijk vissen. Al spoedig kwam hij met het bericht dat hij twee prachtige vissen gevangen had. Hij kreeg veel lof voor deze geweldigde vangst en werd vervolgens voor de radio en tv uitgenodigd en op allerlei grote bijeenkomsten, om te vertellen hoe hij dat toch wel gedaan had. Het gevolgd was dat hij niet meer toek wam aan het vissen zelf, omdat hij alle tijd nodig had om zijn ervaringen aan ander vissers door te geven. Hij kreeg zelfs een functie in het bestuur, juist vanwege zijn ervaring.

Maar van vissen kwam hetniet meer. En de Meester had nog wel gezegd: 'Volg Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.' Maar daar dachten ze niet meer aan. Trouwens, ze konden toch ook niet alles? De vraag is: ben je dan nog wel echt een visser als je nooit meer vist? En als je geen visser meer bent, ben je dan nog wel een volgeling? Want een volgeling vist!

Ga naar | Jeugd |

Laatst gewijzigd: 8 maart 2006