Op een dag hielden de gereedschappen van
de meubelmaker een vergadering. De voorzitter was broeder Hamer. De
vergadering had hem duidelijk gemaakt, dat hij maar beter kan vertrekken,
omdat hij teveel lawaai maakte. Hij zei daarop: "Als ik deze timmermansplaats
moet verlaten, dan moet broeder kleine Boor er ook uit! Hij is van zo
weinig belang, dat niemand hem zal missen."
Daarop stond broeder kleine Boor op en
zei: "Goed, maar dan moet broeder Schroevendraaier ook vertrekken.
Je moet hem steeds ronddraaien wil hij tot enige prestatie komen."
Broeder Schroevendraaier zei toen: "Als
je mij eruit wil hebben, dan zal broeder Schaaf er ook uit moeten. Al
zijn werk is zo oppervlakkig, iedere diepte ontbreekt eraan."
Waarop broeder Schaaf antwoordde: "Dan
gaat broeder Duimstok er ook uit, want hij legt iedereen de maatstaaf
aan, alsof hij de enige is die gelijk heeft."
Broeder Duimstok deed toen zijn beklag
over broeder Schuurpapier en zei: "Ik wil wel gaan, maar broeder
Schuurpapier is ruwer dan nodig is en hij schuurt altijd de verkeerde
kant op."
Op het heetst van de discussie kwam de
Meubelmaker de werkplaats binnen, om aan zijn dagtaak te beginnen. Hij
deed zijn overall aan en ging naar zijn werkbank, om een preekstoel
te maken. Hij zocht het hout uit en gebruikte die dag, zoals alle andere
dagen: De duimstok, de schaaf, de kleine boor en de grote boor, de hamer
en de schroevendraaier, maar ook de beitel en het schuurpapier kwamen
aan de beurt. Aan het einde van de dag, toen Hij alle gereedschappen
wel één of meerdere keren gebruikt had, was de preekstoel
klaar.
De Meubelmaker ging naar huis. Toen stond
broeder Zaag op en zei: "Broeders, ik zie, dat de Meubelmaker ons
allemaal als Zijn werktuigen kan gebruiken, om Zijn doel te bereiken!"
Zo mogen wij, waar wij zijn en wie wij
ook zijn toch deel uitmaken voor onze hemelse Vader als een bruikbaar
instrument. Wij zijn werkzaam, als wij elkaar bemoedigen, opbouwen en
positief met elkaar bezig zijn, want wij hebben elkaar nodig.