Leer me lezen

Bijbellezen, welke leessleutels zijn er?

Leessleutel 1: Eén vers kiezen
Wat is het:
Je kiest één vers uit dat je aanspreekt en denkt daarover een tijdje na.

Zo werkt het:
- Lees het bijbelgedeelte eerst een keer in z’n geheel door. Dit kan een hoofdstuk zijn, maar natuurlijk ook een aantal verzen.
- Kies vervolgens één vers uit dat je persoonlijk aanspreekt (of: dat je opvalt, dat je bemoedigt, dat je belangrijk vindt, etc).
- Denk over dat ene vers eens wat langer na: waarom spreekt dit je (nu) aan, wat laat God je in dit vers zien of ontdekken?
- Eventueel kun je dat vers natuurlijk ook onderstrepen in je eigen bijbel, als een soort herinnering/aandachtspunt voor jezelf. Of schrijf wat gedachten bij dit vers op in een schrift.
- Ook eens doen: leer deze tekst uit je hoofd en denk er in de loop van de dag nog eens aan terug.


Leessleutel 2: Kern zoeken
Wat is het:
Je zoekt naar de kernzin of kernwoorden van een bijbelgedeelte.

Zo werkt het:
- Lees het gedeelte minimaal twee keer door.
- Wat is volgens jou de kern of de belangrijkste zin/woorden in dit gedeelte? Om het nog wat concreter te maken: stel je voor dat de dominee zondag over dit gedeelte een preek zou houden, over welk vers zou het dan echt moeten gaan.
- Ga na wat de kern voor jezelf betekent. Denk daarbij aan dingen als: hoe ga ik hier zelf mee om, wat betekent dit voor mijn relatie met God, wat wil ik hiervan onthouden, enzovoorts.

Variatie:
- Kies drie woorden uit die je absoluut niet kunt missen in dit gedeelte. Daarmee heb je de kern van het gedeelte waarschijnlijk ook te pakken.


Leessleutel 3: Gevoel(ens) benoemen
Wat is het:
Je brengt onder woorden welk gevoel (of welke gevoelens) er bij je boven komen als je
een bijbelgedeelte leest.

Zo werkt het:
- Lees het gedeelte door.
- Leg je bijbel vervolgens opzij en stel jezelf de vraag: welk gevoel roept dit gedeelte nu bij me op. Maakt het me boos, verdrietig, blij, somber, bang, onzeker, rustig of wat voor een gevoel dan ook. Breng voor jezelf onder woorden waarom dit gedeelte juist dit gevoel oproept. Hoe komt dat, wat is er gebeurd, waar moet je aan denken?
- Pak je bijbel er weer bij en lees het gedeelte nog een keer. Klopt het dat dit gedeelte juist dit gevoel oproept. Waarom wel/niet? Wat ga je ermee doen? Wat zou je hierover tegen God willen zeggen?

Variatie:
- Je kunt je natuurlijk ook afvragen wat de persoon over (of: voor) wie het gedeelte geschreven is, er zelf bij gevoeld heeft. In hoeverre herken je dat ook bij jezelf?


Leessleutel 4: Inleven
Wat is het:
Je verplaatst je in het bijbelgedeelte, alsof je er zelf bij was toen het gebeurde of het
geschreven werd.

Zo werkt het:
- Deze vorm werkt vooral bij het lezen van verhalen en geschiedenissen.
- Verplaats je al lezende in het bijbelgedeelte: wat gebeurt hier, wat wordt er gezegd, hoe wordt er gereageerd op elkaar, enzovoorts.
- Kies vervolgens één persoon uit en lees het gedeelte nog een keer alsof jij die persoon zelf bent.
- Bedenk wat jij in deze situatie gedaan, gedacht of gezegd zou hebben.

Variatie:
- In plaats van een persoon uit het verhaal zelf, kun je natuurlijk ook door de ogen van een buitenstaander meelezen (je stond erbij). Stel jezelf vragen als: waar zou ik gestaan hebben, in wie herken ik me het meest, wat zou ik gezegd hebben als ze mij om een reactie zouden vragen?


Leessleutel 5: Structuur bekijken
Wat is het:
Je zet op een rijtje wie / doet wat / zegt wat, om te begrijpen wat er nu eigenlijk in een
bijbelgedeelte gebeurt.


Zo werkt het:
- Lees het gedeelte eerst een keer door.
- Pak pen en papier. Maak drie kolommen en schrijf er boven:
Kolom 1: Wie
Kolom 2: doet wat
Kolom 3: zegt wat.
- Lees het gedeelte opnieuw en vul de kolommen in. Klinkt misschien een beetje schools, maar bij geschiedenissen waarin veel gebeurt, krijg je wel grip op het bijbelgedeelte.
- Bekijk de kolommen. Wat valt je op? Wat roept vragen bij je op? Wat spreekt je aan? Wat leer je hiervan?


Leessleutel 6: God ontdekken
Wat is het:
Je let op wat er gezegd wordt over God: wie is Hij, wat doet Hij, wat zegt Hij?

Zo werkt het:
- Lees het gedeelte door en ga na wat er over God gezegd wordt. Denk daarbij aan aspecten als: wat doet Hij is, wie is Hij, wat zegt Hij.
- Ga na op welke manier God in dit gedeelte laat zien wie Hij is. Wat leer je in dit gedeelte over Hem?
- Breng onder woorden wat je naar aanleiding van dit gedeelte tegen God zou willen zeggen.

Variatie:
- Naast ‘wat zegt dit gedeelte over God’, kun je deze vorm uitbreiden door na te gaan wat er in hetzelfde gedeelte over de mens/over jezelf wordt gezegd.
- Spreekt misschien voor zichzelf, maar in plaats van God kun je natuurlijk ook kiezen voor Jezus of de Heilige Geest.
- Bij moeilijke gedeelten in het Oude Testament, is het goed om te bedenken dat God vooral in Jezus Christus heeft laten zien wie Hij is.


Leessleutel 7: Symbolen zetten
Wat is het:
Je zet een aantal symbolen in de tekst die jezelf ‘dwingen’ om na te gaan wat er in het
bijbelgedeelte staat.

Zo werkt het:
- Zorg ervoor dat je het bijbelgedeelte op papier hebt of dat je aantekening kunt maken in je bijbel.
- Lees het gedeelte door en zet: een ? bij iets wat je niet begrijpt of wat vragen oproept en een ! bij iets wat je opvalt of aanspreekt.
- De symbolen kun je eventueel uitbreiden met: een # bij iets waar je moeite mee hebt en een * bij iets wat je bemoedigt
- Loop de verschillende symbolen langs en probeer er een gedachte/reactie bij te schrijven. Waarom heb je voor dit symbool bij deze tekst gekozen?

- Denk niet te snel: dit gedeelte ken ik al of hier snap ik helemaal niks van.


Leessleutel 8: Opvallende woorden
Wat is het:

Je kijkt welke woorden opvallen of vaker voorkomen in een bijbelgedeelte en welke
betekenis die hebben.

Zo werkt het:
- Bij deze vorm is het handig dat je letterlijk mag/kunt strepen in je bijbel.
- Onderstreep tijdens het lezen (werk)woorden die je opvallen, bijvoorbeeld omdat ze meerdere keren voorkomen.
- Schrijf voor jezelf op welke gedachten er bij je boven komen als je naar deze (werk)woorden kijkt.


Leessleutel 9: 4xB
Wat is het:
Je stelt jezelf vier B-vragen: wat wil ik Bedenken, Bedanken, Belijden en Bidden naar
aanleiding van dit bijbelgedeelte.

Zo werkt het:
- Leuk om te weten dat deze methode van Luther is (gaat dus al jaren mee!).
- Lees het bijbelgedeelte voor jezelf door.
- Stel na afloop vier vragen:
1. Wat wil ik leren van dit gedeelte (bedenken)
2. Waarvoor zou ik God willen bedanken
3. Wat wil ik aan God belijden
4. Waarvoor wil ik bidden

 

Leessleutel 10: Door de ogen van een ander
Wat is het:
Je neemt een ander in gedachten en leest met zijn ogen het bijbelgedeelte.

Zo werkt het:
- Neem één persoon uit je omgeving in gedachten en bedenk een paar dingen die je over hem of haar weet (waar houdt die persoon zich mee bezig).
- Probeer bij het lezen van het bijbelgedeelte deze persoon in gedachten te houden. Welke woorden zouden hem of haar het meest opvallen? Waar zou hij of zij vragen bij hebben? Wat zou hem of haar bemoedigen?
- Ga na op welke manier jij de persoon in kwestie kan laten zien of ervaren welke betekenis dit gedeelte voor hem/haar heeft.


Ga naar | Jeugd |