De Theologische verklaring van
Barmen
Als verzet tegen de beweging van de
'Deutsche Christen', die heel ver mee wilden gaan met Hitler en zijn
'bloed-en-bodem-theorie' stelden de Belijdende Kerk en de vertegenwoordigers
van de plaatselijke gemeenten in 1934 de volgende verklaring op.
Artikel I
'Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader
dan door Mij' (Joh. 14:6)
'Voorwaar,voorwaar, Ik zeg u, wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt,
maar op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover. Ik
ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden'
(Joh. 10: 1,9)
Jezus Christus, zoals Hij ons in de Heilige Schrift wordt betuigd, is
het ene Woord van God, dat wij horen, dat wij in leven en in sterven
te vertrouwen en te gehoorzamen hebben.
Wij verwerpen de valse leer als zou de kerkals bron van haar verkondiging
behalve en naast dit ene Woord van God ook nog andere gebeurtenissen
en machten, gestalten en waarheden als Gods openbaring kunnen en moeten
erkennen.
Artikel 2
'Christus Jezus, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid,
heiliging en verlossing' (1 Kor. 1:30)
Zoals Jezus Christus Gods reele aanzegging is van de vergeving van al
onze zonden, zo en met gelijke ernst is van de vergeving krachtig aanspraak
op ons hele leven; door Hem wedervaart ons vrolijke bevrijding uit goddeloze
bindingen van deze wereld tot vrije en dankbare dienst aan zijn schepselen.
Wij verwerpen de valse leer als zouden er gebieden van ons leven zijn,
waarop wij niet aan Jezus Christus maar aan andere heren zouden toebehoren;
gebieden, waarop wij de rechtvaardiging en heiliging door Hem niet nodig
zouden hebben.
Artikel 3
'Maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdend, in
liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan
Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel deze groei'
(Efeze 4:15,16)
De Christelijke kerk i de gemeente van broeders, waarin Jezus Christus
in woord en sacrament door de Heilige Geest als Heer tegenwoordig handelt.
Zij heeft zowel met haar geloof als met haar gehoorzaamheid, zowel met
haar boodschap als met haar kerkorde, midden in de wereld der zonde
als de kerk der begenadigde zondaar te betuigen, dat zij alleen Zijn
eigendom is, alleen van Zijn troost en van Zijn vermaning en in verwachting
van Zijn verschijning wenst te leven.
Wij verwerpen de valse leer als zou de kerk de vorm van haar boodschap
en van haar kerkorde mogen overlaten aan haar eigen willekeur of aan
de wisselingen der overtuigingen, die in bepaalde tijd inzake wereldbeschouwing
of politiek leven.
Artikel 4
'Gij weet, dat de regeerder der volken heerschappij over hen voeren
en de rijksgenoten oefenen macht over hen. Zo is het onder u niet, maar
wie onder u groot wil worden zal uw dienaar zijn' (Matth. 20:25,26)
De verschillende ambten in de kerk dienen niet tot heerschappij van
sommigen over anderen, maar tot uitoefening van de aan de gehele gemeente
toevertrouwde en bevolen dienst.
Wij verwerpen de valse leer als zou de kerk zich naast deze dienst bijzondere
leiders, met bevoegdheid tot regeren bekleed, kunnen en mogen of laten
geven.
Artikel 5
'Vreest niet, eert de keizer' (1 Petrus 2:17)
De Schrift zegt ons, dat de staat naar goddelijke geschikking de taak
heeft in de nog niet verloste wereld, waarin ook de kerk staat, naar
de mate van menselijk inzicht en menselijk vermogen, onder bedreiging
met en uitoefening van dwang, voor recht en vrede te zorgen. De kerk
erkent, in dankbare eerbied jegens God, de weldaad van deze Zijn beschikking.
Zij herinnert aan Gods rijk, God gebod, en gerechtigheid en daarmee
aan de verantwoordelijkheid van regeerders en geregeerden. Zij vertrouwt
en gehoorzaamt de kracht van het Woord, waardoor God alle dingen draagt.
Wij verwerpen de valse leer als zou de staat, boven zijn bijzondere
opdracht uit, de enige en totale ordening van het menselijk leven moeten
en kunnen worden en zo ook de plaats en de taak van kerk overnemen.
Wij verwerpen de valse leer als zou de kerk zich, boven haar bijzonder
opdracht uit, karakter, taak en waardigheid van de staat moeten en kunnen
toekennen en zodoende zelf tot een orgaan van de staat worden.
Artikel 6
'Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleiding der wereld.
(Matth. 29:20)
Het Woord van God is niet gebonden (2 Tim. 2:9). De opdracht van de
kerk, waarin haar vrijheid, bestaat daarin, dat zij van Christus' wege
en dus in dienst van Zijn eigen Woord en Werk door prediking en sacrament
de boodschap van de vrije genade Gods aan heel het volk brengt.
Wij verwerpen de valse leer als zou de kerk in menselijke eigenwaan
het Woord en Werk van de Heer in dienst kunnen stellen van welke eigenmachtig
gekozen wensen, doeleinden en plannen ook.
Bron: Werkboek Samen op Weg, maart
1994