Konkordie van reformatorische
kerken in Europa
(Leuenberger Konkordie 1973)
I Inleiding
1. De met deze Konkordie instemmende Lutherse, Gereformeerde en de uit
deze voortgekomen geunieerde kerken, alsmede de daarmede verwante voorreformatorische
kerken der Waldenzen en der Boheemse Broeders, stellen op grond van
hun leergesprekken onder elkaar het gemeenschappelijk verstaan van het
Evangelie vast, zoals dit in het navolgende uiteengezet wordt. Dit maakt
het hun mogelijk kerkgemeenschap te betuigen en te verwerkelijken. In
dankbaarheid, dat zij nader tot elkaar gebracht zijn, belijden zij tegelijkertijd,
dat de worsteling om waarheid en eenheid in de kerk ook met schuld en
leed verbonden was en is. Met dankbaarheid erkennen zij, dat zij tot
elkaar gebracht zijn en een Konkordie van reformatorische kerken in
Europa kunnen sluiten.
2. De kerk is op Jezus Christus alleen gefundeerd, die
haar door zijn heilzaam handelen in de verkondiging en de sacramenten
vergadert en uitzendt. Naar reformatorisch inzicht is daarom voor de
ware eenheid der Kerk de overeenstemming in de zuivere leer 'van het
evangelie en in de rechte bediening der sacramenten noodzakelijk en
voldoende. Uit deze reformatorische criteria leiden de deelnemende kerken
hun begrip van kerkgemeenschap af, dat in het navolgende uiteengezet
wordt.
De weg naar de gemeenschap.
3. Met het oog op de wezenlijke verschillen in de wijze waarop zij theologisch
dachten en kerkelijk handelden, hielden de vaderen der reformatie het
terwille van hun geloof en geweten voor onmogelijk scheidingen te vermijden,
hoewel zij veel gemeenschappelijks hadden. Met deze Konkordie erkennen
de deelnemende kerken dat hun verhouding tot elkaar zich sinds de tijd
van de reformatie gewijzigd heeft.
Gemeenschappelijke inzichten ten tijde van het ontstaan
'van de Reformatie.
4. Nadat zoveel tijd verlopen is kan men thans duidelijker zien wat,
ondanks alle tegenstellingen, de kerken der reformatie in hun getuigenis
gemeenschappelijk hadden: Zij gingen uit van een nieuwe evangelische
ervaring, dat bevrijding en zekerheid schonk. Door op te komen voor
de waarheid, die zij hadden leren kennen zijn de reformatoren gezamenlijk
in oppositie gekomen tegen de kerkelijke overleveringen van die tijd.
Mét elkaar hebben zij daarom beleden, dat leven en leer genormeerd
moeten worden aan het oorspronkelijke en zuivere getuigenis van het
evangelie in de Schrift. Met elkaar hebben zij getuigenis afgelegd van
de vrije en onvoorwaardelijke genade Gods in het leven, het sterven
en de opstanding van Jezus Christus voor ieder, die in deze belofte
gelooft. Met elkaar hebben zij beleden, dat het handelen van de kerk
en haar gestalte alleen te bepalen zijn vanuit haar opdracht dit getuigenis
de wereld te doen ingaan en dat het woord van de Heer meer is dan welke
menselijke vormgeving van de christelijke gemeente ook. Daarbij hebben
zij, samen met de gehele christenheid de belijdenis van de Drieénige
God en de god-menselijkheid van Jezus Christus , zoals deze in de oud-kerkelijke
symbolen beleden was, aanvaard en opnieuw beleden.
Veranderende vooronderstellingen van de huidige kerkelijke
situatie.
5. In een geschiedenis van vierhonderd jaar hebben de theologische confrontatie
met de vraagstellingen van de nieuwe tijd, de ontwikkeling van het onderzoek
der Schrift, de kerkelijke vernieuwingsbewegingen en de opnieuw ontdekte
oecumenische horizon, de kerken van de Reformatie geleid tot nieuwe
vormen van denken en leven, die op elkaar geleken. Uiteraard brachten
zij ook nieuwe tegenstellingen met zich mee, die dwars door de kerken
heen lopen. Bovendien werd ook telkens weer broederlijke gemeenschap
ervaren, met name in tijden van gemeenschappelijk lijden. Dit alles
noodzaakte de kerken om op nieuwe wijze het getuigenis van de Schrift
én de belijdenissen van de reformatie, vooral sedert de opwekkingsbewegingen,
voor het heden actueel te maken. Door dit te doen hebben zij geleerd
het fundamentele getuigenis van de belijdenissen der reformatie te onderscheiden
van hun denkvormen, die historisch bepaald zijn. Omdat de belijdenissen
getuigen 'van het evangelie als het levende woord van God in Jezus Christus,
blokkeren zij de weg om het (evangelie) op verplichtende wijze verder
te verkondigen niet, maar openen deze juist en roepen op, deze weg in
de vrijheid van het geloof te gaan.
II. Het gemeenschappelijk verstaan van het evangelie.
6 De kerken die deelnemen aan de Konkordie beschrijven hieronder hun
gemeenschappelijke verstaan van het evangelie, voorzover dit vereist
is om de kerkelijke gemeenschap te funderen.
De boodschap der rechtvaardiging als de boodschap
van de vrije genade van God.
7. Het evangelie is de boodschap van Jezus Christus, het Heil der wereld,
als vervulling van de belofte aan het volk van het oude verbond geschonken.
8. (a). In de leer van de rechtvaardiging hebben de
vaderen der reformatie het zuivere begrip van het evangelie tot uitdrukking
gebracht.
9. (b). In deze boodschap wordt Jezus Christus betuigd,
als degene die mens-geworden is, in Wien God zich met de mens verbonden
heeft, als de Gekruisigde en de Opgestane, die het gericht Gods op zich
heeft genomen en daarin de liefde Gods tot de zondaar betoond heeft,
en als de Komende, die als Rechter en Redder de wereld tot de voltooiing
leidt.
10. (c). God roept door Zijn Woord in de Heilige Geest
alle mensen tot bekering en geloof en belooft de zondaar, die gelooft,
zijn gerechtigheid in Jezus Christus. Wie op het evangelie vertrouwt
is om Christus' wil gerechtvaardigd voor God en bevrijd van de aanklacht
van de wet. Hij leeft in dagelijkse bekering en vernieuwing samen met
de gemeente in lofprijzing van God en in de dienst aan de ander, in
de zekerheid, dat God zijn heerschappij voleinden zal. Zo bewerkt God
nieuw leven en maakt midden in de wereld het begin van een nieuwe mensheid.
11. (d). Deze boodschap maakt de christenen vrij tot
verantwoordelijke dienst in de wereld, en maakt hen bereid in deze dienst
ook te lijden. Zij erkennen, dat Gods wil, die gebiedt en schenkt, de
gehele wereld omvat. Zij komen op voor aardse gerechtigheid en vrede
tussen de afzonderlijke mensen en onder de volkeren. Dit maakt het noodzakelijk,
dat zij met andere mensen zoeken naar rationele criteria, die afgestemd
zijn op de zaak en dat zij zich met hun toepassing bezig houden. Zij
doen dit in vertrouwen daarop, dat God de wereld in stand houdt en met
het oog op de verantwoording voor zijn gericht.
12. (e). Met dit verstaan van het evangelie weten wij
ons te staan op de bodem van de oud-kerkelijke belijdenissen en aanvaarden
de gezamenlijke overtuiging van de reformatorische belijdenissen:
dat het enige Heilsmiddelaarschap van Jezus Christus het centrum der
Schrift is en dat de boodschap der rechtvaardiging als de boodschap
van Gods vrije genade, de maatstaf van alle kerkelijke verkondiging
is.
Verkondiging, doop en avondmaal.
13. Het evangelie wordt ons fundamenteel betuigd, door het Woord van
de apostelen en de profeten in de Heilige Schrift van het Oude en het
Nieuwe Testament.
De kerk heeft de opdracht dit evangelie door te geven
door het mondelinge woord van de prediking, door de verkondiging aan
de enkeling, én door doop en avondmaal.
In de verkondiging, doop en avondmaal is Jezus Christus
door de Heilige Geest tegenwoordig . Zo krijgen de mensen deel aan de
rechtvaardiging in Christus, en zo vergadert de Heer zijn gemeente.
Hij werkt daarbij in veelvoudige ambten en diensten en in het getuigenis
van alle leden van zijn gemeente.
Doop.
14. De doop wordt in de naam van de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest met water bediend. In de doop neemt Jezus Christus
de mens , die aan zonde en dood vervallen is, onherroepelijk in de gemeenschap
van zijn heil op, opdat hij een nieuw schepsel zij. Hij roept hem in
de kracht van de Heilige Geest tot zijn gemeente én tot een leven
uit geloof, tot dagelijkse bekering en navolging (van Hem) .
Avondmaal.
15. In het avondmaal schenkt zich de opgestane Jezus
Christus in zijn voor allen overgegeven lichaam en bloed door het Woord
van zijn belofte met brood en wijn. Hij doet ons daardoor vergeving
van zonden geworden en bevrijdt ons tot een nieuw leven uit geloof.
Hij laat ons opnieuw ervaren dat wij leden van zijn lichaam zijn. Hij
sterkt ons tot de dienst aan de mensen.
16. Wanneer wij het avondmaal vieren, verkondigen wij
de dood van Christus , door Wien God de wereld met zichzelf verzoend
heeft.
Wij belijden de tegenwoordigheid van de opgestane Heer
onder ons. In vreugde daarover dat de Heer tot ons gekomen is, wachten
wij op zijn toekomst in heerlijkheid.
III De overeenstemming met betrekking tot de leerveroordelingen
uit de tijd van de Reformatie.
17. De tegenstellingen die sinds de tijd der reformatie een kerkelijke
gemeenschap tussen de Lutherse en de Gereformeerde Kerken onmogelijk
gemaakt en tot wederzijdse veroordelingen geleid hebben, hadden betrekking
op de avondmaalsleer, de christologie en de leer der uitverkiezing.
Wij nemen de beslissingen van de vaderen serieus , maar kunnen thans
echter samen het volgende erover zeggen :
Avondmaal.
18. In het avondmal schenkt Jezus Christus, de Opgestane, zichzelf in
zijn voor allen in de dood gegeven lichaam en bloed door het woord van
zijn belofte met brood en wijn. Zo geeft Hij zichzelf zonder reserve
aan allen die brood en wijn ontvangen; het geloof ontvangt het avondmaal
ten heil, het ongeloof ten gerichte.
19. De gemeenschap met Jezus Christus in zijn lichaam
en bloed kunnen wij niet scheiden van de handeling van het eten en het
drinken. Een geïnteresseerd zijn in de wijze van tegenwoordigheid
van Christus in het avondmaal dat áfziet van deze handeling,
loopt het gevaar de zin van het avondmaal te verduisteren.
20. Waar zodanige overeenstemming tussen kerken bestaat,
raken de verwerpingen in de reformatorische belijdenissen de huidige
stand van de leer dezer kerken niet meer.
Christologie.
21. In Jezus Christus, waarachtig mens, heeft de eeuwige Zoon en daarmede
God zelf , zich tot heil in de verloren mensheid begeven. In het woord
der belofte en het sacrament doet de Heilige Geest en daarmede God zelf
, als de gekruisigde en Opgestane tegenwoordig worden
22. In het geloof aan deze zelfovergave Gods in zijn
Zoon zien wij ons , met betrekking tot de historische bepaaldheid van
de traditionele denkvormen voor de taak gesteld, opnieuw tot gelding
te brengen wat de gereformeerde traditie geleid heeft bij haar bijzondere
nadruk op het "waarachtig God én waarachtig mens"-zijn
van Jezus, én wat de Lutherse traditie bewogen heeft in haar
accentueren van de volledige eenheid van de persoon.
23. Met het oog op deze stand van zaken kunnen wij thans
de vroegere "verwerpingen" niet meer onderschrijven.
Praedestinatie.
24. In het evangelie wordt de onvoorwaardelijke aanneming van de zondige
mens door God beloofd. Wie daarop vertrouwt, mag zeker zijn van zijn
heil en Gods verkiezing prijzen. Over de verkiezing kan daarom alleen
gesproken worden met het oog op de roeping tot het heil in Christus.
25. Het geloof doet weliswaar de ervaring op, dat de
heilsboodschap niet door allen aanvaard wordt, maar het herkent echter
hierin het geheimenis van het handelen Gods. Het getuigt tegelijkertijd
de ernst van menselijke beslissingen alsook de realiteit van de universele
heilswil van God. Het getuigenis der Schrift aangaande Christus maakt
het ons onmogelijk een eeuwig raadsbesluit Gods tot uiteindelijke verwerping
van bepaalde personen of van een volk te aanvaarden.
26. Waar zodanige overeenstemming tussen kerken bestaat
raken de verwerpingen in de reformatorische belijdenissen de huidige
stand van de leer dezer kerken niet meer.
Conclusies.
27 Waar deze constateringen erkend worden, houden de "verwerpingen"
in de reformatorische belijdenissen met betrekking tot het Avondmaal,
de Christologie en de Praedestinatie geen verband met de huidige stand
van de leer. Daarmede worden de "verwerpingen" die de vaderen
hebben uitgesproken, niet als onzakelijk aangeduid; zij zijn echter
geen belemmering meer voor de kerkelijke gemeenschap.
28. Tussen onze kerken zijn er aanzienlijke verschillen
in de vormgeving van de eredienst, in de gestalten van de vroomheid
en in kerkorde. Deze verschillen worden in de gemeenten vaak sterker
ervaren dan de traditionele leerverschillen. Toch kunnen wij in aansluiting
aan het Nieuwe Testament én de reformatorische criteria inzake
kerkelijke gemeenschap in deze verschillen geen factoren van kerkscheidende
aard zien.
IV. Afkondiging en verwerkelijking van kerkelijke
gemeenschap.
Afkondiging van kerkelijke gemeenschap.
29. Kerkgemeenschap in de zin van deze Konkordie betekent, dat kerken
van verschillend belijdenisbestand op grond van de verkregen overeenstemming
in het verstaan van het evangelie, elkaar gemeenschap in Woord en sacrament
toezeggen en een zo groot mogelijke gemeenschappelijkheid in getuigenis
en dienst aan de wereld nastreven.
30. Met de instemming met de Konkordie verklaren de
kerken met inachtneming van de binding aan de belijdenissen die bij
hen gelden, of met inachtneming van hun ( eigen) tradities :
31. a. Zij stemmen overeen in het 'verstaan van het
evangelie zoals dat uitdrukking gevonden heeft in de delen II en III;
32. b. de veroordelingen inzake de leer zoals deze in
de belijdenisgeschriften zijn uitgesproken, raken, naar is vastgesteld
in deel III, niet meer de huidige stand van de leer in de kerken, die
instemmen met de Konkordie;
33. c. zij verlenen elkaar kansel- en avondmaalsgemeenschap.
Dit sluit wederzijdse erkenning van de ordinatie in en maakt intercelebratie
mogelijk.
34. Met deze constateringen is kerkelijke gemeenschap
vastgesteld. De scheidingen die deze kerkelijke gemeenschap sinds de
l6e eeuw onmogelijk maakten zijn opgeheven. De deelnemende kerken hebben
de overtuiging dat zij samen deel hebben aan de ene kerk van Jezus Christus
en dat de Heer hen bevrijdt tot de gemeenschappelijke diensten en hen
daartoe verplicht.
Realisering van de kerkelijke gemeenschap.
35. De kerkelijke gemeenschap realiseert zich in het leven van de kerken
en de gemeenten. In het geloof aan de kracht van de Heilige Geest die
hen vereent, getuigen zij tezamen en verrichten zij gezamenlijk hun
dienst en spannen zij zich in ter versterking en verdieping van de verkrgen
gemeenschap.
Getuigenis en dienst.
36. De verkondiging van de kerken wordt in de wereld
geloofwaardiger, wanneer zij het evangelie eenstemmig betuigen. Het
evangelie bevrijdt en verbindt de kerken tot gemeenschappelijke dienst.
De dienst der liefde gaat om de mens met zijn noden, en tracht de oorzaken
hiervan weg te nemen. De inspanning voor gerechtigheid en vrede in de
wereld vereist van de kerken in toenemende mate, dat zij gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid op zich nemen.
Toekomstige theologische arbeid.
37. De Konkordie laat de verbindende kracht van de belijdenissen
in de deelnemende kerken bestaan. Zij wil niet verstaan worden als een
nieuwe belijdenis. Zij is een overeenstemming met betrekking tot het
centrale, die kerkelijke gemeenschap tussen de kerken van verschillende
confessie mogelijk maakt. De deelnemende kerken laten zich bij het gemeenschappelijk
verrichten van getuigenis en dienst door deze overeenstemming leiden
en verplichten zich tot verdere onderlinge gesprekken over de leer.
38. Het gemeenschappelijk verstaan van het evangelie,
waarop de kerkelijke gemeenschap berust, moet verder verdiept, aan het
getuigenis van de Heilige Schrifi, getoetst, en voortdurend geactualiseerd
worden.
39. Het is de taak der kerken zich te blijven bezinnen
op verschillen in de leer, die in en tussen de deelnemende kerken bestaan,
zonder dat deze als kerkscheidend gelden. Daartoe behoren :
Hermeneutische vraagstellingen ten aanzien van
het verstaan der Schrift, belijdenis en kerk; Verhouding van wet en
evangelie ; Dooppraktijk; Ambt en ordinatie; Twee-rijken-leer en de
leer van het koningschap van Jezus Christus ; Kerk
en maatschappij.
Tevens moeten ook die problemen aangevat worden,
die zich voordoen met betrekking tot getuigenis en dienst, kerkorde
en praktijk.
40. Op grond van hun gemeenschappelijke erfenis moeten
de reformatorische kerken stelling nemen tegenover de tendenzen van
theologische polarisering die tegenwoordig aan de dag treden. De problemen
die daarmede verbonden zijn grijpen ten dele dieper in dan de verschillen
inzake de leer, die vroeger de tegenstelling luthers-gereformeerd in
het leven geroepen hebben.
41. Het zal taak van de gemeenschappelijke theologische
arbeid zijn, de waarheid van het evangelie te betuigen én af
te grenzen tegenover misvormingen ervan.
Organisatorische consequenties.
42. Door de verklaring van kerkelijke gemeenschap wordt
niet geprejudiceerd op afzonderlijke kerkordelijke regelingen van vraagpunten
tussen de kerken en binnen de kerken. De kerken moeten echter bij deze
regelingen de Konkordie in acht nemen.
43. Algemeen geldt, dat de verklaring van kansel- en
avondmaalsgemeenschap en de wederzijdse erkenning van de ordinantie,
de bepalingen die in de kerken gelden t.a.v. de bevestiging in het ambt
van predikant, de uitoefening van de dienst van de predikant en de bepalingen
voor het gemeentelijke leven niet buiten werking stellen.
44. Het vraagstuk van een organisatorische samenvoeging
van afzonderlijke bij de Konkordie betrokken kerken, kan slechts opgelost
worden in de concrete situatie waar in deze kerken Ieven. Bij het onderzoek
van dit vraagstuk dienen de volgende gezichtspunten in acht genomen
te worden.
45. Een unificatie die afbreuk doet aan de levende veelvormigheid
der verkondiging, de veelvormigheid van het godsdienstige leven, van
de kerkelijke orde en van de diaconale en maatschappelijke activiteiten,
zou het wezen van de kerkelijke gemeenschap, die met deze verklaring
wordt aangegaan, weerspreken. Anderzijds kan de dienst der kerk in bepaalde
situaties terwille van de fundamentele relatie van getuigenis en dienst
juridische samenvoegingen vereisen. Wanneer organisatorische
consequenties getrokken worden uit de verklaring van kerkelijke gemeenschap,
dan mag geen afbreuk gedaan worden aan de vrijheid tot beslissing van
minderheidskerken.
Oecumenische aspecten.
46. Door kerkelijke gemeenschap onder elkaar aan te
gaan en te realiseren, handelen de deelnemende kerken vanuit de verplichting,
de oecumenische gemeenschap van alle christelijke kerken te dienen.
47. Een zodanige kerkelijke gemeenschap in Europa zien
zij als een bijdrage tot dit doel. Zij verwachten dat de overwinning
van de tot nu toe bestaande scheiding van invloed zal zijn op de kerken
die confessioneel gezien met hen verwant zijn in Europa en in andere
werelddelen; zij zijn bereid net hen samen de mogelijkheid van kerkelijke
gemeenschap te onderzoeken.
48. Deze verwachting geldt eveneens voor de verhouding
van de Lutherse Wereldbond en de Gereformeerde Wereldbond tot elkaar
.
49. Evenzo hopen zij, dat de kerkelijke gemeenschap
nieuwe stimulansen geven zal tot de ontmoeting en de samenwerking met
kerken van andere belijdenissen. Zij verklaren zich bereid gesprekken
over de leer in deze bredere context te voeren.