ORDINANTIE 14 HET LEVEN EN WERKEN VAN DE KERK IN OECUMENISCH
PERSPECTIEF
I. ALGEMEEN
Artikel 1. Algemeen
1. Het leven en werken van de kerk in de wereld staat in het teken van
de roeping tot eenheid, getuigenis en dienst.
II. VERBAND MET ANDERE KERKEN
Artikel 2. Zorg voor de eenheid
1. De kerk zoekt en bevordert in al haar geledingen de eenheid, de gemeenschap
en de samen-werking met andere kerken van Jezus Christus.
2. De generale synode heeft bij haar zorg voor de oecumenische arbeid
van de kerk - daarin bij-gestaan door organen van de kerk die op dit
terrein werkzaam zijn - in het bijzonder tot taak
- de gemeenten op te roepen tot het belijden in woord en daad van de
eenheid der Kerk in Christus,
- voorlichting te geven over de wijze waarop in de verschillende geledingen
van de kerk vormgegeven kan worden aan het verband met andere kerken,
- de inzichten die in de oecumenische contacten worden opgedaan, vruchtbaar
te maken voor het leven en werken van de gemeenten,
- de gemeenten bij te staan bij het zoeken en onderhouden van oecumenische
samenwer-king met gemeenten in andere landen,
- het deelnemen aan de arbeid van oecumenische organisaties,
- het aangaan en onderhouden van nauwere betrekkingen met kerken waarmee
de kerk door bijzondere banden van belijdenis of geschiedenis verbonden
is,
- het zoeken van vereniging met kerken waarmee eenheid of verwantschap
bestaat in geloof en kerkorde.
Artikel 3. Oecumenische arbeid
1. De kerk neemt deel aan de oecumenische arbeid in Nederland en in
de wereld door samen-werking te zoeken met andere kerken.
2. De samenwerking met andere kerken krijgt waar mogelijk vorm door
deelname in oecumeni-sche organisaties. Tot de bedoelde organisaties
behoren in elk geval:
- de Raad van Kerken in Nederland en de Wereldraad van Kerken,
- de Wereldbond van Gereformeerde Kerken en de Lutherse Wereld Federatie
en
- de Kerkengemeenschap van Leuenberg.
3. De generale synode beslist over het deelnemen aan andere oecumenische
organisaties.
4. De generale synode bepaalt op welke wijze in de oecumenische organisaties
wordt deelgeno-men, met inachtneming van de voor de desbetreffende oecumenische
organisatie geldende bepalingen.
5. De kerk onderhoudt door de evangelisch-lutherse synode de relatie
met de Lutherse Wereld Federatie.
De evangelisch-lutherse synode vaardigt vertegenwoordigers af naar de
Lutherse Wereld Fe-deratie.
Artikel 4. Bijzondere betrekkingen
1. De generale synode kan nauwere betrekkingen aangaan en onderhouden
met kerken waar-mee de Protestantse Kerk in Nederland door bijzondere
banden van belijdenis of geschiedenis is verbonden.
Besluiten daaromtrent worden door de generale synode genomen in overleg
met de synode van de kerk waarmee de bijzondere betrekking wordt aangegaan.
2. De evangelisch-lutherse synode kan in overleg met de generale synode
nauwere betrekkingen aangaan en onderhouden met kerken die aangesloten
zijn bij de Lutherse Wereld Federatie.
3. Behalve in de ontmoeting en samenwerking in oecumenische organisaties,
kan de bijzondere betrekking met een andere kerk vormgegeven worden
- in een regeling betreffende het over en weer verlenen van het gastlidmaatschap
aan de le-den van de kerken,
- in het over en weer aanvaarden van attestaties,
- in het wederzijds verlenen van de bevoegdheid tot de bediening van
Woord en sacramen-ten aan predikanten,
- in het zenden van afgevaardigden naar elkaars synoden en
- door andere overeenkomstige middelen.
4. De generale synode kan, de classicale vergaderingen gehoord, tevens
besluiten dat een predi-kant van een kerk als bedoeld in lid 3 - indien
daarmee is overeengekomen dat aan predikan-ten wederzijds de bevoegdheid
wordt verleend tot de bediening van Woord en sacramenten -, met inachtneming
van door de generale synode terzake vastgestelde bepalingen,
- bevoegd is tot het verrichten van andere werkzaamheden in de Protestantse
Kerk in Nederland,
- bevoegd is zich beroepbaar te stellen in de Protestantse Kerk in Nederland.
5. De kerkenraad van een gemeente van de kerk kan besluiten met een
gemeente ter plaatse van de in lid 4 bedoelde kerken een nauwe samenwerking
aan te gaan op verschillende terrei-nen van het kerkelijk leven.
Een besluit tot zulk een samenwerking, waarin vastgelegd dient te worden
welke arbeid geheel of gedeeltelijk onder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
zal worden verricht, wordt door de kerkenraad eerst genomen nadat de
leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord zijn en de classicale
vergadering goedkeuring heeft verleend.
Artikel 5. Geassocieerde kerken en gemeenten
1. De generale synode kan, de classicale vergaderingen gehoord, andere
kerken - dan wel ge-meenten van andere kerken -, waarmee genoegzame
overeenstemming bestaat in geloof en kerkorde, uitnodigen tot een verdergaande
geloofs- en kerkgemeenschap met de Protestantse Kerk in Nederland, en
daartoe met de betrokken kerk een associatieovereenkomst aangaan. Een
dergelijke overeenkomst bevat in elk geval regelingen inzake de in artikel
4-3 en 4 ge-noemde mogelijkheden tot vormgeving van de bijzondere betrekkingen.
Tevens kan daarin worden vastgelegd, op welke wijze – als waarnemer,
adviserend dan wel stemhebbend lid – kan worden deelgenomen aan
ambtelijke vergaderingen van de kerk.
2. De geloofs- en kerkgemeenschap met de Evangelisch-altreformierte
Kirche in Niedersachsen krijgt vorm in een associatieovereenkomst, als
bedoeld in lid 1, tussen de generale synode van de Protestantse Kerk
in Nederland en de synode van de Evangelisch-altreformierte Kirche in
Niedersachsen. Daarin is vastgelegd de bevoegdheid van de synode van
de Evangelisch-altreformierte Kirche in Niedersachsen twee ambtsdragers
stemhebbend af te vaardigen naar de generale synode van de Protestantse
Kerk in Nederland.
3. De kerkenraad van een gemeente van de kerk kan besluiten met een
gemeente ter plaatse van de in lid 1 bedoelde kerken een nauwe samenwerking
aan te gaan op verschillende terreinen van het kerkelijk leven.
In dat geval is het in artikel 4-5 bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6. Vereniging van kerken
1. Wanneer de Protestantse Kerk in Nederland met een andere kerk in
Nederland of daarbuiten waarmee eenheid of verwantschap bestaat in geloof
en kerkorde, tot vereniging wil komen, ontwerpt ze de daartoe bij ordinantie
vast te stellen regels en brengt ze de noodzakelijke wijzi-gingen in
de ordinanties aan volgens het bepaalde in artikel XVII van de kerkorde.
Indien daartoe eveneens wijzigingen in de kerkorde noodzakelijk zijn,
worden die volgens het bepaalde in artikel XVIII van de kerkorde aangebracht.
2. Een besluit tot vereniging wordt, na vaststelling in eerste lezing
door de generale synode, ter consideratie door de classicale vergaderingen
aan de kerkenraden toegezonden. Na de be-handeling van de consideraties
van de classicale vergaderingen vindt in de generale synode de vaststelling
in tweede lezing en de eindstemming plaats over het besluit tot vereniging.
Voor het besluit tot vereniging is bij de eindstemming een meerderheid
vereist van ten minste tweederde van de uitgebrachte geldige stemmen.
III. MISSIONAIRE EN DIACONALE ARBEID VAN DE
KERK
Artikel 7. Samenhang en eigenheid
1. De kerk vervult in voorbede, getuigenis en dienst haar missionaire
en diaconale opdracht, daarbij inachtnemend de samenhang tussen en de
eigenheid van de missionaire en diaconale arbeid van de kerk.
2. De missionaire en diaconale arbeid van de kerk buiten Nederland is
- met inachtneming van het in lid 1 bepaalde - gericht op
- het deelnemen aan de vervulling van de missionaire en diaconale opdracht
door gemeen-ten en kerken ter plaatse,
- het verlenen van medewerking aan die gemeenten en kerken bij de opbouw
van het kerke-lijk leven, en
- het verlenen van bijstand aan groepen en bewegingen ter plaatse in
het geval van diacona-le arbeid.
3. In deze missionaire en diaconale arbeid zijn relaties van wederkerigheid
uitgangspunt.
4. Deze relaties van wederkerigheid zijn erop gericht elkaar van dienst
te zijn met betrekking tot geloofsverdieping en geloofsversterking,
in het verbreden van de oecumenische horizon en het vervullen van taken
in mondiaal perspectief.
5. In haar ontmoeting met andere godsdiensten en levensbeschouwingen
verricht de kerk haar arbeid van getuigenis en dienst door het gesprek
te voeren op respectvolle wijze en door naar mogelijkheden te zoeken
om gemeenschappelijke taken te verrichten.
6. De kerk draagt zorg voor de werving, opleiding en vorming van hen
die in een ambt of andere dienst ten behoeve van de missionaire en diaconale
arbeid van kerk en gemeente werkzaam zullen zijn.
Artikel 8. Missionaire arbeid
1. De kerk vervult haar zendingsopdracht in de missionaire arbeid in
Nederland en daarbuiten.
De kerk is daarin getuigend betrokken op hen die het Evangelie niet
kennen of ervan ver-vreemd zijn.
De kerk verricht haar missionaire arbeid zo mogelijk in samenspraak
en samenwerking met ter plaatse aanwezige kerken en gemeenten.
2. De generale synode heeft bij haar zorg voor de missionaire arbeid
van de kerk binnen en bui-ten Nederland - daarin bijgestaan door organen
van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn - in het bijzonder tot
taak
- de gemeenten bewust te maken van haar missionaire roeping en dezen
bijstand te verle-nen bij de vervulling van deze roeping,
- het bevorderen van de samenwerking in de missionaire arbeid tussen
de gemeenten,
- de algemene leiding en de coördinatie van de missionaire arbeid
van gemeenten en kerk buiten Nederland,
- het organiseren en stimuleren van geldwerving ten behoeve van de missionaire
arbeid.
Artikel 9. Diaconale arbeid
1. De kerk geeft in haar diaconale arbeid in Nederland en in de wereld
gehoor aan de roeping om zich in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid
in te zetten voor wie lijden door armoede, onrecht, achterstelling en
ziekte en hen bij te staan in het zoeken naar vertroosting en gerech-tigheid.
2. De generale synode heeft bij haar zorg voor de diaconale arbeid van
de kerk - daarin bijge-staan door organen van de kerk die op dit terrein
werkzaam zijn - in het bijzonder tot taak
- de gemeenten bewust te maken van haar diaconale roeping en aan dezen
bijstand te ver-lenen bij de vervulling van deze roeping,
- het bevorderen van de samenwerking in de diaconale arbeid tussen de
gemeenten,
- het nemen of ondersteunen van initiatieven gericht op het bevorderen
van het algemeen maatschappelijk welzijn,
- de overheid en samenleving waar nodig aan te spreken op haar verantwoordelijkheid
voor het bevorderen van de gerechtigheid,
- de algemene leiding en de coördinatie van de diaconale arbeid
van gemeenten en kerk buiten Nederland,
- het organiseren en stimuleren van geldwerving ten behoeve van de diaconale
hulpverle-ning.
IV. PASTORALE ARBEID
Artikel 10. Pastorale arbeid
1. De kerk geeft in haar pastorale arbeid in Nederland en daarbuiten
gehoor aan haar roeping tot herderlijke zorg. Zij is in het bijzonder
verantwoordelijk voor het categoriale pastoraat, zoals het pastoraat
in gezondheidszorg, koopvaardij, krijgsmacht en justitiële inrichtingen.