KATWIJK AAN ZEE - Het Comité tot behoud van de Nederlandse
Hervormde Kerk vindt de motie van drs. M. Burggraaf, die de hervormde
synode een week geleden aannam, „principieel onoverkomelijk en kerkjuridisch
levensgevaarlijk.” Dat schrijft het bestuur van het Comité
in een persbericht.
Het hervormde synodelid ouderling Burggraaf (classis
Ede) deed in zijn motie een voorstel om de commissie van bijzondere zorg
een extra mogelijkheid tot bemiddeling te geven. Zij zou gemeenten die in
meerderheid niet mee kunnen met de Protestantse Kerk in Nederland (PKN)
de mogelijkheid moeten bieden, na overleg met de classis, de status van
”hervormde gemeente van bijzondere aard” te verkrijgen. Gemeenten
met deze status worden ingedeeld bij een hervormde classis. Ambtsdragers
van deze gemeenten komen gedurende vijf jaar niet tot de vorming van een
nieuwe kerkgemeenschap die rechtspersoonlijkheid bezit. Na die vijf jaar
wordt de situatie geëvalueerd. Mocht dan blijken dat in meerderheid
ambtsdragers en gemeenteleden hun eigen plaats niet kunnen vervullen binnen
de PKN, dan moet de PKN een adequate voorziening treffen met het oog op
het komen tot een nieuw kerkelijk leven van betrokkenen. Het Comité
vindt dat de synode echter geen enkele stap heeft gedaan richting de bezwaarden,
„hoe sympathiek de bedoeling van Burggraaf ook is.” Ordinantie
2, artikel 13 van de kerkorde van de PKN, die over ”gemeenten van
bijzondere aard” spreekt, vermeldt: „Voor deze gemeenten gelden
-voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald- dezelfde regels
als voor andere gemeenten.” Ook deze bijzondere status betekent volgens
het Comité „een geheel staan binnen de kaders van de PKN.”
Als bezwaarde gemeenten dit voorstel zouden aangrijpen, zouden zij kerkjuridisch
„levensgevaarlijk” bezig zijn, aldus het Comité. Reden:
omdat zij hun rechtspersoon dan inbrengen binnen de PKN, kunnen zij deze
hier nooit meer uit losmaken. Het Comité weet dat de synode hetzelfde
zegt van de hervormde gemeenten, namelijk dat zij zich niet los kunnen
maken van de Nederlandse Hervormde Kerk. Maar het bestuur acht deze mening
„nog hoogst omstreden en betwistbaar.” Vandaar dat 53 (wijk)gemeenten
bij de burgerlijke rechter een verklaring voor recht hebben aangevraagd.
Ten aanzien van de PKN is het volgens het Comité echter wel waar
dat gemeenten die zich daarin bevinden, zich niet meer los kunnen maken.
Dit omdat dit in het kader van de PKN-kerkorde van tevoren aan de gemeenten
is meegedeeld.
De motie van Burggraaf is in dit opzicht fijnzinnig geformuleerd, vindt
het Comité. „Het zijn gemeenten die niet mee kunnen die deze
status verleend krijgen, terwijl bij de evaluatie na vijf jaren gesproken
wordt over „mocht dan blijken dat in meerderheid ambtsdragers en
gemeenteleden hun eigen plaats niet kunnen vervullen binnen de PKN…”
De gemeente als rechtspersoon blijkt dan onomkeerbaar binnen de PKN te
zijn gebracht.” Een ander ernstig bezwaar tegen de motie is volgens
het Comité dat deze alleen spreekt over gemeenten in meerderheid.
„Waar het om een grote of aanzienlijke minderheid gaat, valt er
niets te regelen. Dezen zouden dan alleen hun weg moeten gaan.”
Nog een bezwaar: de motie regelt niets voor het geval men na vijf jaar
de status van ”hervormde gemeente van bijzondere aard” zou
willen behouden. „Er bestaan dan in ieder geval geen hervormde classes
meer. Over vijf jaren moeten immers alle classes gefuseerd zijn.”
Het Comité vindt bovendien dat de gemeenten zich geheel „uitleveren”
aan de commissie van bijzondere zorg. „Deze bepaalt nu of er een
meerderheid is, deze evalueert over vijf jaren en deze bepaalt dan wat
een ”adequate voorziening” is.”
Het zich uitleveren aan deze commissie vereist vertrouwen, vindt het bestuur.
„En dat is er niet, omdat er geen objectieve regels zijn. In een
gemeente met een niet geringe minderheid, gezien het totaalaantal kerkgangers,
werd onlangs door leden van deze commissie gesteld dat men geen enkele
voorziening wilde treffen omdat het aantal dat niet mee kan naar de PKN
werd afgezet tegen het totaal van de kaartenbak met papieren leden.”
Het Comité acht verder gesprek met de synode alleen zinvol als
deze komt met de wil om werkelijk tot een oplossing van de knelpunten
te komen. De bezwaarden spreken tegen dat ze alle handreikingen afwijzen.
„Maar tot nu toe gaat het alleen om verbeteringen in de marge of
om constructies die niet tegemoetkomen aan de knelpunten waarom de leden
voor God en hun geweten niet mee kunnen.”
Bron: Reformatorisch
Dagblad - 18 maart 2004

|