KATWIJK AAN ZEE - Het Comité tot behoud
van de Nederlandse Hervormde Kerk weerspreekt dat de noodclasses en
noodsynode zijn voortgekomen uit een activistische houding.
Hiermee reageert het Comité op de woensdag uitgekomen
verklaring van vijf predikanten die mede aan de wieg van het Comité
hebben gestaan. Daarin zeiden de vijf -ds. S. P. van Assenbergh, ds.
M. Baan, ds. T. C. Guijt, ds. P. van der Kraan en ds. H. J. Stoutjesdijk-
onder andere grote moeite te hebben met de aangekondigde noodverbanden.
„Deze gaan verder dan wat Abraham Kuyper destijds in de Doleantie
organiseerde”, aldus de predikanten. In een persbericht verklaart
het Comité dat een kerkordecommissie heeft geïnventariseerd
welke vragen zich zouden voordoen als de kerkfusie per 1 mei onverhoopt
gestalte zou krijgen. „Deze commissie is niet ontstaan vanuit
activisme, maar vanuit het besef door God geroepen te zijn leiding te
geven aan de kudde die door de synodebesluiten in grote geestelijke
nood zou komen en verstrooid dreigde te worden.” In deze commissie
ontstond de gedachte van de noodverbanden. „Hierbij stond altijd
het verlangen centraal dat al deze overwegingen in de prullenbak gegooid
konden worden. En ten overvloede zij opgemerkt dat er vanuit het Comité
nooit stappen zijn ondernomen voordat de synode bepaalde besluiten had
genomen. Er was het besef dat men niet voorop diende te lopen, maar
achteraan moest komen”, aldus het persbericht.
Het Comité stelt dat de voorzitter van de kerkordecommissie destijds
ds. H. J. Stoutjesdijk was en dat de commissie verder bestond uit ds.
M. Baan en ds. D. Heemskerk. „Ds. Stoutjesdijk heeft zijn functie
niet neergelegd omdat hij de bezinning te activistisch vond, maar omdat
hij het werk niet kon combineren met zijn huidige werkomgeving.”
Hetzelfde gold volgens het persbericht voor ds. Baan. Het Comité
zegt daarom verbaasd te zijn dat beide predikanten zich woensdag via
een persbericht tot de gemeenten hebben gericht met het verwijt van
activisme. „Vanuit het Comité kan men het respecteren als
ambtsbroeders tot andere inzichten komen, maar niet dat men anderen
de verwijten maakt van hetgeen waaraan men zelf heeft meegewerkt”,
aldus het persbericht.
Bron: Reformatorisch
Dagblad - 29 april 2004
