NIJKERK - De weg van de noodverbanden is onbegaanbaar. Dat zeggen
vijf hervormde predikanten „die mede aan de wieg hebben gestaan
van het Comité” woensdag in een persbericht.
De predikanten kritiseren daarmee de plannen van het
convent van kerkenraden, een initiatief van het Comité tot behoud
van de Nederlandse Hervormde Kerk, om na 30 april te komen tot noodclasses
en een noodsynode. De vijf predikanten die de persverklaring hebben
ondertekend, zijn ds. S. P. van Assenbergh (Nijkerk), ds. M. Baan (Nijkerk),
ds. T. C. Guijt (Giessendam-Nederhardinxveld), ds. P. van der Kraan
(Bleskensgraaf) en ds. H. J. Stoutjesdijk (Dordrecht). De laatste was
tot voor kort secretaris van het Comité.
De vijf schrijven nog steeds het uitgangspunt van het Comité
te onderschrijven dat de Protestantse Kerk in Nederland niet de voortzetting
kan zijn van de Nederlandse Hervormde Kerk, wegens haar verdeelde grondslag
en ethiek. „Wij hebben vaak gezegd: Zó kunnen wij niet
mee. We denken nog steeds dat de beslissing van 12 december 2003 door
de synode niet genomen had mogen worden. Daardoor is een eenheid geforceerd
die niet geestelijk is.” De predikanten vinden dat wel de vraag
moet worden gesteld of er sinds 12 december niets is veranderd. „Wij
menen van wel. Al geruime tijd is er het convenant van Alblasserdam.
Tot voor kort had dit geen status op synodaal niveau. Maar het moderamen
van de synode heet inmiddels het convenant wel een plaats en status
binnen het geheel van de kerk gegeven.” Ze wijzen er ook op dat
bezwaarden die niet mee kunnen in de PKN plaatselijk in een tweede register
geregistreerd kunnen worden.
Volgens de vijf „moet het toch mogelijk zijn om op grond van het
convenant een band te vormen met allen die omwille van het geweten niet
mee kunnen met de grondslag en ethiek van de nieuwe kerk.” Het
convenant biedt volgens hen een verantwoorde weg om de eenheid in de
gemeenten te bewaren in deze moeilijke tijd. Ze wijzen er tevens op
dat „vele tientallen gemeenten” die weg inmiddels zijn gegaan.
Grote moeite hebben ze met de door het convent van kerkenraden aangekondigde
hervormde noodverbanden. „Deze noodverbanden gaan verder dan wat
Abraham Kuyper destijds in de Doleantie organiseerde. Wij kunnen de
weg van deze activiteiten geestelijk niet volgen. Mede omdat wij bij
het organiseren van die noodverbanden helaas maar al te weinig geestelijke
nood of droefheid over de schuld proeven. En dat terwijl gebroken verbanden
gebroken harten nodig hebben.”
De predikanten stellen de vraag of „je wel als predikant tegen
broeders die een zelfde geloof hebben, kunt preken in noodverbanden.
We hebben toch altijd staande gehouden dat alleen de leer plaatselijk
de gemeente scheidt? Nu valt de scheiding door een verschil in visie
op de landelijke kerk, terwijl de Heere ons in de eerste plaats de zorg
over de plaatselijke gemeente heeft toevertrouwd.” Omdat ze de
weg van noodverbanden „onbegaanbaar” achten, roepen de vijf
predikanten op niet datgene voort te zetten wat niet voortgezet kan
worden. „Laat het geweten niet alleen spreken bij vragen rond
de grondslag van de kerk, maar ook bij het dreigend uiteengaan van broeders.
De weg van het convenant achten wij een betere en verantwoorde weg;
de enige reële mogelijkheid om uit de geweldige impasse te raken
waarin gemeenten verkeren”, aldus de persverklaring.
Het Comité heeft de afgelopen weken een aantal malen via persberichten
laten weten dat het de weg van het convenant „principieel niet
verantwoord” vindt. De gedachte dat het convenant van Alblasserdam
zaken regelt die bij kerkorde niet mogelijk zijn, noemde het Comité
recent „een illusie.”
Bron: Reformatorisch
Dagblad - 29 april 2004
