KATWIJK - De hervormde bezwaarden in Katwijk
aan Zee zijn teleurgesteld over de uitspraak van de rechter, waarin
deze dinsdag oordeelde dat de predikanten ds. W. van Vlastuin en ds.
A. Vlietstra niet meer mogen preken in de Oude en Nieuwe Kerk. „Het
valt me erg tegen”, aldus ds. W. van Vlastuin. De preses van de
algemene kerkenraad, ds. B. H. Weegink, zegt maar „zeer beperkt”
blij te zijn met de rechterlijke uitspraak. „Er is bij ons allemaal
de beschaamdheid der aangezichten.”
Ds. Van Vlastuin stelt dat de rechter in zijn uitspraak
„de democratie als leidraad heeft genomen. Het lijkt alsof een
synode onbegrensde bevoegdheid heeft en de identiteit van de kerk door
meerderheidsbesluiten kan wijzigen.” Volgens ds. Van Vlastuin
hadden de hervormde bezwaarden, die een kort geding hadden aangespannen
tegen de algemene (vroeger: centrale, red.) kerkenraad, niet verwacht
dat er een definitieve uitspraak zou komen. Op dit moment loopt er bij
de rechtbank in Utrecht een bodemprocedure, aangespannen door een groep
van 53 hervormde (wijk)gemeenten, waarin ze vragen of ze, met behoud
van naam en bezittingen, buiten de PKN mogen blijven. Ds. Van Vlastuin:
„Wij hadden gehoopt dat de rechter een opschortende voorziening
had getroffen tot er in deze bodemprocedure, de zogenaamde ”verklaring
voor recht”, uitspraak is gedaan. Wanneer wij uiteindelijk in
die procedure in het gelijk gesteld zouden worden, dan is er door deze
uitspraak van de rechtbank in Den Haag veel kapot gemaakt. Juist omdat
het hier niet gaat over geld en goed, maar over heilige dingen. Ten
diepste is de heiligheid van het ambt in het geding. Het aanvaarden
van de veranderingen in het preekrooster zou betekenen dat wij aanvaarden
dat we geen ambtelijke bevoegdheid in onze wijkgemeente meer hebben.
Dit kunnen wij niet aanvaarden omdat wij door de (wijk)gemeente en mitsdien
door God Zelf in dit deel van Zijn wijngaard zijn geplaatst. De voorwaarde
van de algemene kerkenraad om tot een regeling te komen, was dat wij
de kudde die ambtelijk aan onze zorgen is toevertrouwd, los dienen te
laten. Dat is voor ons onaanvaardbaar.”
De uitspraak van de rechter dat de kerkenraad tot 1 augustus de traktementen
van hem en ds. Vlietstra moet doorbetalen, noemt ds. Van Vlastuin „niet
fundamenteel. Het gaat hier om heel andere, belangrijker, dingen. Om
de ambten en over het feit dat het ene ambt in de kerk niet over het
andere mag heersen.” Volgens de Katwijkse predikant is de uitspraak
„erg voor de mensen die hier wonen. Dit raakt mensen ontzettend
diep. Het gaat hier niet alleen over een kerkgebouw, maar in zo’n
kerkgebouw wordt ook iets zichtbaar van Gods verbond. Daarom vind ik
de uitspraak van de rechter voor een tijdelijke voorziening veel te
ingrijpend.” Ds. Weegink, voorzitter van de algemene kerkenraad
van de hervormde gemeente in Katwijk aan Zee, zegt dat de kerkenraad
maar „zeer beperkt” blij is met de rechterlijke uitspraak.
„Wij hebben er gisteravond als moderamen echt geen gebakje op
gegeten. Er is bij ons de beschaamdheid der aangezichten dat we hier
intern niet uitgekomen zijn. Dat wil ik eerst zeggen. En het tweede
wat ik zeggen wil, is dat dit alles ons is opgedrongen door de synode.
Ik heb negenenhalf jaar als synodelid en breedmoderamenlid staan roepen
tegen de fusie en ik ben nog steeds een verklaard tegenstander van de
PKN in deze vorm en vind dat de synode in deze zaak een knullig beleid
heeft gevoerd. Maar men heeft mij weggehoond en me altijd met een meewarige
blik aangekeken. Wel vind ik echter dat nu de kerkfusie eenmaal een
feit is en deze zaken rechtsgeldig hun beslag hebben gekregen, we ons
erin moeten schikken. Dat de bezwaarden zich er niet in hebben geschikt
en naar de rechter zijn gestapt, is hier in Katwijk ongelooflijk hard
aangekomen. Dat wordt gezien als een gebrek aan broederzin. Ze zijn
zelf naar de rechter gestapt en nu heeft deze rechter hen radicaal afgewezen.
Ze zijn in al hun eisen niet ontvankelijk verklaard en dat is fors.”
Dat de hervormde gemeente de beide predikanten nog tot 1 augustus moet
doorbetalen, is volgens ds. Weegink geen probleem. „Er waren in
de boezem van de kerkvoogdij al plannen in deze richting. Soms wordt
wel de indruk gewekt alsof er in Katwijk een kamp is pro synode en een
kamp contra synode. Dat is niet zo. We zijn hier allemaal zeer bezwaard.”
De predikant betwijfelt of er door deze rechterlijke uitspraak weer
wegen zijn geopend richting de bezwaarden. „Veel onderling vertrouwen
is weg door de gang naar de rechter. De ervaring leert wel dat de zaak
na verloop van tijd enigszins luwt. We gaan nu proberen om de opengevallen
plekken in beide kerkenraden van gereformeerdebondssignatuur weer aan
te vullen. Veel gemeenteleden in die wijken vragen dringend om een geordend
kerkelijk leven. Ze horen immers bij de eigenlijke hervormde gemeente
en kunnen niet door de bezwaarden worden meegenomen, heeft de rechter
beslist. Sterker nog: wie met hen mee wil, moet zich eerst laten uitschrijven.
Dat zal voor menigeen een brug te ver zijn. Wat ons betreft blijft de
oproep aan de bezwaarden: Hou er alsjeblieft mee op en schik je met
ons in dit lot.”
De voorzitter van de synode van de Protestantse Kerk, ds. J. G. Heetderks,
zegt „met instemming” kennis te hebben genomen van de uitspraak
van de rechter. „Al zal duidelijk zijn dat wij helemaal niet blij
zijn met het feit dat deze zaken voor de rechter komen. Dat is alleen
maar slecht voor het aanzien van de kerk. Ook in andere zaken hebben
wij de rechter nooit gezocht.” De synodepreses wil niet zomaar
de lijnen doortrekken van de uitspraken van de Haagse rechter naar de
”verklaring voor recht”-procedure. „Dit is een kort
geding en dat is wat anders. Bovendien ligt in die ”verklaring
voor recht”-procedure ook weer een andere vraag voor. Dan gaat
het erom of een hervormde gemeente zich mag losmaken uit het landelijk
verband. Wel bevestigt deze uitspraak dat we als kerk correct en zorgvuldig
hebben gehandeld en dat geeft ons vertrouwen naar de toekomst toe.”
Mr. dr. J. J. H. Post is een van de advocaten van de hervormde bezwaarden
in Katwijk. Hij is ook een van de advocaten van de gemeenten die de
”verklaring voor recht”-procedure hebben aangespannen, maar
wil niet als hun woordvoerder optreden. Volgens hem zegt de uitspraak
van de rechter in de Katwijkse kwestie „op zich nog niks”
over de bodemprocedure. „Als ik artikel 257 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering lees, dan staat daar dat de rechter zijn
handen niet hoeft te laten binden door een uitspraak van een kortgedingrechter.
De bodemrechter is dan ook volledig vrij”, aldus de advocaat.
Volgens hem kunnen de bezwaarden in Katwijk in hoger beroep gaan bij
het gerechtshof in ’s-Gravenhage. „Ze kunnen dan vragen
of het hof dit vonnis wil vernietigen. Maar daarover hebben we nog niet
gesproken met elkaar, daarvoor is het allemaal nog veel te vers.”
Volgens mr. Post zou het overigens „zinvol” zijn als in
Katwijk beide partijen „samen aan tafel gaan zitten, zonder voorwaarden
te stellen. Ze moeten elkaar dan wel over en weer als volwaardige gesprekspartners
accepteren en respecteren”, aldus de advocaat.
Bron: Reformatorisch
Dagblad - 12 mei 2004