Waarheid en eenheid behoren hand in hand te
gaan. Is dit mogelijk? Ja, vindt ds. W. van Weelden. Hij stelt dat dit
ook mogelijk is in na 1 mei verscheurde hervormde gemeenten en dat het
convenant van Alblasserdam daartoe dienstbaar kan zijn.
Er zijn mensen die zeggen dat ze niet mee kunnen in
de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Maar zij willen in de plaatselijke
hervormde gemeente blijven meeleven. Hoe is het een en ander met elkaar
te rijmen? Is er een mogelijkheid? Ik ben ervan overtuigd dat het convenant
van de classis Alblasserdam de basis biedt om over de grens van de PKN
heen elkaar in de gemeente vast te houden en gezamenlijk een weg te
gaan in gehoorzaamheid aan het Woord Gods. Bij alle ophef die ontstaan
is over het convenant, is duidelijk dat de inhoud ervan onweersproken
is. Het Comité is bij alles wat het geschreven heeft over het
convenant duidelijk: inhoudelijk ligt er geen bezwaar. Dit betekent
dat het convenant in de gemeenten dienst kan doen als een handreiking
over de breuk heen.
Hoe kan dat? Als een kerkenraad het convenant ondertekent, geeft hij
aan dat de gemeente gebonden is aan de Heilige Schrift en de Drie Formulieren
van Enigheid. De gereformeerde grondslag van de convenantgemeenten is
onweersproken. Zij die verbonden willen blijven aan de gemeente hebben
dit standpunt van de kerkenraad altijd al gerespecteerd en ondersteund.
Van hen wordt nu na 1 mei gevraagd om persoonlijk dit oude vertrouwde
standpunt aan de kerkenraad kenbaar te maken door persoonlijk het convenant
te ondertekenen. Want het leven buiten de kerk, maar binnen de gemeente,
dient een basis te hebben: een gemeenschappelijke basis! Deze basis
is Schrift en belijdenis en ligt verwoord in het convenant. Ik dien
een gemeente waarin broeders en zusters aangeven niet mee te kunnen
de PKN in. Dit betekent dat een scheur een breuk wordt binnen de gemeente.
Degenen die geen deel uitmaken van de PKN hebben geen inhoudelijke bezwaren
tegen het convenant. Daarmee ligt er een gemeenschappelijke basis voor
het gemeentezijn over de grenzen van de kerk heen om de eenheid van
de gemeente te bewaren.
Voor de kerkenraad gelden zij die niet meegaan, als volwaardig lid van
de gemeente, met alle rechten en plichten. Het mag volstrekt duidelijk
zijn dat noch de kerk, noch de gemeente eerste- en tweederangsleden
kent. Ieder die aangeeft mee te willen blijven leven, is volwaardig
lid. Hoe kan dat? Men zegt toch nee tegen de nieuwe kerk?
Een nee in de gemeente heft op geen enkele wijze het volwaardig lid
zijn op. Wanneer een broeder geroepen wordt tot het ambt en hij aanvaardt
het ambt niet om persoonlijke redenen, dan wordt dat nee uiterst serieus
genomen. Maar daarmee verandert zijn plaats binnen de gemeente niet.
Zo zijn ook zij die nee zeggen tegen de PKN, maar plaatselijk deel willen
uitmaken van de hervormde gemeente, volwaardige leden. Daarbij moet
echter wel worden opgemerkt dat de kerkenraad het nee van deze leden
uiterst serieus moet nemen. Dit nee zal zich vertalen in de verantwoordelijkheden
die zij nemen voor de gemeente. Een consequentie ervan is dat de ambten
niet openstaan voor deze mensen, om de eenvoudige reden dat zij geen
verantwoordelijkheid wensen te dragen in de PKN.
Het leidinggeven aan vormen van gemeenteleven is echter geen probleem,
omdat deze vallen onder de verantwoordelijkheid van de kerkenraad. En
door het persoonlijk bijvallen van het convenant is de eenheid van de
gemeente verzekerd. Zo blijven wij verenigd in de nood van onze dagen.
Zo is er op basis van het convenant een weg om de eenheid van de gemeente
te bewaren in deze grote nood. Kan dit allemaal wel? Een antwoord hierop
krijgen wij wanneer wij ons afvragen hoe iemand lid wordt van de kerk.
Dit gaat niet via de burelen van een synode of een classis. Lid wordt
men vanuit de plaatselijke situatie. Men spreekt met gelovigen. Men
komt onder de bediening van het Woord. Gods Woord spreekt tot het hart.
Zo komt men de gemeente binnen. En zo wordt men ook volwaardig lid!Het
enige wat nu niet gebeurt, is de doorvertaling van het lidmaatschap
van de plaatselijke gemeente naar de landelijke kerk.
Hoe krijgt dit administratief vorm? Er wordt een register geopend voor
hen die met de gemeente verbonden willen zijn. Dit register geeft duidelijk
aan dat men geen deel wenst uit te maken van de landelijke kerk. Dit
betekent dat de kerkenraad er zorg voor draagt dat de plaats in de gemeente
gegarandeerd is met het nee tegen de kerk. Erkent men met dit register
niet de PKN? Nee. Het register is juist uiting van deze afwijzing. Maar
de gemeente blijft in saamhorigheid verbonden. In het convenant is men
met liefde gebonden aan de Drie Formulieren van Enigheid. Dit geldt
voor de convenantsgemeente binnen de PKN en dit geldt voor haar leden
buiten de PKN die persoonlijk het convenant aanvaarden. Zo is er een
solide basis in Gods Woord. De grondslag is ongewijzigd. Daarmee is
het gemeenteleven duidelijk verankerd. De kerkenraad geeft namens de
gemeente aan waar hij op aanspreekbaar is en de leden buiten de PKN
erkennen het gezag van de kerkenraad en hebben alle recht om de kerkenraad
op zijn handelen aan te spreken.
Een vrucht van dit bewaren van de eenheid in een anders verscheurde
gemeente is dat men gewoon in een dorp twee in plaats van vier diensten
per zondag belegt. De eenheid is namelijk over de grens van de kerk
heen wederzijds gegarandeerd en daarmee geeft de gemeente duidelijk
aan dat niet de inhoud van de prediking en het gemeentezijn tot scheuring
geleid heeft. Hoe zal men met elkaar verdergaan? Ik denk aan de Emmaüsgangers.
Zij waren bedroefd en bedrukt onderweg. Zo herkennen wij elkaar toch
in de nood van de kerk. Bedroefd en bedrukt. Maar de Heere Jezus voegde
Zich bij hen! En wat is het getuigenis: „Was ons hart niet brandende
in ons, als Hij tot ons sprak op de weg, en als Hij ons de Schriften
opende?”
De Heere schenke eenheid in Zijn Woord. Hij ontferme Zich over Zijn
kerk. De auteur is predikant van de hervormde gemeente Oud-Alblas en
preses van de classis Alblasserdam.
Bron: Reformatorisch
Dagblad - 14 mei 2004