Gisteren had ik weer zo’n gesprek. Een
huilende jongere. ‘Wat is er aan de hand in mijn kerk? Waarom
doen ze zo? Vorige week weer een heftige discussie binnen mijn familie.
Vreselijk! Ik was het liefst gillend weggelopen, maar dat durfde ik
niet. Is dít geloven? Waarom snapt niemand waarom het nu echt
gaat?’
Het was niet de eerste keer dat ik in gesprek was met
een jongere die compleet in verwarring is geraakt door de discussies
over de PKN. En wat zou ik graag in naam van deze en andere jongeren
een oproep doen. Ook namens mezelf en áán mezelf. Als
er een beroep gedaan mag worden op de liefde, stop alle geruzie. Als
je een discussie niet geestelijk kan voeren, moet je ermee stoppen.
Vervloek elkaar niet langer, maar zegen elkaar en laat elkaar gaan.
Zoals eens Abraham Lot liet gaan en hem zegende.
Geloof-waardig
Wees wijs! En dan in de zin van Jakobus 3:13-18. Maar waar vind je ze?
Mensen die zuiver zijn; mannen die vreedzaam, bescheiden en gezeglijk
zijn; vrouwen vol van barmhartigheid, niet partijdig oordelende?
Ik zou willen dat elke kerkenraad, en elk kerklid persoonlijk, eerlijk
een studie zou maken van Jakobus 3 en 4. Of van Filippensen 2:1-5, Galaten
5:16-26 of van de bergrede. En laten we dan met elkaar onze schuld belijden,
omdat we er niet aan toekomen wat hier staat. Misschien zou ons geloof
dan iets meer geloof-waardig zijn voor onze jongeren.
Zelfvoldaanheid
Hoe zit het onder ons met de vrucht van de Geest (Gal. 5)? Wordt ons
handelen gekenmerkt door liefde, blijdschap, vrede, zachtmoedigheid
en matigheid? Of zien de jongeren meer de vijandschappen, twisten, afgunstigheden,
toorn, gekijf en tweedracht? Waarom menen we dat we Gods waarheid in
pacht hebben, terwijl duidelijk is dat we er niet naar leven? Woorden
zijn voor God geen waarheid als ze niet gepaard gaan met de gezindheid
van Christus.
Het is toch te gek voor woorden wanneer we denken voor de waarheid te
strijden, terwijl we ondertussen genieten van de domheid van de ander
en onze verontwaardiging uitspreken over zijn of haar belachelijke manier
van redeneren? Hoe is het mogelijk dat we elkaar zo hard en liefdeloos
afschrijven? Telkens opnieuw wordt er iemand in de kring gesleept en
gestenigd, alsof wijzelf zonder zonde zijn.
Het valt me op dat ik maar zo weinig mensen tegenkom -van welk ‘kamp’
maakt dan niet uit- die werkelijk op vrede gericht zijn en die de weg
van Christus willen gaan. In bijna ieder gesprek ontwaar ik een zelfvoldaanheid
als er wordt gesproken over ‘de kortzichtigheid van de ander’.
Waar komen onze jongeren mensen tegen die erop gericht zijn om begrip
te creëren voor een ander?
Ruimte geven
Jarenlang hebben we gemodderd met onze opdracht om in deze wereld een
licht te zijn, verlorenen te zoeken, de armen te dienen en eenzamen
op te nemen in onze gemeenschap. De kerkenraadagenda zat altijd te vol
om nu eens werkelijk na te denken over de betrokkenheid van onze gemeente
op onze jongeren. Maar nú? Nu komt er ineens een enorme energie
vrij om vergaderingen te beleggen, plannen te schrijven en tot het uiterste
te gaan. Wat is er aan de hand?
Ik weet het niet. Natuurlijk is het een zwaar proces waar we met elkaar
in zitten. Dat vraagt enorm veel van de gemeente en haar leden. We laten
met elkaar zien dat de kerk in een enorm slechte conditie is. De kerk
is vadsig geworden, uit balans en ongezond. Op zóveel terreinen
hebben we leer en leven gescheiden... En nu laten we het ook nog ‘s
massaal afweten in de liefde.
In zo’n zieke kerk is het moeilijk een goede keuze te maken. Laten
we dat maar eens tegen elkaar gaan zeggen. Laten we ruimte geven aan
elkaars gedachten, moeite en pijn. Laten we ophouden met partijen te
maken, maar met respect over de ander spreken. En daarbij die ander
stimuleren om in Christus te blijven.
Laten we bidden
Laten we bidden voor onszelf en de ander. Bidden of God ons een weg
wil wijzen in de chaos waar we allen schuldig aan zijn. Bidden of Jezus
zichtbaar wil worden in ons spreken, denken en doen. Zodat we werkelijk
begaan zullen zijn met het lot van de ander. Laten we bidden of God
onze jongeren wil behouden, ondanks ons verwarrend handelen. Tegelijk
weten we dat God ons daarbij inschakelt. Wat jong én oud nodig
hebben in deze tijd, zijn mensen die de waarheid laten zien. In Jezus’
naam!
Tiemen Westerduin, staflid HGJB
