Het gezag in de kerk en Samen op Weg

dr. W. Balke

De eenheid van de kerk
De eenheid van de kerk kan ons niet genoeg ter harte gaan. Calvijn schreef naar Engeland: 'ik zou wel 10 oceanen over willen steken als ik maar iets kon doen voor de eenheid van de kerk' (Quantum ad me attinet, si quis mei usus fore videbitur, ne decem quidem maria, si opus sit, ob eam rem traiicere pigeat, CO 14, 314). En wanneer kardinaal Sadoletus hem met Farel en Viret beschuldigt van scheurmakerij, dan heeft deze kardinaal Calvijn op het hart getrapt. 'Als dat waar zou zijn', zegt Calvijn, 'dat wij het gewaagd hebben om de bruid van Christus te verscheuren (let op deze existentiële en bijbelse woordkeus!) dan golden wij terecht voor U en de hele wereld als verloren' (OS I, 488).
Wat maakt de eenheid uit? Calvijn ziet de eenheid als een eigenschap van de kerk, die in God haar oorsprong heeft en in Hem haar doel. Zo legt Calvijn de tekst uit van Johannes 17:21 die Sadoletus hem tegenwerpt. Met een valse eenheid van een kerk die alleen haar organisatie als wereldkerk zoekt uit te stallen, heeft deze bijbeltekst niets van doen. Het gaat er om, en dat is het nieuwe theologische inzicht, om te horen naar de hoorbare stem van de ene herder Jezus Christus en die te gehoorzamen. Die dat doen vormen het ene lichaam van Christus. Tegenover de sectarische kerkbeschouwing van Rome stelt Calvijn zijn oecumenische definitie van de kerk: zij is een gemeenschap van alle heiligen, die op de hele aarde verspreid, door alle eeuwen heen, verbonden is door de ene leer van Christus en de ene Geest, en de eenheid van het geloof en de broederlijke eendracht vereert en handhaaft. Wij bestrijden, dat wij met deze kerk niet een zijn' (societatem esse sanctorum omnium, quae per totum orbem diffusa, per omnes aetates despersa, una tamen Christi doctrina et uno spiritu colligata, unitatem fidei ac fraternam concordiam colit atque observat OS I, 466). Het is deze kerk waarvan Calvijn zegt: 'wij vereren haar als een moeder en wij wensen in haar schoot te blijven'. Zo neemt Calvijn de eigenschappen van de kerk: de heiligheid, de katholiciteit en apostoliciteit samen en daarmee geeft Calvijn het doorslaggevende argument: de kerk die op haar uiterlijke eenheid en hiërarchie pocht, moet zich aan deze eigenschappen legitimeren. Nog scherper gezegd: eenheid is die belofte van een kerk, die terwille van haar waarheid scheidingen tevoorschijn roept. De belijdenis van de eenheid van de kerk is de scherpste kritiek aan haar zichtbare gestalte. Daaruit volgt dat de ene kerk noodzakelijk grenzen kent. Die grenzen tekenen zich daar af, waar Christus slechts in naam Heer van de kerk is, maar het feitenlijke gezag over de kerk in de handen van mensen terecht komt, hetzij in de hiërarchie en haar onfeilbaar leerambt, hetzij in het subjektieve individuele geweten. Zowel door het pausdom als door de geestdrijvers wordt de eenheid van de kerk op gelijke wijze verbroken.

De fusie van SOW
Wij zijn niet tegen Samen op Weg, maar alleen zo niet. Dat kerken samen op weg gaan, daar kan niemand met de hand op de Heilige Schrift en de belijdenis bezwaar tegen maken. De vraag is wel, welke weg slaan de kerken in? Vinden wij elkaar in de eenheid van het Schriftverstaan en in onze gemeenschappelijke belijdenis? Of vinden wij elkaar in het terzijde stellen van de gereformeerde belijdenis van de Hervormde Kerk, dezelfde belijdenis die de grondslag is van de Gereformeerde Kerken? Juist ten aanzien van het meest wezenlijke zijn de kerken intern en onderling tot op het bot verdeeld. Dat de Lutheranen meegegaan zijn in het proces, ook daar kan men op zichzelf geen bezwaar tegen hebben. Juist de hervormden hebben altijd een grote liefde voor Luther gekoesterd. Zouden alle SOW-predikanten preken in de geest van Luther, dan was de kerk gered.

De juiste weg naar de eenheid
Het zou een juiste weg geweest zijn, wanneer de Gereformeerden eerst in eigen kring de breuk met de Vrijgemaakten hersteld zouden hebben, en dat de Hervormden de hand gereikt zouden hebben aan de oude Afgescheidenen van 1834, en daarna het proces van Samen op Weg ingegaan zouden zijn. Maar die weg was onhaalbaar, en nu vinden er wel herkenningen plaats maar er zijn geen echte breuken geheeld. Want wat nu op 12 december gebeurd is, is de bezegeling van het feit dat de midden-orthodoxie en de gereformeerden elkaar hebben omhelsd en dat het rechtse deel van de kerk totaal uiteen gescheurd is, en echter wel èn geestelijk èn financiëel het gelag moet betalen. De zojuist aangenomen nieuwe quotisatie-regeling zal in de het rechtse deel van de kerk leiden tot het opheffen van predikantsplaatsen.
Er is geen enkele reden tot feestvreugde, al betuigen wij ons respekt aan HM de Koningin, dat zij naar de Domkerk wilde komen. Geen feestvreugde, ook omdat de kerkverlating ontstellende vormen heeft aangenomen. Grote delen van ons volk zijn volstrekt van het evangelie vervreemd. En de jongeren, die zich nog laten engageren, verdwijnen in de evangelikale bewegingen. Het is een illusie te denken dat een fusie op het bestuursvlak deze ontwikkelingen zal kunnen keren.

Vals dillema
De synode-leden werden voor een vals dillema gesteld. Een principieel 'nee' tegen de kerkorde, waar niemand met de hand op Schrift en belijdenis 'ja' op kan zeggen, werd onmiddellijk belast met kerkscheuring en afscheiding. Dat desondanks 24 synode-leden hun rug recht hielden en de moed hebben gehad om 'nee' te zeggen, verdient diep respect.

Wat zijn de bezwaren tegen de kerkorde?
In 1951 was het hoofdbezwaar tegen de kerkorde tweeledig: de belijdenis bleef wel gehandhaafd, maar het apostolaat werd vooropgesteld en vervolgens werd de belijdenis dynamisch geïnterpreteerd.
1. Nu worden de verschillende hervormde en lutherse belijdenissen naast elkaar geplaatst, echter - en dat is het hoofdbezwaar! - onder het deksel van het pluralisme.
2. De PKN-kerkorde is in veel opzichten een knieval voor de dictatuur van huidige maatschappelijke inzichten. Ik noem als voorbeeld: het huwelijk.
3. Omdat een eensgezinde bijbelse visie op het ambt ontbreekt, raakt het ambt in de knel van de arbeidsorganisatie, en daarmee is de vrijheid van het ambt en van de dienst des Woords in het geding.
4. De zogenaamde professionals, de vrijgestelde krachten, zijn in de houdgreep van de bureaukratie gepakt en deze dirigistisch opgezette bureaukratie dreigt het hele kerkelijke leven en werken te gaan beheersen.
5. De synode heeft zichzelf gaandeweg meer bevoegdheden toegekend en de gemeenten worden van bovenaf gedwongen zich daarin te voegen op straffe van het weigeren van autorisatie en approbatie in het beroepingswerk. Een gemeente die terecht weigert mee te betalen aan de topzware lasten van het landelijk apparaat, of het zogenaamde vrij beheer op te geven, wordt op deze wijze gepakt. Ik aarzel niet om te zeggen, dat deze synodale praktijk ronduit chantage is en een kerk onwaardig.
6. In 1951 was de situatie geheel anders. De reglementenbundel werd afgeschaft en de kerk kwam weer in ambtelijke vergaderingen bijeen. Bij alle bezwaren toen was dit een geweldig winstpunt.
In 2003 ligt de situatie geheel anders. Nu is de geest van de reglementenbundel teruggekeerd. Door de sterke centralisatie van het synode-bestuur en het dirigisme van bovenaf is de toestand nu veel erger dan onder de besturenkerk.

De fusie
Fusie - het is een werelds woord en behoort niet tot de taal van de Heilige Schrift en de belijdenis - heeft iets bedrijfsmatigs. De kerkelijke bureaukratieën worden gefuseerd. Daar is op zich niets op tegen, ware het niet dat deze apparaten topzwaar zijn en een veel te grote en voor een groot deel ook volstrekt overbodige ballast vormen voor de plaatselijke gemeenten. De landelijke en de provinciale bureaukratie is financieel een veel te zware belasting voor de plaatselijke gemeenten en het takenpakket is nooit door de gehele kerk in haar grondvergaderingen vastgesteld en wordt door het grondvlak ook niet gedragen.
Echter het voeren van een gezamenlijk adres en een gezamenlijk bureau is echter geen oecumene.

Kerkorde en de eenheid van de kerk
Er is een nieuwe kerkorde gezamenlijk aangenomen. Maar ook een kerkorde is geen oecumene. Een gezamenlijke kerkorde aanvaarden is op zichzelf geen daad van eenheid. Die wordt eerst zichtbaar rondom Woord en Sacrament en in de eenheid van belijden. Kan men een kerkorde zoals de PKN-kerkorde, waarin bij voorhand het pluralisme als een deksel op de Heilige Schrift en de belijdenis wordt gelegd, als een daad van oecumene gezien worden? Volstrekt niet. Het is veel eerder een obstakel op weg naar de eenheid, omdat de kerkelijke onenigheid kerkordelijk gesanctioneerd en vervolgens in allerlei regelgeving vastgevroren wordt. Door deze vergaande regelingen in de richting van 'elk wat wils' wordt het kerkelijk leven steriel; de dynamiek, het leven is er uit.

Een kerkorde is geen Bijbel!
Wat is het gewicht en de betekenis van een nieuwe kerkorde? Staat of valt de kerk daarmee? Welnee! Een kerkorde is mensenwerk en hangt van compromissen aan elkaar. Al onze ordeningen zijn onvolkomen en wij moeten bereid zijn om telkens weer opnieuw te vragen naar de goede, welbehagelijke en volkomen wil van God. Het is goed om nuchter tegen de gang van zaken aan te kijken. De PKN-kerkorde is een stuk slechter dan die van 1951. Ook die deugde niet. Zij die toen tegenstemden, omdat het apostolaat voorop gesteld werd, hebben over de hele linie gelijk gehad. De ontwikkelingen wijzen het uit. Het apostolaat heeft, doordat het volstrekt geseculariseerd werd, de kerk innerlijk en geestelijk uitgehold.

Het eigene van de kerkelijke orde
Het kerkelijk recht is wezenlijk te onderscheiden van het wereldlijk recht en daarmee niet te vergelijken. Het wereldlijk recht bestaat uit formele rechtsregels en die zijn dwingend en verbindend. Het kerkelijk recht is geestelijk. De verbindende kracht van het kerkrecht berust alleen op het gezag van het Woord van God. Wanneer in Psalm 99 gesproken wordt over de sterkte des Konings die het recht liefheeft, dan gaat het niet om het formele dwingende wereldse recht, daaraan ontbreekt het pastorale element, maar om de gerechtigheid Gods, waarin liefde, genade, trouw, waarheid en rechtvaardigheid verbonden zijn. In de kerk mag het niet om macht gaan. Het kerkrecht is dienend, pastoraal, het recht staat onder de tucht van de liefde (Markus 10:42-45).

De Geest in de raderen
Dat het samengaan van kerken tot een herordening van het kerkelijk leven moet leiden, daarover behoeft geen discussie te zijn. Wel dienen wij te beseffen, dat wij deze herordening niet moeten overschatten. Wij kunnen organiseren en reorganiseren, maar wij kunnen de Heilige Geest niet organiseren. Deze afhankelijkheid van de Heilige Geest moet ons bescheiden maken. Wij kunnen niet over de Heilige Geest beschikken en moeten ons telkens weer opnieuw aan de Heilige Schrift orienteren. Dit bewaart ons voor overschatting van de betekenis van een kerkorde. Luther zei: 'de kerk is niet zonder plaats en lichaam. Maar alle dingen zijn indifferent en vrij, want de Heilige Geest regeert hier, en die maakt dat alle dingen die aards en lichamelijk zijn, indifferent en niet noodzakelijk. De eenheid van de Geest, waarover wij moeten waken naar het gebod van Paulus, hangt niet aan een plaats noch aan een persoon'. Dat betekent dat ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof niet afhangt van menselijke wetten of inzichten, maar alleen van de Heilige Schrift.

Calvijn
Voor Calvijn is de kerk de gemeenschap der heiligen (communio sanctorum Inst. 4.1.3), die allen dezelfde hemelse Vader hebben en in Christus hetzelfde Hoofd van Zijn gemeente, nl. Zijn lichaam. Als het gaat over het ambtsdragers dan is voor hun roeping de overeenstemming (consensus) en de goedkeuring van het kerkvolk (approbatio populi Inst. 4.3.15) een vereiste. Calvijn keert zich scherp daartegen, dat de kerkelijke jurisdictie in de hand van één monarchische bisschop gecentraliseerd wordt en hij laat volstrekt gelden, dat de geestelijke volmacht (spiritualis potestas) van de kerk (ecclesia), die nooit vermengd mag worden met de zwaardmacht van de overheid, aan de wettige vergadering (legitimus consessus) is toevertrouwd (Inst. 4.11.5-6). Uit de samenhang wordt duidelijk wat Calvijn daarmee bedoelt, nl. de vergadering van de oudsten (consessus seniorum), van de ambtsdragers. Voor Calvijn is het wezenlijke, dat God de opbouw van Zijn kerk door de dienst van mensen, die Hij met bijzondere gaven daarvoor toerust, leidt en bevordert. Door de veelheid van de door God gegeven verschillende diensten en ambten wordt het lichaam van Christus bijeengehouden en opgebouwd, groeien wij op in Hem die het Hoofd is, zo worden wij onderling verbonden, zo worden wij allen gebracht tot de eenheid van Christus, waar wij de leer (doctrina) van profeten en apostelen aannemen en die niet verachten. Deze verscheidenheid van ambten en gaven (varietas donorum) brengt Calvijn niet bij de bisschop. God heeft niet aan één alles gegeven, maar aan ieder naar de maat van de gave van Christus. De verschillende ambtsdragers of dienaren blijven op elkaar aangewezen, en kunnen alleen in gemeenschappelijke gehoorzaamheid aan Christus, het Hoofd van Zijn kerk, hun dienst naar behoren verrichten.

Dat is het principe. Vervolgens is Calvijn een nuchter praktisch theoloog. Hij schrijft niet legalistisch alles voor iedereen voor. Hij laat heel veel vrij en houdt rekening met verschillende omstandigheden van tijden en plaatsen. Het is juist de platte organisatie, die hij voorstond, waarin hij zijn tijd ver vooruit was, die de ruggegraat vormde waardoor de hervorming kon standhouden tegen de vloedgolven van de contra-reformatie. En wat was de geestkracht waardoor al die verschillende kerken hun rug overeind hielden? Dat was de eenheid van het reformatorisch belijden! Waar de bisschop of de landsheer omviel, was het met de reformatie gedaan. Het enthousiasme voor de bisschop dat men hier en daar aantreft is dwaas. Er is geen heil te verwachten van een bisschop die met kerkelijke diplomatie een kerk die qua belijdenis tot op haar botten verdeeld is moet bijeenhouden Evenmin van een bureaukratische stolp die van bovenaf aan de kerk wordt opgedrukt. Ik verwacht in onze geseculariseerde tijd veel meer van een platte organisatie en vooral alles van een wezenlijke convergentie in de essentiële hoofdpunten van het belijden.

De beperking tot het wezenlijke
Alle kerkorden die in de reformatie in verschillende landen ontstaan zijn, worden gedragen door dit besef van de voorlopigheid en onvolkomenheid van al ons kerkelijk handelen. Een kerkorde dient daarom heel dicht bij de Heilige Schrift en de belijdenis te blijven. Dat betekent o.a., dat de kinderdoop en het huwelijk wel (maar de kindercommunie niet!) in een reformatorische kerkorde horen, of deze nu hervormd, gereformeerd of Luthers is,. Dat behoort tot het wezenlijke.
Er moet een orde zijn en die orde dient geestelijk te zijn en pastoraal. De liefde moet voorop gaan: 'dat de broederlijke liefde blijve!' Daarom dient de orde zich tot de wezenlijke dingen te beperken. Er is in de kerk geen plaats voor onmatige regelzucht, zodat voor elke misstand vervolgens een regel bedacht wordt. Wij mogen van de nood geen deugd maken. Alle dingen die secundair of indifferent zijn dienen vrijgelaten te worden. Bijvoorbeeld de kwestie van het vrij beheer, alsof één model van beheer iets uit te staan heeft met de eenheid in belijden. Met deze kwestie is de kerk volstrekt niet gediend. Slechts een steeds verder gaande vervreemding van de top van de kerk van het grondvlak. Dat de kerkleiding van deze kwestie een halskwestie gemaakt heeft en zelfs onwillige gemeenten van haar predikanten en pastoraat berooft, behoort tot de beleidmatige synodale blunders en is in flagrante strijd met de eigenlijke roeping van een meerdere vergadering.

Eenheid en verscheidenheid
De concentratie op het wezenlijke heeft een signaal-functie om niet bijzaken tot hoofdzaken te maken. Bijzaken, die op zich indifferent zijn en in ieders vrijheid staan. Bijvoorbeeld kaarsen in de liturgie. Die zijn op zich volstrekt onnodig en overbodig, maar men met er niet voor de kerk uitlopen.
Zodra als er woekering optreedt van bijzaken en aan een bijzaak een wezenlijke functie wordt toegekend, gaat er iets mis. Dat is stellig het geval met de huidige neiging tot ritualisering. Dr. Adolph Zahn sprak van 'Der Nebel des Ritualismus' en waarschuwde tegen het 'mysterie van de symboliek' waardoor het eenvoudige Woord van zijn plaats verdrongen wordt. 'Das Wort ist dem modernen Menschen verhasst. Die Reformation trat mit dem Evangelium Gottes auf und verlangte den Gehorsam gegen dasselbe; die Verführung hat einen geschmückten Dienst, bei dem sich jeder denken kann, was man will' (de verleiding heeft een versierde functie, waarbij ieder denken kan wat hij wil). Het zich druk maken om zaken zoals 'ziekenzalving' en 'duivelbezweringen' is een bedenkelijke ontwikkeling.

De verhouding tussen de plaatselijke gemeente en de algemene kerk
Het is cruciaal dat in de regeling van de verhouding tussen de plaatselijke gemeente en de algemene kerk het geestelijke karakter van de kerkelijke ordeningen tot uitdrukking komt. Daarbij is het van zeer groot belang om, als er sprake is van gezag van de synode, nauwkeurig vast te stellen wat dan precies de aard is van dit gezag en wat de grenzen zijn van dit gezag! Want wanneer men op een wereldse juridische wijze precies gaat afwegen wat de bevoegdheden en competentie's van de synode en van de plaatselijke gemeente zijn, dan heeft men het geestelijk vlak van het kerkelijk recht reeds verlaten. Reeds vanuit het Nieuwe Testament is het zonneklaar, dat de plaatselijke gemeente volledig kerk is. En het is volstrekt bijbels en reformatorisch, dat het ene ambt niet over het andere ambt heerst. Wij zien in Handelingen 15 iets van een meerdere vergadering ontstaan. In zo'n meerdere vergadering komen gemeenten of vertegenwoordigers van haar op geheel gelijkwaardige wijze samen. Zij nemen besluiten. Het gezag is slechts dienend, zoals alles in de kerk aan het Woord onderworpen is. Er kan geen sprake zijn van een bevelstruktuur in de kerk, laat staan van sanctie's. Het gezag van een synode kan en mag niet verder reiken dan een appelleren aan het gezag van Christus dat genormeerd is aan Zijn Woord. Zoals ook verstandige ouders in de opvoeding van hun kinderen niet autoritair optreden, maar verwijzen naar de geboden en beloften van God, waar zij zichzelf ook onder stellen.
Het is veelzeggend, dat de apostelen en oudsten in Jeruzalem het resultaat van hun beraad niet dwingend hebben opgelegd, maar verkondigd (Handelingen 15:22). Paulus geeft de misstanden in de gemeente heel duidelijk aan, maar hij oefent pastoraat, geen heerschappij (2 Korinthe 1:24). Het mag in de kerk nooit gaan om heerszucht (imperium) maar om een pastorale dienst (ministerium). Wanneer wij onszelf een naar Gods Woord 'hervormde' of 'gereformeerde' kerk noemen, dan dienen wij dat waar te maken door ons als plaatselijke gemeenten en meerdere vergaderingen onder het Woord van God te plaatsen. En de meerdere vergaderingen en vooral de synode zullen elke zweem van synodokratie moeten vermijden.

Hoe nu concreet Samen op Weg
Wij zeiden in het begin: het dilemma werd verkeerd gesteld: tegen de PKN-kerkorde wil niet zeggen: voor afscheiding. Daarmee is een geweldige gewetensdwang op de synode-leden uitgeoefend. Dat is één derde deze kerkorde heeft afgewezen, en het is zonneklaar dat dit deel de overgrote meerderheid van het kerkvolk vertegenwoordigt, geeft aan de beslissing van 12 december een karakter van een Pyrrhus-overwinning. Het blijkt onmiskenbaar dat de synodale top zich op een veel te grote afstand beweegt van het grondvlak van de kerk.
Echter afscheiding is immers altijd en overal een heilloze weg. Elke gescheiden kerk zoekt een grond voor de scheiding bij de ander. Wanneer wij op grond van Gods Woord en om des gewetens wil niet kunnen instemmen met de voorgestelde PKN-kerkorde, dan wil dat niet zeggen, dat wij ons schuldig maken aan scheurmakerij. Dat wil alleen maar zeggen, dat er naar een andere en betere weg gezocht moet worden. Dan kan men niet plaatselijk schotjes maken tussen groepjes mensen, die verder ieder hun eigen gang kunnen gaan, en die elkaar dan bovenlokaal ergens moeten treffen, dan kan men niet de verontrusting proberen te sussen met de belofte, dat ieder vrij is om de belijdenis van de kerk te handhaven, terwijl de synode die op losse schroeven zet.
Dan moet al het dwangmatige verdwijnen en de bevelstruktuur van het apparaat afgebroken worden. Dan zal er een geestelijke weg gegaan moeten worden. Niet van bovenaf maar van onderop. Op het plaatselijke vlak bijeenkomen rondom de open Bijbel. Oecumene is geen zaak van kerkbesturen, maar geschiedt op het plaatselijke vlak waar zonen van één huis als broeders samenwonen rondom Woord en sacrament.

Hoe ver strekt het gezag van de synode?
Waar het op aankomt is de vraag hoe ver het gezag van de synode zich uitstrekt? Wij hebben reeds gesteld, dat de synode zelf zich schuldig maakt aan ontrouw aan de belijdenis en daarmee zich onttrekt aan het gezag van Christus. Het protest daartegen kan niet scherp en duidelijk genoeg naar voren gebracht worden, mits wijzelf bereid zijn ons volledig onder het gezag van Christus te voegen; mits ons protest gedragen wordt door het 'protester', dat is het belijden en hooghouden van de Naam van Christus.

Hoe nu verder?
Toch mogen wij met de kerk niet breken, ook al vertoont de kerk nog zovele gebreken. Totdat het echte breekpunt komt, nl. dat wij niet meer vrij zijn om Christus openlijk te belijden. Totdat wij gedwongen worden mee te doen aan afgoderij. Dan breekt het moment aan, dat wij met de apostelen geroepen zijn om te 'protester', te betuigen dat wij Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen (Hand. 4). En dat betekent ook dat wij bereid zijn in die grenssituatie om de uiterste consequentie daarvan te aanvaarden. Dan wordt 'belijden' tot 'lijden', mede-lijden met Christus. Dan zullen wij daarvoor niet terugschrikken. De knecht is niet meerder dan zijn Heer. 'Das Leiden ist ein Zeichen der Echtheit der Jüngerschaft", zei Luther.
Het Sanhedrin zegt (Hand. 5): 'opsluiten die apostelen. Verbiedt ze te spreken. Maak een eind aan hun prediking'. De deuren zijn zwaar vergrendeld. Wachters bij elke deur op hun post. Hier kan niemand ontsnappen.
Christus zegt: 'open die deur!' Want het evangelie moet gepredikt worden aan alle creaturen.
De leden van de Hoge Raad zeggen: 'het is nu een beklonken zaak en het moet voorgoed afgelopen zijn met die lieden. Maak een eind aan hun prediking'.
De engel haalt ze tevoorschijn. Dat is de kracht van Christus. Zijn kracht om op te staan, als de hele hel het denkt gewonnen te hebben. De engel opent de deuren van de gevangenis en leidt de apostelen naar buiten. Onderwijl blijft alles in takt. De grendels en de wachters. Die in de hemel woont zal lachen. Hij zal ze bespotten al Zijn vijanden. De apostelen waren inderhaast zonder verhoor de gevangenis ingeduwd, met hoon en smaad. Met een goddelijk ere-escorte worden zij er uit geleid. Dat is Gods Woord en Zijn werk.
Wat nu? Waarheen? Naar een veilig onderduik-adres? Tot de kust weer veilig is en zij de wijk kunnen nemen naar veiliger streken?
De engel spreekt hen toe. Hij heeft orders van hun hemels Meester. Het was een wonderlijke bevrijding van de apostelen. En met hen werd ook het Woord van God bevrijd. Dat Woord van God behoudt altijd en overal Zijn eigen vrijheid. Vrij ook van enig systeem of welke synode-besluit ook. Gods Woord zelf bindt de strijd aan en behoudt de overhand. En dan krijgen de apostelen als dienaren van het Woord van God opnieuw de opdracht. 'Gaat daar staan!' De soldaten worden weer in het gelid gesteld. Ze gaan niet op verlof maar direkt terug naar het front. 'Gaat in de tempel staan en spreekt tot het volk al deze woorden des levens'.
'Moet ik daar weer heen? Naar die tempel?' 'Nee', zeggen wij, 'dat is onmenselijk, naar die bunker van het sanhedrin? Dat is veel te gevaarlijk'. Als getuigen van de opstanding worden zij er onmiddellijk weer op uit gestuurd. 'Doorgaan. Niet te rade gaan met vlees en bloed. Weest er van overtuigd. De Raad des Heeren houdt eeuwig stand en Hij zal al Zijn welbehagen doen'.

Denkt U zich dat in. Mensen, opeens opgepakt en in de gevangenis geworpen. En dan midden in alle angst en nood, in de nacht gaan de deuren open, zomaar! Dat doet God! Dat doet Hij alleen. En dan wordt hun opnieuw hun taak aangewezen. 'Mij is gegeven alle macht'. Daar kunt u van op aan. 'Gaat daar staan en verkondigt al deze woorden des levens.' U ziet het hier in de Schrift zelf. 'Gaat daar staan. In de tempel'. Want zegt God. 'Het is mijn huis'. En Christus zegt: 'de kerk dat is Mijn bruid'. 'Daar heb Ik mijn heilgeheim geopenbaard al ligt het onder heel veel dwaasheid van mensen bedolven'. 'Spreekt mijn Woord'. Het is het Woord van behoud, waardoor wij zalig worden.

Dat Woord is niet gebonden, aan geen mens, aan geen kerkorde, aan geen synode, en de Heilige Geest waait waarheen Hij wil. Daar kan niemand over beschikken. Die kan niemand organiseren. Dat is Gods vrijmacht. 'Gaat daar staan'. Wij mogen niet klagen en zeggen: 'wij kunnen niet mee en wij kunnen niet weg'. Wij hebben maar één roeping. 'Gaat daar staan en verkondigt het Woord des Levens'. En in de gehoorzaamheid aan onze roeping mogen wij ons verzekerd houden van de belofte van Christus: 'Ik ben met u, Ik sta er achter, alle dagen tot aan de voleinding der wereld'.

Dr. W. Balke

Ga naar | Dossier Samen op Weg |