WAT VERANDERT ER PRECIES ALS DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND EEN FEIT IS?
Ds. Budding uit Waarder

Kerkorde
In artikel I.3 van de nieuwe kerkorde belijdt de kerk "in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest."
In de huidige kerkorde belijdt de kerk "in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als de bron der prediking en enige regel des geloofs."
De Heilige Schrift blijft dus de enige bron en norm van de kerk.

In artikel I.4 van de nieuwe kerkorde belijdt de kerk in gemeenschap, niet alleen met de Katholieke- en Gereformeerde belijdenisgeschriften, maar ook met de Onveranderde Augsburgse confessie en de catechismus van Luther.

In artikel 1.5 erkent de kerk de betekenis van de theologische verklaring van Barmen voor het belijden in het heden.
Bovendien erkent de kerk met de Konkordie van Leuenberg dat de lutherse en gereformeerde tradities door een gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie bijeenkomen.

Verandert met het gestelde in artikel 1.4 en 1.5 nu de belijdenisgrondslag van de kerk? Daarover lopen de meningen uiteen.
Het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk, hierna te noemen "het comité" meent van wel.
Door de toevoeging van de Onveranderde Augsburgse Confessie wordt de leer van de kerk veranderd. Omdat deze confessie op belangrijke onderdelen in strijd is met de Gereformeerde belijdenisgeschriften. Vooral twee zaken zijn ernstig te noemen. Aangaande de Doop wordt geleerd dat die noodzakelijk is voor het heil en "dat kinderen door de Doop aan God gebonden worden en door Hem in genade ontvangen worden." De Anabaptisten worden vervloekt die ervan overtuigd zijn, dat kinderen zonder Doop gered worden. Vervloekt worden ook de Anabaptisten die ontkennen dat degenen die eenmaal gerechtvaardigd zijn, de Heilige Geest kunnen verliezen.
In de theologische verklaring van Barmen komt een leer aangaande de Heilige Schrift naar voren die strijdig is met hetgeen geleerd wordt in artikel 2 van onze Ned. geloofsbelijdenis.
In de Konkordie van Leuenberg wordt de leer aangaande de verkiezing, zoals die in onze Dordtse leeregels beleden wordt, afgewezen op het punt van "de verwerping."
Bovendien wordt gesteld dat "de "verwerpingen" in de reformatorische belijdenisgeschriften met betrekking tot het avondmaal, de christologie en de predestinatie geen verband houden met de huidige stand van de leer."
Omdat het comité de uitdrukking "in gemeenschap met", opvat als "in overeenstemming met", wordt naar haar oordeel de belijdenisgrondslag fundamenteel veranderd, omdat daarin leringen worden opgenomen en erkend, die in strijd zijn met de Gereformeerde belijdenis.
Daarmee verlaat de kerk haar fundament en is zij niet langer exclusief Gereformeerd. Zij wordt nu gebouwd op een vals fundament, waarin waarheid en leugen gemengd zijn en allerlei dwalingen vrij geleerd mogen worden. Daarom acht zij het ongeoorloofd om met de verenigde kerk mee te gaan. Zij acht het een daad van gehoorzaamheid aan de Koning van de Kerk om vast te houden aan de waarheid Gods, zoals ze in onze Gereformeerde belijdenisgeschriften is vertolkt. Zij heeft het voornemen om, als de grondslag van de Protestantse Kerk niet verandert in Gereformeerde zin, de Hervormde Kerk voort te zetten op het oude fundament.

Het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en waarschijnlijk het grootste deel van de Gereformeerde richting in de Ned.Hervormde Kerk delen bovenstaande opvattingen en de conclusies van het Comité niet. Hun opvatting is globaal als volgt verwoord:
De Hervormde Kerk heeft al sinds de negentiende eeuw haar exclusieve binding aan de Gereformeerde belijdenis verlaten. De leiding en de meerderheid van de kerk waren in die tijd overwegend vrijzinnig. Diverse synodes maakten de kerk los van de letterlijke binding aan de belijdenis. Adressen van bezwaarden om de kerk weer terug te brengen tot haar oude grondslag werden afgewezen. Groen van Prinsterer typeert de toestand van de kerk in die tijd als volgt:
"De verloochening van deze waarheden in de Nederlandse Hervormde Kerk behoef ik voor u niet weer te schetsen. Elke beschrijving is te zwak. Naar de practijk te oordelen is er geen kerk meer. De waarheid is, ook in de Kerk, aan de leugen gelijk; wordt eigenlijk alleen, onder voorwaarde van de leugen te dulden, geduld."
Ook met onze huidige kerkorde die in 1951 werd aanvaard, vond geen terugkeer plaats tot de gereformeerde belijdenis. Prof.Severijn, de toenmalige voorzitter van de Gereformeerde Bond, had ook zitting in de commissie die de kerkorde voorbereidde. Hij verwoordde daarin het Gereformeerde standpunt. Hij zegt "dat de kerk door aanneming van artikel X(het huidige) zich officieel zal hebben losgemaakt van haar belijdenis als draagvlak van het kerkelijk geloof."

Ds I.Kievit zegt: "De belijdenisgeschriften zijn aan de kant gezet om de weg vrij te houden voor een nieuw belijden. Er is geen sprake van dat zij kerkrechtelijk norm zou zijn. De belijdenis is teruggedrongen tot een historisch document en beroofd van haar kerkrechtelijke betekenis."
De uitdrukking "in gemeenschap met de belijdenis", wordt helaas niet bedoeld als "in overeenstemming met" De laatste uitspraak van onze huidige synode verwoordt dit overduidelijk. "Wij zijn niet gebonden aan, wel verbonden met de belijdenis der vaderen."

De synode heeft sinds 1951 vele getuigenissen doen uitgaan die in strijd zijn met de Gereformeerde belijdenisgeschriften. De Konkordie van Leuenberg is in 1973 zelfs met algemene stemmen door de synode aanvaard. Volgende de formulering van onze huidige kerkorde, maakt zij daarmee deel uit van ons belijden.
Het enige wat nog houvast biedt in onze huidige en in de toekomstige kerkorde is, dat de Heilige Schrift enige bron en norm is. De Kerkorde eist geen letterlijke binding aan en aanvaarden van de belijdenisgeschriften, hoezeer wij dat ook betreuren. Daarom kunnen tegenstrijdige belijdenisgeschriften rustig naast elkaar staan. Er is en blijft helaas leervrijheid.
De Gereformeerde Bond heeft als doelstelling de waarheid te verdedigen en te verbreiden in de Ned.Hervormde Kerk. Zij weet die waarheid vertolkt in onze Gereformeerde belijdenis. Zij ziet het als haar roeping van Godswege die waarheid ook in de verenigde kerk te verdedigen en te verbreiden. Want de vrijheid om dat te doen blijft. Als die vrijheid ons ontnomen wordt komen wij in een andere situatie.

In ordinantie 1.1 wordt ook gesproken over het belijden.
"In het belijden van de kerk zijn de gemeenten verbonden met de belijdenis van het voorgeslacht, waarbij de hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken zich in het bijzonder verbonden weten met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie en de evangelisch-lutherse gemeenten in het bijzonder met de belijdenisgeschriften van de lutherse traditie.
De kerk erkent en respecteert deze bijzondere verbondenheid van de gemeenten.
De gemeenten erkennen en respecteren de (bijzondere) verbondenheid van andere gemeenten ten aanzien van de belijdenisgeschriften en zijn geroepen om in gehoorzaamheid aan het Woord van God te volharden en te groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk."

Bij de uitleg van deze ordinantie is er weer verschil van mening in het verlengde van het vorige. Het Comité is van mening dat degenen die meegaan in de fusie verplicht zijn de dwalingen van de lutherse belijdenisgeschriften te erkennen en te respecteren. Alleen door de dwaling te erkennen wordt de waarheid gedoogd. Daarom is het hen onmogelijk mee te gaan.

Het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is echter van mening dat hier geen respect en erkenning van dwalingen wordt gevraagd. Wel erkenning en respect voor hen die zich met de lutherse belijdenisgeschriften verbonden weten. Wij erkennen Luther als een kind van God en een grote in de genade. Wij respecteren hem ook. Dit zijn ook zijn belijdenisgeschriften. Dat betekent niet dat wij alle opvattingen van Luther onderschrijven en erkennen of respecteren. Daarom geeft de interpretatie van het Comité niet de bedoeling van deze ordinantie weer. Deze ordinantie dwingt ons niet enige dwaling te erkennen, maar wel elkaar te bevragen in gehoorzaamheid aan het Woord van God.

 

Een verandering in de Kerkorde, die ook ingrijpend is, wordt veroorzaakt door het ontbreken van een belangrijk artikel.
In artikel XXI staat: "Het huwelijk, als een inzetting Gods, zal heilig worden gehouden."
In de nieuwe kerkorde is bewust geen artikel over het huwelijk opgenomen.
In ordinantie 5 "De eredienst" wordt in artikel 3 over het huwelijk gesproken.
"De inzegening van een huwelijk van man en vrouw als een verbond van liefde en trouw voor Gods Aangezicht geschiedt in een kerkdienst."
In artikel 4 staat: "De kerkenraad kan- na beraad in de gemeente- besluiten dat ook andere levensverbintenissen van twee personen als een verbond van liefde en trouw voor Gods Aangezicht kunnen worden gezegend."

In deze ordinantie wordt het unieke van het huwelijk als inzetting Gods prijsgegeven. De bedoeling van deze ordinantie is om het ook mogelijk te maken dat homo-relaties kerkelijk worden gezegend, al wordt dat niet met zoveel woorden gezegd.
Alle Gereformeerde belijders nemen tegen deze ordinantie krachtig stelling. In feite is ze in strijd met artikel I.3 van de nieuwe kerkorde.
De beslissing om een relatie buiten het huwelijk te zegenen ligt bij de kerkenraad. Het is volgens de kerkorde niet mogelijk dat een kerkenraad tot zoiets gedwongen kan worden.

WAT VERANDERT ER NOG MEER?

Wie behoren bij de gemeente?
Volgens de huidige kerkorde behoren bij een Hervormde gemeente ook zij, die uit Hervormde ouders geboren zijn(geboorteleden). Daarin herkennen wij ons doopformulier.."dat zij als lidmaten van Zijn gemeente, behoren gedoopt te wezen."
In de nieuwe kerkorde behoren tot de gemeente alleen de belijdende- en de doopleden.
Volgens artikel III van de nieuwe kerkorde behoren tot de gemeente alleen de belijdende leden en de doopleden.. Gedachtig aan de trouw van de God van het verbond rekent de gemeente voorts tot haar gemeenschap de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden.

Hier wordt dus een begrenzing aangebracht. Eén generatie van niet gedoopten behoort nog tot de gemeenschap van de gemeente, niet tot de gemeente zelf. Daarna verdwijnen ze uit beeld. Nu worden geboorteleden alleen op hun verzoek uitgeschreven.

De verkiezing van ambtsdragers
De verkiezing van predikant

Volgens de nieuwe kerkorde Ord.3.5 stelt de kerkenraad een beroepingscommissie in, ter voorbereiding van de verkiezing en beroeping van een predikant. In de regel zitten daar behalve de leden van de kerkenraad ook een aantal gemeenteleden in.
De gemeente wordt uitgenodigd schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen die naar haar mening voor verkiezing in aanmerking komen.
De verkiezing vindt plaats in een door de kerkenraad belegde vergadering van stemgerechtigde leden der gemeente.
In een gemeente met meer dan 200 stemgerechtigde leden kan - met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering de verkiezing geschieden door de kerkenraad.

De verkiezing van overige ambtsdragers
De zes-jaarlijkse stemming blijft. De gemeente kan de kerkenraad elke zes jaar machtigen om na kennisname van de binnengekomen aanbevelingen een dubbeltal te stellen.
De ambtstermijn is vier jaar. Elke ambtsdrager is maar een maal terstond herkiesbaar. Dus de maximale zittingsduur is acht jaar. Nu is dat twaalf jaar.

Afvaardiging naar de classis
Elke kerkenraad vaardigt uit zijn midden twee ambtsdragers af. Het breed moderamen bepaalt volgens rooster welke ambten dit zullen zijn. De predikant is niet meer automatisch afgevaardigd, maar draait mee in dat rooster.

Ringverbanden
De classicale vergadering kan op verzoek van een aantal kerkenraden betrokken gemeenten samenbrengen in een ringverband.
Het ringverband heeft tot taak de regeling van de waarneming van het werk van de predikant in die tot het ringverband behorende gemeenten, waaraan geen predikant verbonden is, met inbegrip van het aanwijzen van een consulent.
Tot dusver warende ringverbanden geografisch bepaald. Dat is straks niet meer het geval. Gemeenten die zich geestelijk verwant weten, kunnen samen een ringverband vormen. Vandaar uit worden ringbeurten en consulentschappen geregeld.

De doop
In de huidige Kerkorde wordt bepaald dat de Heilige Doop bediend wordt aan de kinderen der gemeente en aan degenen die niet als kind zijn ten doop gehouden na het doen van openbare geloofsbelijdenis.. In Ord.8.1 wordt gesteld dat de kerkenraad opzicht houdt dat de doop heilig wordt gehouden en door de ouders en verzorgers voor hun kinderen wordt begeerd.
In de nieuwe kerkorde staat in artikel VIII dat de doop wordt bediend aan hen voor wie of door wie de doop begeerd wordt, nadat het geloof door en met de gemeente beleden is.. In ordinantie 6.1 wordt de gemeente opgewekt tot de viering van de doop, in het bijzonder van de doop van de kinderen der gemeente.
"Opzicht over" is veranderd in "opgewekt tot" De deur naar de volwassendoop is opengezet. De verantwoordelijkheid berust bij de kerkenraad.

Het avondmaal
De kerkenraad bepaalt of alleen belijdende leden of ook doopleden aan het avondmaal kunnen deelnemen. Tot dusver hadden alleen belijdende lidmaten toegang tot het avondmaal.

Belijdenis des geloofs
Volgens Ord.9.5 kunnen ouders die de doopvragen beantwoorden onder de belijdende leden worden opgenomen. De kerkenraad bepaalt daarbij op welke wijze de voorbereiding daarop zal plaats vinden.

Zij die als dooplid verkozen zijn tot ambtsdrager en deze verkiezing hebben aanvaard, worden onder de belijdende leden van de gemeente opgenomen. Zonder belijdeniscatechese en openbare geloofsbelijdenis kunnen mensen ineens ambtsdrager zijn. Waarschijnlijk is deze bepaling opgenomen omdat men in veel miodden-orthodoxe gemeenten bijna niet aan ambtsdragers kan komen.

Financiën
Er zijn plannen om de afdracht aan de hogere kerkelijke organen en de regeling voor de predikantstractementen ingrijpend te wijzigen.
Tot dusver vond de afdracht naar de hogere organen plaats volgens het aantal lidmaten. In de toekomst zal er een heffing komen in een percentage van de inkomsten aan levend geld. Wat dit precies voor onze gemeente betekent is op dit moment moeilijk te overzien. Maar gezien de inkomsten van onze gemeenten, is te verwachten dat die afdracht in de toekomst hoger zal zijn. De principebesluiten zijn hierover reeds genomen. De nieuwe regeling zal gefaseerd worden ingevoerd.
Ten aanzien van de predikantstractementen zijn er nog geen definitieve besluiten. Wel zijn er plannen om de afdracht aan de raad voor predikantstractementen drastisch te verhogen, zodat elke gemeente een naar verhouding klein basisbedrag moet opbrengen ter handhaving van de predikantsplaats. De heffing voor de raad van predikantstractementen zal ook wel genomen worden over de inkomsten aan levend geld. De grondgedachte zal zijn dat de meer draagkrachtige gemeenten de minder draagkrachtige- moeten steunen.

Toch kan deze maatregel zich tegen de hogere instanties keren. Als gemeenten maar een laag basisbedrag nodig hebben voor hun predikantsplaats, kunnen zij gemeenteleden adviseren hun bijdrage op een meer verantwoorde wijze te besteden. Geven is nu eenmaal vrijwillig.

Het is ook nodig dat we ons bezinnen op de consequenties van het bovenstaande.

Zij, die het gedachtengoed van het Comité onderschrijven hebben aangegeven dat zij onmogelijk op deze basis met de fusie meekunnen. Het Comité heeft geadviseerd in dat geval de gemeente voort te zetten op basis van de huidige kerkorde. Men meent dat als de kerkenraad (in meerderheid) zou besluiten niet mee te gaan, dat dit besluit voor de gehele gemeente geldig is. Alle gemeenteleden zouden door dit kerkenraadsbesluit automatisch gebonden zijn. De gemeente kan met behoud van de kerkelijke goederen en registers de Hervormde Gemeente voortzetten buiten het verband van de Protestantse Kerk in Nederland. Degenen die het met dit kerkenraadsbesluit niet eens zijn, moeten dan hun lidmaatschap opzeggen. In deze visie zou de kerkenraad het hoogste ambtelijke orgaan in de kerk zijn.
De gemeenten die dan de Hervormde Kerk voortzetten vormen dan een kerkverband buiten de gefuseerde kerk. Ongeveer zeventig predikanten hebben verklaard de Hervormde Kerk te willen voortzetten buiten de Protestantse Kerk in Nederland. Te verwachten is dat een aanzienlijk deel van de Hervormd Gereformeerde richting hen zal volgen. De predikanten die de Hervormde kerk op deze wijze willen voortzetten komen uit heel de breedte van de Gereformeerde Bond. Het kerkverband wat hieruit zal ontstaan zal het meest vergelijkbaar zijn met de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Deze visie is geheel in strijd met de huidige Hervormde Kerkorde. Elke kerkenraad is gebonden aan de besluiten van de Generale synode. Omdat de Hervormde Kerk, een kerk is en niet een verzameling van kerken, is het niet mogelijk, dat een plaatselijke kerk de Hervormde gemeente voortzet, tegen de besluiten van de Generale synode in. Dit besluit van de kerkenraad is een onkerkordelijk besluit. Elk lid van de gemeente kan dit besluit aanvechten bij de bevoegde instanties en dit nietig laten verklaren. Besluiten in strijd met de kerkorde zijn niet rechtsgeldig. Een kerkenraad heeft niet de bevoegdheid zodanige besluiten te nemen.
Wie met het besluit van de Generale synode tot fusie een onoverkomelijk bezwaar heeft , heeft juridisch geen andere mogelijkheid dan zijn lidmaatschap van de kerk op te zeggen. Zij kunnen zich opnieuw groeperen in een kerkverband. Maar juridisch hebben zij geen recht op de naam en de bezittingen van de Hervormde gemeente. De Hervormde gemeente wordt gewoon voortgezet door de ambtsdragers en leden die in geweten de kerk niet kunnen verlaten ook al besluit zij tot fusie. Als het merendeel van de ambtsdragers de kerk zou verlaten, kan er ambtelijke hulp worden ingeroepen bij de classis tot het aantal ambtsdragers weer voltallig is. Het merendeel van de Hervormd Gereformeerde predikanten en leden, zal naar verwachting in de kerk blijven. Onder hen zijn ook een aantal van de bevindelijke richting( Ds C.Stelwagen, Ds A.Simons, Ds J.Lohuis, Ds L.H.Oosten, Ds J.A.v.d.Berg en anderen)

Beide visies staan lijnrecht tegenover elkaar en kunnen tot onverkwikkelijke situaties en tot langdurige en dure processen leiden.
Door de Generale synode zijn commissies van zorg ingesteld die bij problemen, de gemeenten bezoeken. Zij proberen zo mogelijk bezwaren weg te nemen bij hen die de kerk willen verlaten. Als dat niet lukt is het hun taak zo mogelijk te komen tot een minnelijke schikking ,waarin beide groepen zich kunnen vinden. Het bereiken van zo'n minnelijke schikking zou veel verbittering en langdurige processen kunnen voorkomen.

Als wij in gezamenlijkheid zouden kunnen besluiten in de kerk te blijven, is het van groot belang dat wij een goed beleidsplan hebben.
Daarin moeten wij o.a. vastleggen:
* Dat wij een Hervormde Gemeente zijn en blijven
* Dat wij ons binden aan de Gereformeerde belijdenis
* Dat wij geen buitenechtelijke relaties zegenen.
* Dat wij de kinderdoop handhaven.
* Dat wij geen doopleden aan het HA toelaten.
Wij kunnen dan eerlijk "ja" zeggen, als het gaat om de leer die in de christelijke kerk alhier geleerd wordt. Dat is dan volgens het officieel goedgekeurde beleidsplan, de leer volgens de drie formulieren van enigheid. Volgens de nieuwe kerkorde hebben gemeenten het recht hun verbondenheid aan die leer uitdrukkelijk te belijden en te beleven.
Plaatselijk verandert er niets wat echt fundamenteel is. De naam, de leer, de prediking en de wijze van gemeente-zijn blijven zo geheel hetzelfde.

Laten we de Heere vurig smeken of wij voor scheuring bewaard mogen worden en de Heere nog wonderen doet op ons noodgeschrei. Zodat we als broeders samen kunnen wonen. Want dat alleen is liefelijk.

ds. Budding, Waarder

Ga naar | Dossier SOW |