De Waarheidsvriend, 23 oktober 2003
Van tijd tot tijd klinkt het verwijt als zou
het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond
in zijn standpunt inzake SoW veranderd zijn. Binnenkort hoopt het hoofdbestuur
zich hierover in de Waarheidsvriend te verantwoorden. Maar genoemd
verwijt is tegelijk de reden dat wij bijgaand ingezonden artikel van ds. C.
den Boer
opnemen, jarenlang betrokken bij het beleid zelf. In 1980 reeds sprak ds. Den
Boer
op de predikantencontio van de GB over Samen op Weg. RED. DE WAARHEIDSVRIEND
Telkens horen en lezen wij dat voorgangers in onze kring nu reeds uitgesproken willen hebben dat zij niet meegaan, als straks de fusie een feit is. Fusie van (drie) kerken betekent immers opheffing van bestaande instituten en vorming van een nieuw instituut. Dan is dus de Nederlandse Hervormde Kerk weg en is het instituut van de Vaderlandse Kerk verleden tijd geworden. En dat is in de geschiedenis van die kerk nooit voorgekomen. Het is iets ongehoords. Vraagt God dan niet van ons, die de verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde (Geref.) kerk steeds hoog in het vaandel geschreven hadden, dat wij weigeren ons tot het einde toe (tot en met het fusiebesluit) te laten meenemen in iets waar wij met heel ons hart en geweten tegen zijn? Of is het ons veeleer geboden om te buigen onder de oordelen van God en die niet uit de weg proberen te gaan, door eigen gekozen wegen te bewandelen? Om met Kohlbrugge te spreken: Laat ons niets-doen!? Heilig niets-doen!?
Is ons 'nee' tegen SOW een 'ja' voor afscheiding?
Ik moet eerlijk erkennen dat ik lang geaarzeld heb om wat ik nu ga schrijven
aan het papier toe te vertrouwen. Lange tijd heb ik gedacht dat we geen andere
uitspraak moesten doen dan die van Putten-1992. 'Wij kunnen niet mee, wij kunnen
niet weg'.
Ook neigde ik er soms toe om het elkaar toe te roepen dat wij in geen geval
lid moe ten willen zijn van een gefuseerde kerk, zoals de kerkleiding die al
jarenlang van zins is te formeren. Dan maar liever apart blijven. Dan zich maar
laten afscheiden. Er kome van wat ervan komt. Het gaat met de Nederlandse Hervormde
kerk al zo lang bergafwaarts. Het kan eigenlijk niet erger. Wat ik echter nu
ga schrijven, is een andere positiebepaling. Laat ik voorop zetten dat ik de
beoogde fusie van de Nederlandse Hervormde Kerk met de Gereformeerde Kerken
in Nederland en de Lutherse kerk (geen federatie, geen unie van kerken dus,
maar een fusie) zal ervaren als een oordeel van God. Het is echter nog niet
zover. Het is ook nog niet gezegd dat een hervormde synode met tweederde meerderheid
tot zoiets besluit.
Maar het zou zover kunnen komen.
Welnu, de reden waarom ik tegen de eenwording van die drie kerken ben, is door
het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in allerlei toonaarden al sinds jaren
onder woorden gebracht. En er zijn ook genoeg alternatieven aangedragen die
synoden tot nadere bezinning hadden moeten brengen. Kortom, de reden waarom
ik niet geloof in het goed recht van de beoogde fusie van kerken, is duidelijk
een andere dan de reden waarom bijvoorbeeld een tweetal gerenommeerde gereformeerde
mannen (de socioloog G. Dekker en pastorale theoloog G. Heitink) onlangs nog
stelden dat zij tegen de fusie van de drie kerken waren. Zij vreesden dat daardoor
het kerkelijk-gereformeerde beginsel van de pluraliteit door de hervormde top-down
hiërarchie zou ondersneeuwen. Mijns inziens echter is het vooral de minimalisering
van het gereformeerd karakter van de kerk blijkens de kerkorde van die nieuwe
kerk, dat ons noopt om tegen het fusiebesluit te stemmen.
Sluit de ogen niet voor de werkelijkheid
Wij moeten echter - dunkt mij - niet blind zijn voor wat er gebeurt op het moment
dat de voorgestelde fusie een feit is geworden en men zou besluiten om zich
te onttrekken aan dit kerkverband. Het is al wel duidelijk geworden dat niemand
op zijn eentje - trouwens ook niet met honderden en duizenden anderen - de Nederlandse
Hervormde Kerk kan voortzetten. Zodra op synodaal niveau het besluit gevallen
is om als drie kerken voortaan de Protestantse Kerk in Nederland te vormen,
heeft die kerk de door die kerken aanvaarde nieuwe kerkorde als basis. De hervormde
kerkorde van 1951 bestaat dan niet meer. En het is dan ook onmogelijk en ook
onbegrijpelijk dat zij die met de fusie niet meegaan, zich op die kerkorde van
1951 zouden willen beroepen. De voorgenomen vereniging vindt plaats in de vorm
van een kerkelijke fusie. Dat houdt in dat de drie 'partners' - onder toepassing
van eigen overgangsrecht - verder gaan in één rechtspersoon, in
één kerk. Ze houden niet ieder voor zich op te bestaan, zelfs
niet op een ondeelbaar moment op 30 april 2004, maar zij blijven bestaan, zij
het in één verband met de andere kerken en onder een aangepaste
kerkorde.
Dit uitgangspunt betekent dat het niet zo is dat de drie kerken gezamenlijk
besluiten om een nieuwe kerk op te richten en dan vervolgens de oude kerken
(rechtspersonen) opheffen. Het betekent dat de drie kerken volstaan met het
wijzigen van hun bestaande kerkorden, vanzelfsprekend in die zin dat ze alle
drie precies dezelfde tekst aannemen, en het besluit dat deze vernieuwde kerkorde
geldt in de kerk, nadat die verenigd is. Hervormd-gereformeerden kunnen ook
alles wat hun altijd dierbaar was, behouden. Zij mogen dat ook publiek uitspreken.
Maar juridisch gesproken, kunnen wij niet zeggen: Ik blijf gewoon hervormd.
Want dan is er geen hervormde kerkorde meer. Wie straks geen deel wil uitmaken
van de nieuwe kerk - de Protestantse Kerk in Nederland -, zal dat moeten.kenbaar
maken door persoonlijk te bedanken als lid van die kerk. Als een dominee zegt:
'Ik ga niet mee', is daarmee nog niet gezegd dat zijn kerkenraad en gemeente
ook niet meegaan. Predikanten die nu al weten dat zij straks niet meegaan, moeten
dus wel bedenken dat zij ook nog een kerkenraad en gemeente hebben die recht
van spreken hebben. Stel nu dat tweehonderd leden van een bepaalde gemeente
tot het besluit komen om zich te onttrekken aan het nieuwe kerkverband van de
PKN, dan zouden zij tezamen een kruis gemeente (gemeente onder het kruis) kunnen
vormen. En stel dat er zo in ons land twintig 'kruisgemeenten' zouden ontstaan,
dan zouden die twintig kruisgemeenten - aangenomen dat zij geen aansluiting
zoeken bij een bestaand kerkverband - een nieuw kerkverband kunnen gaan vormen.
Daarbij gaan we er echter wel vanuit dat die gemeenten onderling op één
spoor zouden zitten; wat ook niet bij voorbaat vaststaat. Maar ook al geloven
wij diep in ons hart dat dit nieuwe kerkverband in kern de voortzetting van
de Nederlandse Hervormde Kerk kan zijn (juridisch een onmogelijk zaak), dan
blijft ons toch slechts een nieuwe kerk der afscheiding over, waarin alle voorzieningen
die er sinds eeuwen in de Nederlandse Hervormde Kerk waren, van de grond af
moeten worden opgebouwd (instelling van ambten en sacramenten, kerkorde, kerkelijke
bezittingen, traktementen van kerkelijke arbeiders, opleiding van predikanten,
enz.). 'I'Histoire se répète' - de geschiedenis herhaalt zich.
Inderdaad, afscheiding is al heel vaak gebleken te zijn een repeterende breuk.
Een heilloze weg
Dit alles is naar mijn vaste overtuiging een heilloze weg. En het lijkt mij
ook dat het hoog tijd is geworden om dat aan onze gemeenten duidelijk te maken
en niet langer bezig te blijven met het losmaken van krachten die men straks
niet meer in de hand heeft. Organisatie van het verzet in het huidig tijdsbestek
is een doodlopende weg. Ik neem het mijn collega's die op dit moment druk bezig
zijn met het promoten van een meldpunt voor personen/ambtsdragers die ter gelegenheid
van een fusiebesluitwensen af te haken, hoogst kwalijk dat zij hierdoor velen
klaarmaken voor het beginsel van de afscheiding.
Ik blijf nog even voor mijzelf spreken. Het zal mij uiterst zwaar vallen om
mij te laten meenemen in een zogenaamd 'onomkeerbaar' proces waarin drie kerken
gefuseerd worden. Maar het is zeker nog zwaarder om zich hiervan te ontdoen.
Plaatselijke gemeenten van de Gereformeerde Kerken krijgen tot geruime tijd
na de fusie de gelegenheid om zich buiten het (gefuseerde) kerkverband te zetten.
Zo'n regeling is er niet voor plaatselijke hervormde gemeenten. Want de Nederlandse
Hervormde Kerk is in tegenstelling tot de Gereformeerde Kerken (meervoud) geen
optelsom van plaatselijke gemeenten, maar een synodaalpresbyteriale kerk waarin
plaatselijke gemeenten met hun kerkelijke bezittingen bij het landelijke kerkverband
behoren. Welnu, als het een illusie is om te denken dat de Nederlandse Hervormde
Kerk, nadat de beoogde fusie een feit is geworden, kan blijven voortbestaan,
dan is de keuze van hen die bedanken voor het lidmaatschap van de gefuseerde
kerk, een keuze voor afscheiding. Men scheidt zich dan weliswaar niet in actieve
zin af, men laat zich afscheiden. Maar afscheiding blijft het. En laat niemand
vergeten dat dit ook ingrijpende gevolgen zal hebben voor hen die achterblijven.
In de eerste plaats zullen er scheuren gaan lopen dwars door gemeenten, families
en gezinnen heen. Er zal onderlinge vervreemding optreden. Ik vrees zelfs dat
zij die de vrijmoedigheid niet hebben om hun lidmaatschap op te zeggen, in de
ogen van hen die bedanken als lid van de kerk, voor vijanden van de waarheid
zullen worden gehouden. Daar komt nog iets bij. Zij die niet meegaan, zullen
ook niet langer hun financiële verplichtingen (vrijwillige bijdragen) binnen
de kerk waartoe ze behoorden, meer nakomen. En dat zou dan wel eens ten koste
kunnen gaan van menige predikantsplaats.
Ik ga nog een stap verder. Alleen als men kan zeggen dat het behoren bij de
beoogde gefuseerde kerk, het lidmaatschap van een valse kerk inhoudt, heb ik
de plicht mij daarvan af te scheiden. Maar is het dan niet onverantwoord om
nu reeds te beweren dat binnen die beoogde gefuseerde kerk nergens meer de merktekenen
van de ware kerk te vinden zullen zijn. Als God het geeft, zal daar zeker volop
ruimte zijn voor de reine predikatie van het Evangelie (met Jezus als het enig
Hoofd), voor de zuivere bediening der sacramenten, zoals Christus die heeft
ingesteld en voor de kerkelijke tucht.
Derhalve komt het niemand toe zich van die kerk af te scheiden. Aldus artikel
28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Op onze post gebleven
Mijn conclusie kan geen andere zijn dan deze: ook als de Nederlandse Hervormde
Kerk onverhoopt opgaat in een nieuw kerkinstituut, dan zal ik daar blijven pleiten
voor het goed recht van het 'hervormd-zijn' in gereformeerde zin. En al heb
ik dan geen hervormd been meer om op te staan, dan zal mijn hart hervormd blijven,
zolang God het geeft.
Daar moet nog iets aan worden toegevoegd. In die gefuseerde kerk van straks
zal - naar wij geloven en blijven hopen - altijd nog een beroep mogelijk blijven
op de belijdenis der Reformatie. Het staat ook niet bij voorbaat vast dat er
in een gefuseerde kerk als de beoogde een gereformeerd leven naar Schrift en
belijdenis onmogelijk is. Het omgekeerde mogen wij veeleer verwachten. En in
die verwachting kan de Heere ons tot een zegen stellen voor hen die van dat
leven naar Schrift en belijdenis zijn vervreemd of daar zelfs een vijand van
zijn. Al moet er meteen bij gezegd worden dat dat gereformeerde leven in de
praktijk wellicht zal bestaan bij de gratie van de hoog in het kerkelijk vaandel
geschreven pluraliteit. Voor het overige mogen wij er ons van bewust blijven
gereformeerd te zijn, omdat wij steeds gereformeerd moeten worden ('ecclesia
semper reformanda' - de kerk moet altijd weer hervormd/gereformeerd worden).
Laat ons hart en leven te allen tijde hervormd blijven in gereformeerde zin.
Of om nog eens met Kohlbrugge te spreken: 'De Gereformeerde Kerk is hier en
dan wijs ik op mijn binnenkamer, op mijn Bijbel en op mijn hart'. En het voornaamste
blijft dan toch 'dat ik van de Kerk een levend lidmaat mag zijn en eeuwig zal
blijven' (Heid. Cat., Zondag 21).
C. den Boer, Barneveld
Bron: De Waarheidsvriend - wekelijks orgaan van de Gereformeerde Bond

Ga naar | Dossier SOW |