Om de waarheid - De Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk

Door: Dr. J. Hoek, Veenendaal

(Directeur van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond 'Johannes Calvijn' en opleidingsmanager Godsdienst Pastoraal Werk bij de Christelijke Hogeschool Ede)

De Gereformeerde Bond (GB) in de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK) is een stroming die sterk gekant is tegen afscheiding. In 1906 werd deze organisatie opgericht om binnen de NHK het verzet tegen vrijzinnigheid te bundelen. Aanleiding was een geruchtmakende uitspraak van dr. Louis Bähler, die stelde dat hij Boeddha hoger waardeerde dan Jezus. De oorzaak lag dieper: ook na de gevoelige aderlatingen die de NHK in 1834 (de Afscheiding onder leiding van ds. Hendrik de Cock) en in 1886 (de Doleantie onder leiding van dr. Abraham Kuyper) had ondergaan, waren er nog vele rechtzinnigen achtergebleven die hun kerkelijk erf niet wensten te verlaten, maar zich evenmin konden verenigen met de liberale theologie.
De GB bleef de leiding van de NHK (de synode) onverdroten aanspreken op trouw aan haar eigen belijdenis, dat wil zeggen de uit de tijd van de Reformatie daterende 'Drie Formulieren van Enigheid' (de Heidelbergse Catechismus, 1563; de Nederlandse Geloofs Belijdenis,1561, en de Dordtse Leerregels, 1619). De GB verstaat zichzelf liever niet als een modaliteit die spanningsloos naast vertegenwoordigers andere opvattingen bestaat. Dat is haar te vrijblijvend en te 'postmodern'. Zij ziet zichzelf liever als een richting die haaks staat op de vrijzinnigheid en met felheid en bewogenheid het geding om de waarheid voert.

Verspreidingsgebied

Landelijk gezien bleef de GB altijd een minderheid (ter synode behoorde nooit meer dan een kwart van de afgevaardigden tot de GB). Van de meelevende kerkgangers behoort overigens wel een derde deel tot de GB, of zij voelen zich in elk geval met deze organisatie verwant. Plaatselijk werd het kerkelijk leven in vele gemeenten door de GB gestempeld, met name op de Veluwe, de Zuid-Hollandse eilanden, in de Alblasserwaard en de Bommelerwaard en verder verspreid in de 'Bible-belt'. Dat betekent dat men in die gemeenten uitsluitend de oude psalmen uit 1773 zingt (althans op zondag in de kerk), dat er gelezen wordt uit de Statenvertaling uit 1637, dat er geen vrouwen tot de ambten worden toegelaten en dat een stevige preek van zo'n drie kwartier het hoofdbestanddeel uitmaakt van de erediensten.
De GB-gemeenten worden gekenmerkt door grote trouw in de kerkgang. Het is geen uitzondering dat de kerk zowel 's morgens als 's avonds geheel gevuld is met kerkgangers. Toch gaat de opkomst in de zondagavonddienst (vanouds de leerdienst waarin een zondagsafdeling van de Catechismus wordt behandeld) op vele plaatsen achteruit. Ook binnen de GB kent men de vragen rond de overdracht van de eigen traditie aan jongere generaties. Er zijn gelukkig heel wat jeugdige kerkgangers, catechisanten, bloeiende jeugdverenigingen, maar er zijn ook jongeren die langzaam maar zeker vervreemden van het erfgoed van het vrome voorgeslacht.

Kracht en zwakte

De zwakte van de GB ligt in een neiging tot traditionalisme: iets is goed, omdat het oud en vertrouwd is. De kracht ligt in een persoonlijke geloofsbeleving die de GB in staat zou moeten stellen om te onderscheiden waar het op aan komt en met overtuigde medechristenen coalities te sluiten om zo aan de juiste fronten ten strijde te trekken. Deze geloofsbeleving is te typeren als orthodox en bevindelijk.
Met 'orthodox' bedoel ik in dit verband het strikt vasthouden aan het dogma van de vroegchristelijke kerk (triniteit, christologie) en aan de kernpunten van de Reformatie ('sola Scriptura', het gezag van de Heilige Schrift staat boven alle tradities, hoe oud en eerbiedwaardig die ook mogen zijn; 'sola gratia' en 'sola fide', 'door genade alleen' en 'door het geloof alleen', dus een krachtig benadrukken van de onvoorwaardelijke genade van God die geen aansluiting vindt bij menselijke prestaties of deugden, maar neerkomt op herschepping van het totaal door de zonden verdorven menszijn.)
'Bevindelijk' houdt een antenne in voor de verborgen omgang met God, een spiritualiteit die zich sterk herkent in de Psalmen. God is de Heilige en Verhevene, maar tegelijkertijd de Vriend, die innig gekend en bemind wordt. Er lopen ondergrondse verbindingen tussen deze reformatorische vroomheidsbeleving en de genadeleer van Augustinus, de mystiek van Bernardus van Clairvaux, de vroomheid van Thomas à Kempis, de spiritualiteit van Blaise Pascal. Dit alles kan een zekere somberheid over het leven leggen, maar anderzijds kan het een diepe en onaantastbare zekerheid en vreugde geven, waardoor mensen stevig en 'gunnend' in het leven staan. Dat laatste wil zeggen dat ze er op uit zijn anderen te winnen voor wat ze zelf als hun diepst geluk ervaren: een persoonlijke relatie met God in Christus.

Zorgen van de Gereformeerde Bond

De zorgen van de GB zijn vooral gegeven met het Samen op Weg (SOW)-proces, de stappen die gezet worden om te komen tot hereniging van de NHK met de Gereformeerde kerken in Nederland, waarvan het bestaan teruggaat tot 1834 en 1886, en de kleine Evangelisch Lutherse Kerk. De verontrusting concentreert zich op twee kristallisatiepunten: historische identiteit en confessionele integriteit. Blijft de NHK de eeuwenoude kerk van de Hervorming in Nederland, of wordt er in feite een nieuw kerkgenootschap opgericht? Er gaan aan de rechterflank van de GB stemmen op die stellen dat meegaan met SOW neerkomt op afscheiding van de NHK. Men kiest dan voor achterblijven, ook al komt dat feitelijk toch neer op zich los maken van het overgrote deel van de NHK. Het hoofdbestuur van de GB heeft echter uitgesproken ook binnen SOW de post niet te verlaten. In een verbrede protestantse kerk wil de GB blijven strijden voor 'de verdediging en de verbreiding van de waarheid'. Het blijft een moeilijk te verteren zaak voor de GB, dat naast de gereformeerde belijdenisgeschriften nu ook de lutherse Confessio Augustana in de confessionele grondslag van de kerk zal worden opgenomen.

Oecumene

Het zal duidelijk zijn dat de GB zich zeer terughoudend opstelt in oecumenische contacten. Zij staat verdenkend tegenover de Wereldraad van Kerken en afwijzend tegenover samenwerking met 'Rome'. Wel is er herkenning in ethisch opzicht met bijvoorbeeld de bisschoppelijke standpunten inzake abortus provocatus, euthanasie, het huwelijk etcetera. Iemand als bisschop Simonis ondervindt waardering voor zijn vasthouden aan kernen van het christelijk belijden tegenover allerlei vrijzinnige opvattingen. Maar waar hij klassiek 'roomse' standpunten verdedigt, haakt de GB met beslistheid af (bijvoorbeeld verering van Maria, primaat van de paus, celibaat van de priesters, transsubstantiatieleer). De GB wil graag samenwerken met kerken en christenen die voluit het gezag van de Bijbel als Woord van God erkennen.

Ga naar | Dossier Samen op Weg |