De Leuenberger Konkordie - gewikt en gewogen
De Konkordie beoogt gemeenschap
Bij de besprekingen in de generale synode van de NHK in 1973, die geleid hebben tot de aanvaarding van deze konkordie, is duidelijk gesteld dat de kerkgemeenschap in de zin van de Leuenberger Konkordie geenzins het doel had om kerken samen te voegen en te laten fuseren tot een oort algemene reformatorische kerk in Europa. De konkordie, die het karakter draagt van een compromis, moest, zoals gesteld werd, vooral gezien worden als een uitgangspunt voor verdere gesprekken.
Zelf beschrijft de konkordie in haar laatste hoofdstuk haar eigenlijke doel en geeft zij aan dat kerkgemeenschap in de zin van deze konkordie betekent dat kerken van verchillende belijdenis op grond van het vertaan van het Evangelie elkaar gemeenschap in Woord en Sacrament verschaffen en een zo groot mogelijke gemeenschappelijkheid in getuigenis en dienst nastreven. Daarbij nemen de kerken een binding aan de belijdenissen die bij hen gelden in acht.
Een unificatie die afbreuk doet aan de levende veelvormigheidvan het godsdienstige leven zou het wezen van de kerkelijke gemeenschap zoals deze hier wordt bedoeld weerspreken, zo stelt de konkordie zelf.De concept kerkorde van de Ver.Prot. Kerk in Nederland gaat echter blijkbaar beduidend verder dan de door de Leuenberger Konkordie bedoelde kerkgemeenschap, omdat zij de konkordie een plaats geeft in het kader van de fusie van kerken en haar plaats in een belijdend kader.
Naar haar eigen zeggen moet de Konkordie niet verstaan worden als een nieuwe belijdenis en laat zij de verbindende kracht van de belijdenissen in de deelnemende kerken uitdrukkelijk bestaan. Zo lijkt er dus geen grond te zijn voor de gedachte dat de Leuenberger Konkordie bepaalde elementen van de belijdenisgeschriften buiten werking zou stellen. Uitdrukkelijk is bij haar ontwerp ook gesteld dat men wilde vermijden dat de konkordie een norm tot interpretatie van de belijdenisgeschriften zou zijn.Toch moet er gewezen wordenop een zekere tweesporigheid, zo niet een innerlijke tweestrijdigheid in dit spreken, daar er toch in feite door de konkordie wel een interpretatie van de belijdenis geschiedt en zich daarmee feitelijk en concreet een daad van belijden voltrekt. Het gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie spitst zich in de Leuenberger Konkordie toe op de boodschap van rechtvaardiging als de boodschap van Gods vrije genade, als gemeenschappelijke overtuiging van de reformatorische belijdenisgeschriften.
Het exclusieve heilsmiddelaarschap van Jezus Christus wordt genoemd 'het centrum der Schrift' . Dit i dan de maatstaf van alle kerkelijke verkondiging. Op deze centrale basis zoekt men de gemeenschap der kerken.( )
Om welke gemeenschap gaat het nu?
De vraag rijst nu of de oecumene die de Leuenberger Konkordie beoogt vanuit het 'centrum der Schrift' dezelfde is als de 'oecumene van het hart' die we vinden bij de reformatoren. Kan men van de aanhangers van Leuenberg zeggen wat Calvijn zei van Luther en van de Zwitserse theologen: dat zij allen met hem in de ganse hoofdsom van de leer der godzaligheid wonderwel overeenstemden? Dat zij allen uit 1 mond leerden welke de rechte en onvervalste godsdienst was? Dat zij overeenstemden in de leer van Christus, de kracht van Christus, de genade van Christus, in de leer van het gebed, van de boetevaardigheid, van de vruchten van het geloof, van de kerkelijke tucht, van het rechte gebruik van de sacramenten en niet in het minst van het gezag van de Heilige Schrift?
Vanwaar dan zoveel kritiek, zowel van lutherse als van gereformeerde zijde, op de Leuenberger Konkordie?
De afstand die de Leuenberger Konkordie neemt van de verwerpingen der dwalingen die in de klassieke belijdenisgeschriften zijn opgenomen als voortvloeiend uit de kernpunten van de reformatorische leer, kan dan niet zijn in de geest van de reformatoren. Ten diepste worden hiermee de reformatorische belijdenissen in het hart aangetast.Hier moet worden gewezen op de fundamentele kritische reacties vanuit heel de belijdende beweging ('bekenntnisbewegung') in Duitsland op de Leuenberger Konkordie, die verdienen serieus te worden genomen. De reformatoren waren in hun belijdenis van de geloofswaarheden concreet, de Leuenberger Konkordie daarentegen munt uit in vaagheid. De reformatoren beoogden ondanks verschil een eenheid in het geloof. Ten aanzien van de Leuenberger Konkordie is echter wel gesteld dat men een eenheid niet zoekt in het geloof, maar in hetgeen men samen niet gelooft. Het gaat in de Leuenberger Konkordie niet om tweederangs geschilletjes die verdoezeld worden, maar om de waarheid van het Evangelie zelf. Om der waarheid wille moet dan ook de Leuenberger Konkordie worden afgewezen.
( )
Juist uit de lutherse beweging van theologen uit Duitsland, Denemarken, Noorwegen, IJsland, Zweden, Finland, en ook uit Amerika en Canada, kwam een stroom van bezwaren tegen de Leuenberger Konkordie los. Zij werden geformuleerd in de zgn. 'Ratzeburger Thesen', die samengevat op het volgende neerkomen:
1) De Leuenberger Konkordie brengt niet voluit het Evangelie tot gelding, want: zij verzwijgt de rechtvaardige toorn van God en dus het wonder van Zijn barmhartigheid in Christus; zij tekent de mens niet als liggend onder Gods toorn en om Christus' wil begenadigd; zij miskent de rechtvaardigende daad Gods; zij kent niet de 'genadige ruiling' (Christus mijn zonden, ik Zijn gerechtigheid) maar vervlakt dit tot een wereldse (horizontale) gerechtigheidsboodschap.
2) De Leuenberger Konkordie mist het beroep op de Heilige Schrift.
3) De Leuenberger Konkordie verzwijgt de fundamentele betekenis van de leer der Drie-eenheid, is dus vrijzinnig en neemt afstand van het hart van de Christelijke leer.
4) De Leuenberger Konkordie bedient zich onkritisch van moderne denkvormen, een liberale theologie die de denkvormen van de oude belijdenissen achterhaalt acht, een huldigt een wettisch georienteerd activisme.
5) De Leuenberger Konkordie bedient zich van dubbelzinnnige formuleringen; zij kan op allerlei manier worden geinterpreteerd, wat is tegenspraak is met het wezen van een konkordie (=eenstemmigheid).
6) De Leuenberger Konkordie wil feitelijk als een nieuwe belijdenis zijn en stelt als zodanig de verwerpingen der dwalingen in oude belijdenissen (denk aan de Dordtse Leerregels) buiten kracht.
7) De Leuenberger Konkordie maakt dus de geldigheid van de belijdenisgeschriften krachteloos, hetgeen betekent dat wie en de belijdenisgeschriften handhaaft en de konkordie ondertekent, zich schuldig maakt aan een dubbele waarheid. Dit moet wel weer tot nieuwe scheuringen leiden.
8) De Leuenberger Konkordie veroordeelt niet de valse leer, stort zodoende de gemeenten in verwarring en miskent dus de zielszorgelijke (pastorale) verantwoordelijkheid van de kerk.
9) Het dringende van de Leuenberger Konkordie tot een snelle overeenstemming is in strijd met de verantwoordelijkheid ten opzichte van verleden en toekomst.Overzien wij de bezwaren die door de verschillende belijdende gemeenschappen tegen de Leuenberger Konkordie zijn aan gevoerd, dan blijkt daarin een behoorlijke overeenstemming te bestaan. De bezwaren kunnen als volgt worden samengevat:
De Leuenberger Konkordie stelt de belijdenisgeschriften buiten werking (zij raken zogenaamd de huidige stand van de theologie niet); zij veroordeelt de valse leer niet; zij munt uit in vaagheid en het verzwijgen van kernbegrippen zoals de Drie-eenheid, de toorn van God, het gericht van God, de verzoening door voldoening; zij laat duister Wie Jezus is ('vere Homo, vere Deus' = waarachtig Mens en waarachtig God), zij ondermijnt het Schriftgezag; zij koestert een horizontale Koninkrijksverwachting en zij bedient zich bij dit alles van dubbelzinnige formuleringen. Duidelijk blijkt daaruit dat de Leuenberger Konkordie volkomen haaks staat op de leer van de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en bovenal op de Waarheid van de Heilige Schrift zelf.Zo is er het gevaar dat in tegenstelling tot de Reformatie de Leuenberger Konkordie een theologie laat binnensluipen die de Drie-enige God naar de achtergrond schuift en de kerk vooral anthropocentrisch (=met de mens in het middelpunt) vormt.
Bron: De Leuenberger Kondordie - gewikt en gewogen, een uitgave van de Gereformeerde Bond
Ga naar | Dossier Samen op Weg |