Lezing over S.o.W. door ds M. A. Kuijt
We willen vanavond met elkaar stilstaan bij een zeer aangelegen punt, namelijk de afronding van het SoW-proces en wat voor ge-volgen dat zou kunnen hebben voor u als gemeente. Allerwegen hebt u in de pers kunnen lezen dat het SoW-proces zijn voltooiing nadert. Volgens planning moet op D.V. 12 december het vereni-gingsbesluit genomen worden. Dan zal per 1 mei 2004 de NHK gefu-seerd zijn met de GKN en de ELK tot de PKN.
Voor sommigen onder u is het duidelijk: niet meegaan. Dat is naar de eis van Gods Woord. Anderen zeggen: je moet wel mee, ook al wil je niet. Je moet op je post blijven ook in een nieuwe kerk. Ik ga geen uitvoerig historisch overzicht geven van het SoW-proces. Wel wil ik de jaartallen 1992 en 1996 noemen.In 1992 vindt namelijk de bekende ambtsdragersvergadering in Putten plaats, waar de gevleugelde woorden klinken: 'wij kunnen niet mee en wij kunnen niet weg'. In 1996 is er opnieuw een ambtsdragers-vergadering nu in Amersfoort. Dan klinkt het geluid anders. Het hoofdbestuur van de GB beklemtoont dan: we kunnen niet zomaar weg. We moeten op onze post blijven. Vanaf Amersfoort wordt het rumoerig in de kring van de hervormd-gereformeerden. Sommigen menen een omslag te horen in het beleid van de GB. Zal zij toch meegaan richting de nieuwe kerk? Dat is voor velen een stap te ver. Het Comité tot behoud van de NHK wordt opgericht. Dit Comité beklemtoont: wij kunnen niet mee. Daartegenover stelt het hoofd-bestuur van de GB: we moeten wel mee. We hebben geen andere keus. Onder protest zullen wij deel moeten gaan uitmaken van de SoW-kerk en binnen die kerk strijden voor het recht van de gerefor-meerde belijdenis.
Sinds die tijd trekken het hoofdbestuur van de GB en het Hervormd Comité min of meer gescheiden op. De GB heeft in een Nadere Verantwoording juni 2000 duidelijk onderscheid aangebracht tussen de SoW-kerkorde en de SOW-kerk. De kerkorde wordt afgewezen, maar voor de SoW-kerk ligt het anders. Een kerk moet beoordeeld worden naar de kenmerken van haar eigen belijdenis en dat zijn: de zuivere bediening van het Woord, de zuivere bediening van de sacramenten en de tucht. Als die zaken gevonden wordt in de SoW-kerk durft het hoofdbestuur niet met deze kerk te breken. Ondanks het feit, dat zij het SoW-proces als zodanig hartgrondig afwijst. Evenals de kerkorde. Niet in het minst nu er officieel openingen zijn gemaakt naar het zegenen van alternatieve levensverbintenissen.
Laten we nu eerst eens gaan kijken naar de belijdenis van onze kerk om te zien hoe onze belijdenis spree-kt over de kerk. Om van daaruit meer zicht te krijgen op wat er nu in onze hervormd-gere-formeerde kring speelt. Ik begin dan met wat officieel naar bui-ten gebracht wordt als de hervormde visie op het kerk-zijn. Die visie werd o.a. ontvouwd in de synode-vergadering van september 2000 toen een notitie werd behandeld over de vraag of men zich kan afscheiden van de NHK. Is het mogelijk de NHK voort te zetten buiten de verenigde kerk?
Uitgangspunt in deze notitie is Zondag 21 van de Heid. Catechismus: "Wat gelooft gij van de heilige algemene christelijke kerk?" En dan luidt het antwoord: "Dat de Zone Gods uit het ganse mense-lijke geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitver-koren, door Zijn Geest en Woord in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven." Het gaat om de hoofdzin: "De Zone Gods vergadert, beschermt en onder-houdt." De NHK is openbaring van het lichaam van Christus. Christus is het Hoofd. Hij vergadert Zijn gemeente, plaatselijk, landelijk, wereldwijd. De onzichtbare kerk, die God Zich verkiest, wordt zichtbaar in de tijd, daar waar het Woord klinkt. De Kerk is niet van mensen. Zij is een collectieve een-heid. Zij wordt vergaderd. Passief! Dus: niet mensen (actief) verenigen zich maar Christus vergadert en verenigt. En hoe doet Hij dat? Luisteren we nog eens naar onze belijdenis. Hij doet dat "door Woord en Geest in enigheid des waren geloofs." Let er op dat er niet staat: dat doet Hij door belijdenisgeschriften. Nee, nooit kan een belijdenisgeschrift de plaats innemen van het Woord Gods en van de Heilige Geest.
De grondslag van de NHK als openbaring van het lichaam van Christus is dan ook niet de gerefor-meerde belijdenis al is die belijdenis zeer nauw met haar grond-slag verweven en bepaalt zij grotendeels de structuur van die Kerk, maar het Woord Gods is de grondslag. Christus vergadert door Geest en Woord Zijn Kerk. Nu is zondag 21 echter nog niet volledig geciteerd. Er staat nog meer. Zij het in een bijzin maar daarmee niet onbelangrijk. Christus vergadert door Geest en Woord, dat is de grondslag van de Kerk, maar wel "in enigheid des waren geloofs." Hier gaat het over de waarheid. Hier gaat het over het ware geloof dat gemeenschappelijk beleden wordt. Er is consensus, overeenstemming wat de geloofsinhoud betreft. De een-heid van de Kerk is niet te verkrijgen zonder de waarheid.
En nu komen de vragen. Is er in de NHK enigheid des ge-loofs? Wat is haar gemeenschappelijk ge-loofsinhoud? En dan kijken we naar de gereformeerde belijdenisge-schriften. Onze vaderen hebben in het verleden hun gezamenlijk beleden geloof, de enigheid des waren geloofs uitgedrukt en neergelegd in enkele belijdenisgeschriften, die door de kerk officieel zijn aanvaard. Naast de drie algemene christelijke belijdenisgeschriften zijn dat de drie formulieren van enigheid. Deze laatsten vormen wel niet de grondslag van de Kerk, want dat is het Woord, maar ze zijn wel nauw met het ont-staan van onze Kerk verweven en we geloven dat God ons deze belijdenissen geschonken heeft. Een geschenk van de Heere aan on-ze vaderlandse kerk.
Wat zien we nu echter in onze kerk door de eeuwen heen gebeuren? Dit: dat de belijdenisgeschriften in grote delen van de NHK niet functioneren om allerlei redenen. Dat heeft met name in de 19e eeuw tot grote verontrusting geleid binnen onze kerk. Groepen binnen onze kerk gingen -vanwege de lakse houding van de kerkleiding- de nadruk leggen op striktere handhaving van de belijdenis der kerk. Maar omdat zij geen gehoor vonden binnen de hogere organen van de NHK kwamen zij tenslotte naast de NHK te staan en gingen zij hun eigen kerkelijke weg. Ik denk aan de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886. Aan deze uittocht van gereformeerd-denkenden heeft de NHK schuld. Zij heeft trouwe leden, die voor het recht van de belijdenis opkwamen binnen hun eigen kerk nota bene, niet serieus genomen en hen in de richting van afscheiding gedreven.Ons past schuldbelijdenis naar die belijdende gelovigen toe, die zich in het verleden niet meer thuis-voelden in de NHK. Deze tot nieuwe kerkgenootschappen verenigde christenen leggen -vanwege de strijd die zij gevoerd hebben met de NHK- vanzelfsprekend alle nadruk op de belijdenis, want ze zijn ontstaan in de strijd om de handhaving van de belij-denisgeschriften. Voor hen staat of valt de kerk als het ware met de strikte handhaving van die belijdenis. Zij voeren dan ook graag het woord 'gereformeerd' in hun naam. Afgescheidenen hebben zich dus verenigd op grond van de belijdenis der kerk. Of nauw-keuriger gezegd: op grond van de handhaving van de belijdenis-geschriften van de kerk. Zij verenigen zich tot kerk op de grond-slag van de belijdenis. Daarmee hangt nauw samen de gedachte, dat de plaatselijke gemeente de volledige en eigenlijke kerk is. Ook dat is te verklaren: het waren immers plaatselijke groepen die in de 19e eeuw ontstonden uit de NHK, die samen als groep besloten tot het vormen van een nieuw kerkverband. Het landelijk verband komt voor hen op de tweede plaats. Iedere gemeente is min of meer zelfstandig. En kan zich weer losmaken van het kerkverband.
De officiële naam van de NHK is niet: Hervormde Kerken (meer-voud!) maar Hervormde Kerk (enkelvoud). Die ene Hervormde Kerk, die niet gedeeld kan worden, bestaat uit alle hervormde gemeenten (meervoud). Een hervormde gemeente is nooit zonder een Hervormde Kerk. Zij is onlosmakelijk met de NHK als geheel verbonden, pres-byteriaal-synodaal.
Samenvattend: De Kerk is niet daar, waar de gereformeerde belij-denisgeschriften worden ondertekend en gehandhaafd, maar waar de zuivere bediening van het Woord en van de sacramenten plaatsvindt met daaraan gekoppeld de tucht. Dat zijn de kenmerken van de ware Kerk. En daarmee blijft onze NHK in de lijn van haar eigen belij-de-nis. Denk aan de art.27-29 van de NGB die over de kenmerken van de ware Kerk spreken. En zolang die kenmerken voor de NHK gelden, hebben hervormd-gereformeerden niet met deze kerk durven breken. Onze vaderen hebben beleden, dat afscheiding alleen geoorloofd is als niet meer naar het Woord gepredikt en geleefd mag worden. Wanneer de gezonde leer ontbreekt en zij die de gezonde leer aan-hangen in de ban gedaan worden, zoals ten tijde van de Refor-matie, toen er binnen de Rkkerk geen ruimte was voor het hart van het evangelie: namelijk de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze om niet. Op zo'n moment is afscheiding plicht. Dan moeten we God meer gehoorzamen dan alle concilies, synodes en be-sluiten der kerk.
Wanneer ik de houding van de hervormd-gereformeerden de laatste jaren overzie en ook als voormalig synode-lid wat dichter bij het vuur heb gezeten, zie ik bij de discussies die gevoerd zijn bin-nen onze gelederen twee lijnen lopen, gemakshalve genoemd: lijn A en lijn B (en dan staat B voor belijdenis).Zij die op lijn A zitten leggen nadruk op de eenheid van de kerk, het volkskerkkarakter van de NHK bepaald door verbond en doop. In die visie valt alle nadruk op het Woord en de woordbediening. Waar het Woord is, daar is de kerk. In die visie wordt de NHK niet opgeheven in de nieuw te vormen kerk, maar is er continui-teit, voortgang. Daarin wordt zij geruggesteund door de kerkorde, die stelt dat de SoW-kerk ondermeer uit alle hervormde gemeenten bestaat. De NHK wordt niet opgeheven. Nee, de NHK wordt opgenomen in een nieuw breder verband. Plaatselijk verandert er nauwelijks iets. Een plaatselijke gemeente blijft gewoon hervormd heten. In een beleidsplan worden de zaken vastgelegd die bepalend zijn voor de identiteit van de betreffende gemeente. De kerkenraad bepaalt hoe de eredienst eruit ziet, wie er voorgaan, wie mogen stemmen, wie aan het H.Avondmaal mogen enz. Daar bemoeit de synode zich niet mee. In de visie van de synode wordt het hervormd leven binnen de gefuseerde kerk gewoon voortgezet op de manier zoals dat nu gebeurt. Een hervormde gemeente, die plaatselijk niet wil fuseren, blijft gewoon hervormde gemeente zij het binnen de PKN. De identiteit is gewaarborgd. Wie niet meegaat in de SoW-kerk, scheidt zich dus volgens lijn A af van de Kerk die rondom het Woord vergaderd wordt. Bovendien, zo wordt gezegd: de geref. belijdenis-geschriften gaan allemaal mee. En hervormde gemeenten spreken zich uit voor een bijzondere verbondenheid met deze ge-schriften. En erkennen en respecteren dat andere gemeenten zich gebonden weten aan lutherse geschriften. Hervormde gemeenten hoeven niet de leugen te erkennen of te respecteren maar erkennen en respecteren dat andere gemeenten zich aan de lutherse belij-denisgeschriften verbinden.
Tot zover lijn A.
Lijn B legt de nadruk op de belijdenisgeschriften en de strikte handhaving daarvan. Gewezen wordt op de betekenis van de grond-slag van de kerk. Door andere belijdende geschriften te aan-vaarden zoals de Augsburgse Confessie en de Barmer Thesen en de Leuenberger Konkordie, -al hebben de laatste twee niet de status van belijdenisgeschrift- is de grondslag van de SoW-kerk prin-cipieel anders als die van de huidige NHK. De NHK zet zich daarom niet voort in de nieuw te vormen kerk. Zij die niet meegaan vor-men de NHK. Zij staan op de aloude grondslag, waar onze vaderen voor gestreden hebben. De anderen, zij die meegaan, scheiden zich af. Het is om des gewetens wil ongeoorloofd om met een kerk mee te gaan, waarin niet meer eenduidig gesproken kan worden naar de gereformeerde belijdenis. Het is het breken van een eed.
In deze visie staat dus de belijdenisgrondslag van de nieuwe kerk centraal. In hoeverre is deze nog gerefor-meerd? En hoe kunnen te-genstrijdige belijdenisgeschriften de grondslag vormen van een nieuwe kerk? Dat is een wankel fundament en de kerk onwaardig. De kerk behoort eenduidig te spreken. In hoeverre is de nieuwe kerk nog exclusief, uitsluitend gereformeerd? Welnu, daar is di-rect een antwoord op te geven. De nieuw te vormen kerk is niet exclusief gereformeerd wat haar belijdenis-grondslag betreft. Hoogstens wordt gesproken over een bijzondere verbondenheid met het gereformeerd belijden. Voor wie exclusief gereformeerd denkt, is dit begrijpelijkerwijs veel te weinig. Velen kunnen in hun ge-weten de lutherse traditie niet erkennen of respecteren. Om nog maar te zwijgen over de Leuenberger en de Barmer Thesen, die een moderne Schriftkritische geest ademen. En die in bepaalde op-zichten haaks staan op het gereformeerd belijden. Van zo'n kerk kunnen we geen deel uitmaken. Aldus lijn B.
In herv.geref. kring zien we deze twee verschillende lijnen A en B steeds weer opduiken: de één legt nadruk op het verbond en de trouw van God, die ook blijven zal in de nieuwe SoW-kerk vanwege het Woord Gods en het belijdende karakter van de kerk, de ander wijst op de gewijzigde grondslag van de SoW-kerk en het bieden van ruimte aan ongereformeerde elementen in de kerkorde en het ruimte bieden aan het zegenen van andere levensverbintenissen dan het huwelijk en concludeert daaruit, dat het onmogelijk is om deel uit te maken van zo'n plurale kerk. Met de SoW-kerk meegaan is ongehoorzaamheid aan de Koning der Kerk.
Deze twee lijnen lopen door elkaar heen en bestrijden elkaar.
Maar misschien is dat wel het eigene van de hervormd-gerefor-meerde beweging, dat deze twee botsende lijnen er altijd al ge-weest zijn. In het pas verschenen boek 'Belijdenis en verbond' uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Ger.Bond wordt dat duidelijk uit de doeken gedaan. Tussen de beide polen van verbond en belijdenis bestond in het verleden altijd een zekere spanning. Wanneer de omstandigheden er aan-leiding toe gaven om de waarheid te verdedigen legde men de nadruk op de belijdenis (bijv. in de periode vóór de nieuwe kerk-orde van 1951); wanneer het echter nodig was om de band met de NHK te onderstrepen, beriep men zich vooral op het verbond (de periode na 1951). Tot nu toe zijn deze twee lijnen binnen de NHK gebleven, maar het gevaar is nu levensgroot dat deze twee lijnen zich gaan uitsplitsen in twee verschillende kerken.
In een bespreking van de brochure van ds.C.J.P.van der Bas, "De bronnen getoetst" die op het bekende boek van ds.L.H. Oosten: "Bewaar Uw kerk" ingaat, wordt door ds.H.Klink gesteld, dat "de NHK vanouds gekenmerkt wordt door twee zaken: haar belijdenis en haar volkskerkkarakter. Deze tweeslag onderscheidt haar van de andere kerken." Dat is een belangrijke opmerking: in de NHK gaat het om de brede volkskerk krachtens Gods verbond. Al moeten we er wel voor waken dat het spreken over de volkskerk niet als een gelijkwaardige grootheid naast de belijdenis wordt gesteld. Ds.Exalto bijv. heeft er altijd op gewezen dat de NHK tot op ze-kere hoogte volkskerk was vanwege haar ruime dooppraktijk, maar dat was geen beginsel. Vanaf haar oorsprong wilde onze kerk een gereformeerde kerk zijn, die haar belijdenis handhaafde. Ook de eigenlijke oprichter van de Ger.Bond, Hugo Visscher, verzette zich sterk tegen de volkskerkgedachte, zoals hij die bij een man als Hoedemaker (en de Conf.Vereniging) aantrof. Terecht wijst het Hervormd Comité daar voortdurend op: onze kerk is naar haar oorsprong en wezen een belijdende kerk, die zich strikt bindt aan haar belijdenisgeschriften. Het convent te Wezel 1568 bepaalde dat de dienaren des Woords voor hun bevestiging instemming dien-den te betuigen met de leer der kerk volgens de belijdenis des geloofs. De eerste synode der Nederlandse kerken te Embden 1571 besloot de belijdenis te ondertekenen om de eendracht in de leer tussen de Nederlandse kerken te bewijzen. Deze bepaling werd door latere synoden bevestigd. In haar brochure-reeks over de geschiedenis van onze kerk uitgaande van het Hervormd Comité wordt dit met de stukken aangetoond. Onze kerk is vanaf het begin een kerk met een gereformeerde grondslag. Ook al kon men de lutherse belijdenisgeschriften waarderen en sprak men niet over dwaling en leugen, men nam ze niet op in de grondslag van de eigen kerk. Historisch gezien is onze kerk een gereformeerde kerk. Alleen, en nu komt het: is dat zo gebleven? Geldt dat nog steeds anno 2003? Is de hervormde visie op de kerk en op haar belijdenis dezelfde als toen? Helaas moeten we constateren dat de NHK anno 2003 wel een belijdende kerk is, maar niet een kerk, die een strikte binding kent aan haar eigen belijdenis-geschriften. Ook dat is met de stukken aan te tonen. Onze kerk kent geen strikte binding aan de belijdenisgeschriften meer. Zij doet belijdenis van de zelfopenbaring van de Drieënige God in gemeenschap met de belijdenis der vaderen, zo zegt de kerkorde van 1951. De kerkorde zegt niet: we doen belijdenis in over-eenstemming met de belijdenis der vaderen, maar ze zegt: in gemeenschap met de belijdenis der vaderen. Dat is veel ruimer. Dat geeft opening voor kritiek op die belijdenisgeschriften. Daarmee heeft onze kerk de oorspronkelijk strikte binding aan die belijdenisgeschriften opgegeven, ook al worden ze allemaal netjes opgesomd in de kerkorde. Waarom zouden anders onze vaderen in 1951 de kerkorde hebben afgewezen? Dat zouden ze nimmer gedaan hebben als de kerkorde in hun oog gereformeerd was. Ds. I.Kievit schreef in die dagen: "De belijdenisgeschriften zijn aan de kant gezet om de weg vrij te houden voor een nieuw belijden. Er is geen sprake van dat zij kerkrechtelijke norm zouden zijn. De be-lijdenis is teruggedrongen tot een historisch document en beroofd van haar kerkrechtelijke betekenis." En zo hebben meerderen gesproken rondom de invoering van de kerkorde van 1951. Wie de kerkorde van 1951 bestudeert, die moet inderdaad tot de conclusie komen, dat de kerkorde eerst spreekt over de Heilige Schrift als de bron der prediking en enige regel des geloofs. Nou, daar kunnen we volledig achterstaan: Sola Scriptura! Ten tweede spreekt de kerkorde van 1951 over de belijdenis van de drieënige God en dat de Kerk Jezus Christus belijdt als Hoofd der Kerk en Heer der wereld. De Kerk weert wat haar belijden weerspreekt en ze is gehouden in haar spreken en handelen zich te bewegen in de weg van het belijden van de Kerk. Dus de NHK is een belijdende kerk. Daarna, pas in de derde plaats, wordt gesproken over de belijdenis der vaderen, die vervat is in de belijdenisgeschrif-ten. In 1951 is door de bezwaarden erop aangedrongen dat de NHK haar geloof zou belijden in overeenstemming met de belij-denis der vaderen, maar dat heeft de synode bewust niet gewild. Ze koos voor het woord 'in gemeenschap met', want ze wilde geen strikte binding. 'In gemeenschap met ' betekent: wij ervaren een diepe wezenlijke verbondenheid met wat onze vaderen hebben neergelegd in de belijdenisgeschriften, maar we behouden ons ook het recht om diezelfde belijdenis onder kritiek te stellen. En daarmee is de NHK haar exclusieve grondslag van de gereformeerde belijdenis kwijtgeraakt. Het is overigens de vraag of die exclusieve grondslag vóór 1951 bestond. De Drie Formulieren zijn na 1816 onder het Algemeen Reglement rechtens nooit afgeschaft, (daarom zijn vele rechtzinnige predikanten uit de 19e eeuw in de NHK gebleven, omdat zij zich konden blijven beroepen op de gere-formeerde belijdenis), maar de strijd die gevoerd is over de in-houd van de proponentsformule laat wel zien, dat er veel ondui-delijkheid bestond over de exacte binding aan de belijdenis der Kerk. De synode liet het met opzet vaag. Om die reden schrijft een man als Moorrees in 1841: "Men heeft ons, geliefde geloofs-genoten, op een zeer listige wijze van het dierbaarste dat wij bezitten, ons heilig geloof in onze belijdenissen uitgedrukt, be-roofd, en wij zijn zonder het te weten en te willen en zonder tot een andere gezindheid over te gaan in een liberale Kerk, die de onze niet is, overgebracht en die veel verder is afgeweken van de zuivere leer onzer Kerk dan de Remonstranten, die door onze va-ders zijn uitgeworpen (Belijdenis en Verbond, pag.90). Moorrees heeft ook andere dingen gezegd, maar bovengenoemde uitspraak laat wel zien, hoeveel verwarring er ook in die tijd is geweest over de mate, waarin de Kerk zich bond aan haar eigen belijdenis. Van een exclusieve binding aan de belijdenis is, dunkt me, ook toen geen sprake geweest. Wij moeten met droefheid constateren dat we de belijdenisgrondslag allang kwijt zijn. We zijn als NHK geen gereformeerde kerk in de strikte zin van het woord. Ondanks de belijdenisgeschriften, die in de kerkorde staan.
Toch zijn de bezwaarden in 1951 gebleven. Waarom? Om het te blij-ven opnemen voor het historisch recht van de belijdenis-geschriften. Die horen in de NHK thuis. En al zouden ze officieel terzijde gesteld worden, zo zegt Groen van Prinsterer ergens, dan nog is daarmee het historisch recht van de belijdenis niet ont-kracht. Zij behoort gehandhaafd te worden. Ook al doet de kerk-leiding dat niet.
Als we kijken naar verschillende synodale besluiten en herderlij-ke schrijvens die na 1951 geplubiceerd zijn, krijgen we niet be-paald de indruk dat zij volledig stroken met de Drie Formu-lieren. Ik denk aan het geschrift over 'De Uitverkiezing', ver-schenen in 1960, waarin fundamentele kritiek wordt uitgeoefend op de DL. Dat hoeft ons niet te verbazen, want onze kerk kent geen strikte binding aan de belijdenisgeschriften. Zij hanteert de be-lijdenisgeschriften selectief, wanneer het haar uitkomt.
De NHK is een belijdende kerk, maar geen kerk, die haar belij-denisgeschriften strikt handhaaft. Die staan echt op een lagere plaats. Daarmee onderscheidt onze kerk zich van de afgescheiden kerken, die juist op die strakke binding hameren. In de hervormde visie van nu is het toevoegen van nieuwe belijdenisgeschriften zoals de lutherse vanwege een nieuwe bloedgroep in de kerk bij fusie geen enkel probleem. Want het belijden van de kerk als zo-danig verandert niet principieel. De PKN blijft een belijdende kerk. En al zouden er dingen in de belijdenisgeschriften staan, die haaks op elkaar staan, dat is niet onoverkomelijk volgens de-ze visie, want de Kerk stimuleert het onderling gesprek tussen de gereformeerde en lutherse traditie en gebruikt daar o.a. de Leu-enberger voor. Nogmaals: de NHK is in de strikte zin van het Woord geen belijdeniskerk, maar een belijdende Kerk. Zo wordt het verwoord in de kerkorde van 1951. Zo staat het ook in de kerkorde voor de verenigde kerk.
Dat is voor gereformeerd-denkenden uiteraard te weinig. Daar legt het Comité ook telkens de vinger bij. Wij willen als herv. geref. het geloof belijden overeenkomstig onze belijdenis-geschriften. Wij preken daaruit. Wij willen de schatten van onze belijdenis niet kwijt, niet prijsgeven aan hen, die niets met deze geschriften hebben. Wij willen de Kerk herinneren aan haar gereformeerde grondslag. Die grondslag hoort bij de NHK. De NHK mag niet van haar eigen wortels vervreemden. De NHK is vanwege haar geschiedenis verworteld in het Nederlandse volksleven, waar het calvinisme een belangrijke stroming is geweest en ten dele nog is. De NHK is van oorsprong gereformeerd. En niet luthers, ook al was -volgens ds. L.Vroegindeweij, maar die kon het zeggen- Luther gereformeerd, d.w.z. reformatorisch. De belijdenis-geschriften zijn dan ook onafscheidelijk met de identiteit van de NHK verbonden. Onze Kerk staat of valt niet met die belijdenis-geschriften, maar de Kerk behoort wel pal achter haar aangenomen belijdenisgeschriften te staan. De Hervormde Kerk is geboren in de strijd om de gereformeerde waarheid. Dat is haar historische grondslag, ook al zij in vele opzichten monddood gemaakt. Terecht onderstreept het Comité dat innerlijke tegenstrijdigheden in de belijdenisgrondslag van een kerk het eigen karakter van de kerk zoals die hier te lande is gegroeid, ondermijnen. Terecht is van meetaf aan door alle tegenstanders van SoW uitgesproken dat de handhaving van de ge-ref.belijdenis voor het geheel van de kerk geldt. Ook voor de toekomstige SoW-kerk. De gereformeerde belijdenisgeschriften mogen geen museumstukken worden. In dat opzicht betekenen de lutherse belijdenis-geschriften en zeker de Barmer Thesen een verzwakking van het gereformeerd geluid. En wijzen wij deze geschriften af als niet overeenkomend met het gereformeerde karakter van onze kerk. Zo'n nieuwe kerk begeren wij niet.Nu het SoW-proces tot een afronding komt worden de breuklijnen in herv.gereformeerde kring, die er altijd al geweest zijn, pijnlijk zichtbaar. Want nu komen de twee lijnen binnen de Ger.Bond name-lijk de zog. volkskerklijn met zijn nadruk op de trouw en het verbond van God, een lijn die we heel sterk ook binnen de Conf. Vereniging zien èn de andere lijn namelijk die van de nadruk op de handhaving van de belijdenisgeschriften, zoals we dat in afge-scheiden kringen aantreffen, tegenover elkaar te staan. En gezien het feit, dat we in herv.geref. kring de laatste jaren aan de ene kant een opschuiving zien richting de confessionelen en aan de andere kant een opschuiving naar een type gemeente, zoals wij die kennen in afgescheiden kringen, moeten we ons niet verbazen dat de onderhuidse breukvlakken en spanningen die er altijd al ge-weest zijn, nu pijnlijk zichtbaar worden rondom de fusie. Zij die neigen naar een prediking, waarin het genade-verbond en de doop een belangrijke rol spelen, zullen waarschijnlijk eerder meegaan richting de nieuwe kerk vanwege het pleiten op Gods verbonds-trouw en het belijdende karakter van de kerk. Zij die meer het accent leggen op de bevindelijke aspecten van het geloofsleven en de belijdenistrouw en de zuiverheid van de kerk, zoals die in de tucht zichtbaar wordt, zullen eerder geneigd zijn om niet mee te gaan.
In dat verband zou je je kunnen afvragen of de wat meer bevinde-lijker stroming in de toekomst nog wel te vinden zal zijn in de verenigde kerk. Verdwijnt deze stroming? Of zal juist een gedeel-te van de bevindelijke stroming wel meegaan richting de nieuwe kerk? Niet omdat zij te meegaand is, maar omdat zij beseft dat de grondslag van de kerk al lang niet meer gereformeerd is. We leven in een vervallen kerk, die haar eigen belijdenis niet serieus neemt. Maar kunnen we zo'n kerk verlaten, zolang er nog ruimte is voor het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord? Het Woord van God is het enige, dat overblijft, als al het andere ons ontnomen wordt. Dat Woord zal het moeten doen. Net als in de tijd van de profeten, die bij een vervallen tempel en veruitwendigde gods-dienst opriepen tot de wet en tot de getuigenis. Zij bleven in de breuk staan. En daarom willen sommige bevindelijken op hun post blijven ook in de PKN. Een post die zij niet begeerd hebben, een eenzame post, maar zij kunnen niet weg in de diepe doorleving, dat God alleen redding kan geven en dat wij allen onder het oordeel van God door moeten gaan. Ook als Kerk. Vanwege onze ontrouw. Deze lijn vinden we bijv. bij ds.Oosten en ds. Budding terug.
Wat betekent dit alles nu voor de praktijk? Wel, uit alle stukken blijkt, dat zij die niet meegaan, straks niet meer de naam 'her-vormd' kunnen dragen. Zij hebben zich volgens de visie van de synode en van het hoofdbestuur afgescheiden. In de overgangs-bepalingen die in tweede lezing nog goedgekeurd moeten worden staat o.a. dat er commissies voor bijzondere zorg in het leven geroepen worden om na de fusie voor hen, die zich losmaken van de NHK en die tot de vorming van een nieuw kerkgemeenschap overgaan voorzieningen te treffen. Met dien verstande, dat in ieder geval de registers, het doop- en lidmaten- en trouwboek, de notulen-boeken, de financiële administratie en de andere bescheiden, alsmede de naam en het archief van de hervormde gemeente blijven toebehoren aan de hervormde gemeente, die deel blijft uitmaken van de PKN (overg.bepalingen 33). Door het Comité wordt dit betwist. Wie niet meegaat blijft volgens haar hervormd. Die hoeft het ambt niet neer te leggen. Die blijft op de aloude grondslag staan van de NHK. Zij die meegaan scheiden zich af van de aloude grondslag, zoals die vervat is in de gereformeerde belijdenis-geschriften.
Op de dag in Putten, uitgaande van het Comité 11 januari j.l. is gezegd, dat kerkenraden het recht hebben om nee te zeggen tegen de fusie. Deze gedachte wordt ontleend aan de plaatselijke zelf-standigheid van de gemeente. Deze visie staat lijnrecht tegenover de visie van de synode. Hervormde gemeenten besluiten niet over het al dan niet meegaan. Zoals een gemeenteraad niet kan be-sluiten dat de gemeente zich onttrekt aan een herindeling en zelfstandig verdergaat. In zaken van fusie beslist de synode als de wettige landelijke kerkenraad.
De hervormde visie is dus: de NHK zet zich voort in de PKN. Dit wordt overigens door onze synode wel heel stellig geponeerd. Het lijkt wel, alsof er niets verandert. Maar dat is niet het geval. In het verleden hebben onze vaderen de lutherse belijdenis-geschriften nooit opgenomen. Moeten hun zonen dat nu opeens wel gaan doen? Oefent de synode niet teveel druk van boven uit? Prof.Jongeneel sprak over de 'bevelstructuur van SoW'. Waar is de echte, geestelijke bezieling? Is dit het werk van de Heilige Geest? Is dit de eenheid waarvoor de Heere Jezus heeft gebeden? Ik denk dat het daarom goed is, dat het geluid van het Hervormd Comité blijft klinken in de zin van: de nieuwe SoW-kerk is niet linea recta de voortzetting van de NHK. Dat heeft overigens het hoofdbestuur ook altijd gezegd. Al zou het verhelderend kunnen werken, als het hoofdbestuur toe zou geven, dat de huidige ver-warring over de vraag: 'wie scheidt zich nu eigenlijk af?' mede in de hand is gewerkt door allerlei uitspraken die door het hoofdbestuur zelf in het verleden zijn gedaan. Uit een artikelen-serie in het Ger.Weekblad van de hand van ds.van Estrik wordt duidelijk, dat vóór 1996 het hoofdbestuur meer dan eens het SoW-proces heeft aangeduid als een zich afscheiden van de Hervormde Kerk, terwijl na 1996 degenen die niet meegaan richting de SoW-kerk zo worden aangeduid. Dat maakt het er allemaal niet dui-delijker op voor het kerkvolk.
Temidden van alle verwarring en polarisatie blijft de vraag staan: hoe nu verder? We moeten er niet aan denken dat zij, die van harte de gereformeerde belijdenis onderschrijven, op het punt van een verschillende kerkvisie elkaar zouden kwijtraken en mis-schien wel afschrijven. Dat mag onder geen beding gebeuren! Want in de leer zijn allen, die zich aan de rechterflank van de NHK ophouden en die SoW afwijzen één. Er is geen sprake van een leerverschil. De liefde voor het gereformeerd belijden verbindt ons, zegt het Hervormd Appel, dat begin april is uitgegaan. Zullen vanwege een verschillende visie op onze roeping m.b.t. de PKN diepe scheuren getrokken worden in gemeenten waar Schrift en belijdenis het kerkelijk leven altijd hebben bepaald? We moeten er niet aan denken. Houdt elkaar vast in de gemeenten.
We zijn allen tegen SoW. Wie heeft dit begeerd? Maar de een-duidige afwijzing van het SoW-proces leidt helaas wel tot een niet-eenduidige visie op wat ons nu te doen staat. De één meent, dat de huidige NHK voortgezet kan worden buiten de SoW-kerk (zo het Comité), terwijl volgens de synode en het hoofdbestuur dat niet kan. Zij die de NHK willen voortzetten zullen zich eerlijk moeten afvragen of hervormden anno 2003 nog staan op de ge-reformeerde belijdenisgrondslag, terwijl allerlei officieel door de synode aangenomen rapporten en notities op gespannen voet staan met die belijdenisgrondslag, ja haar soms radicaal tegen-spreken? Raakt de NHK haar exclusieve grondslag kwijt, zoals sommigen beweren, nu lutherse belijdenis-geschriften opgenomen worden? Mag je spreken over leugens en dwalingen in de lutherse belijdenisgeschriften, wanneer zelfs Calvijn deze belijdenis-geschriften niet heeft verworpen, hoewel hij zelf de voorkeur gaf aan de gereformeerde Franse belijdenis, omdat hij deze zuiverder vond? Godvruchtige gereformeerde vaderen konden leven met de Augsburger Confessie, al namen ze die terecht zelf niet over. De Augsburgse Confessie komt grotendeels met onze Confessie overeen, al zijn er zwaarwegende bezwaren als het gaat over de visie op de biecht, de doop en het avondmaal, zoals dat terecht verwoord is in de nadere onderbouwing van het bezwaarschrift dat de CK van uw gemeente heeft verzonden. Het is echter niet vanwege de lutherse confessie dat er ruimte gekomen is voor zo'n godonterende zaak als de zegening van alternatieve relaties. Dat is niet het resultaat van het opnemen van lutherse belijdenisgeschriften maar van de moderne geest die door de NHK waait. Sinds 1989 is het al mogelijk dat praktiserende homosexuelen aan het H.Avondmaal deel-nemen. Dat is reeds officieel geregeld. Nu wordt het ook nog in de kerkorde opgenomen. Weer een stapje in de verkeerde richting, maar het is geen principiële stap, want die is al eerder gezet in de verkeerde richting. En toch zijn we gebleven in de NHK. Ook zonder exclusieve belijdenisgrondslag. Omdat het Woord boven alles staat. In de kerkorde voor de PKN blijft beroep op de Schrift mogelijk. Op grond van dit beroep kan zelfs de kerkorde bekritiseerd worden en zullen wij Gode in dat opzicht meer ge-hoorzaam dienen te zijn dan een synode. Dat geldt trouwens ook voor de kerkorde van 1951. Wie geen vrouwelijke ambtsdragers wil, legt op dat punt nog steeds de kerkorde van 1951 naast zich neer. We staan voor een dilemma.
Temeer, daar aan de gemeente of kerkenraad niet gevraagd zal worden of zij al dan niet meegaat. Omdat een hervormde gemeente zich niet kan afscheiden zal het een individuele beslissing wor-den. En moet u dus niet kijken naar een kerkenraad of een domi-nee, wat die doen. Als de vereniging ingaat worden de gemeenten geacht meegegaan te zijn. Wat betekent dat voor u persoonlijk?
Nou zegt iemand: natuurlijk niet meegaan. Dat betekent, dat u straks buiten het verband van de PKN komt te staan en met anderen samen een gemeente gaat vormen naast de PKN. Daarmee is hervormd IJsselmuiden in stukken gebroken. Dat is dan het resultaat van SoW. Zo krijgt de boze alsnog zijn zin door het breekijzer te zetten in het broze hervormd-gereformeerde leven.Misschien zegt iemand: nou, dan moeten we maar meegaan. En het hervormd-gereformeerde leven voortzetten binnen de PKN. Je kan hervormd blijven binnen de PKN en binnen die kerk het gerefor-meerde geluid laten horen. De gereformeerde belijdenisge-schrif-ten gaan allemaal mee. Dat is waar. En toch houden we ook dan ons hart vast. Want: zijn allen die zich gereformeerd noemen wel echt gereformeerd? Zorgwekkend is, dat ook in onze kring allerlei kritische vragen aan de belijdenis worden gesteld. Moderne visies over het Schriftgezag vinden ook in onze kring ingang. Hoe gere-formeerd zijn hervormd-gereformeerden eigenlijk nog? Waar is het leven uit en naar de Schriften? Hoe verwaterd zal het gerefor-meerde leven in de PKN zijn? Zal het een slap aftreksel zijn van wat onze vaderen bedoeld hebben?
Misschien dat u zegt: maar wat is de rol van de kerkenraad?
Wel, als u goed geluisterd hebt, weet u het antwoord. Een kerke-raad beslist niet over al dan niet meegaan. Dat behoort niet tot zijn bevoegdheid. Op het moment van fusie worden alle kerkenraden geacht meegegaan te zijn. Het enige wat een kerkenraad kan doen is bezwaar aantekenen tegen het verenigingsbesluit of de kerk-orde bij de Commissie voor bezwaren en geschillen, zoals de CK dat ook heeft gedaan. De kerkenraad kan echter niet besluiten voor de gemeente-leden om al dan niet mee te gaan. Uitspraken daaromtrent hebben geen enkele rechtsgeldigheid. De kerkenraad kan in het uiterste geval de gemeenteleden oproepen om op het moment van fusie het lidmaatschap op te vragen. Brieven aan het adres van de kerkenraad met de vraag: 'gaat u mee of gaat u niet mee?', zijn aan het verkeerde adres gericht. U zult zelf op het moment van fusie een persoonlijke beslissing dienen te nemen. Mocht een kerkenraad echter besluiten om buiten haar bevoegdheid om toch een uitspraak te doen in de trant van: 'wij gaan niet mee', dan zal zij zich moeten realiseren, dat zij volgens het hervormde kerkrecht onwettig bezig is. Mocht een kerkenraad menen Gode meer gehoorzaam te moeten zijn dan de synode en be-sluiten niet mee te gaan, dan zal zij volgens de hervormde visie zichzelf buiten het kerkverband plaatsen en is zij overgegaan tot de vorming van een nieuw kerkverband. Zulke kerkenraden moeten zich gaan voorbereiden op het voeren van processen die aange-spannen zullen worden tegen de PKN o.a. over de goederen en over de naam. U merkt wel: de binding van een plaatselijke gemeente aan de landelijk kerk is aanmerkelijk strikter dan de binding van de landelijke kerk aan haar eigen belijdenis. In dat opzicht blijft de NHK een kerk, die haar belijdenis niet serieus neemt. Daarom zullen wij als de weduwe bij de onrechtvaardige rechter aanhoudend roepen: doe ons recht.Op dit moment wordt achter de schermen van de synode beraadslaagd om breuken te voorkomen. Het is namelijk nog helemaal niet zeker of de 2/3 meerderheid wordt gehaald, die vereist is voor het ver-enigingsbesluit op 12 december. De druk op de synode zal daar-door toenemen om een laatste handreiking te doen richting de be-zwaarden. Op zit moment onderzoekt de commissie-Stelwagen, of er voor de bezwaarden toch nog een mogelijkheid is om binnen de PKN te kunnen blijven zonder gewetensnood. De verwachting is dat er in juni een handreiking komt. Laten we hopen en bidden dat er opening zal gemaakt worden, opdat zonen van hetzelfde huis in het hetzelfde huis kunnen blijven wonen.
Hoe we ook in de kerk staan, of we nu de A- of de B-lijn volgen, wie van ons kan gelukkig zijn met de geplande fusie? De boze? Zal hij het winnen door verdeeldheid te zaaien? Het SoW-proces moeten we in breder maatschappelijk verband zien. Het moet ons opvallen, dat heel wat oude zekerheden juist in onze tijd onder zware druk staan. Christelijke waarden en normen hebben het zwaar te verduren. De reformatorische zuil vertoont steeds meer scheuren. Zelfs de vrijheid van onderwijs loopt gevaar. Tegen de achter-grond van die ontwikkeling zien we ook de muren van de NHK vallen. De Kerk die ons lief is wordt ons in haar historische gestalte ontnomen. Of we meegaan of niet. De Hervormde Kerk naar haar wezen wordt niet opgeheven, want de kerk is des HEEREN, dat belijden we op grond van de Schrift, maar naar haar uiterlijke verschijningsvorm zal de aloude hervormde kerk niet meer te vinden zijn.
Zou de Heere daar een bedoeling mee hebben?
Ik denk aan Jeremia 7. Het volk vertrouwt op de tempel. "Des HEE-REN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel zijn deze", zo horen we het volk roepen. Maar van die tempel blijft geen steen overeind als waarachtige bekering uitblijft. God neemt de tempel weg, die Hij Zelf heeft laten bouwen. Wat God plant kan Hij ook uitrukken. Hij is soeverein. Waar staat in de bijbel dat de NHK altijd zal blijven tot aan het einde der dagen? Waar staat in de bijbel dat de gereformeerde belijdenisgeschriften altijd zullen blijven? In de tijd van koning Hizkia werd de koperen slang van Mozes vernietigd. Omdat het volk afgoderij pleegde met die slang en God de eer niet gaf. Is de tijd aangebroken, dat zelfs de ger.belijdenisgeschriften terzijde geschoven worden, omdat on-danks het schermen met de belijdenisgeschriften de waarachtige bekering tot God ontbreekt? Zou het geen gruwel zijn in de ogen des Heeren dat de drie formulieren van enigheid juist kerkschei-dend hebben gewerkt? En dat zonen van hetzelfde huis generaties lang niet meer bij elkaar wonen? Zou dat in de gunst des HEEREN zijn? Aan de ene kant wordt onze belijdenis onder kritiek gesteld door de moderne mens, die zelf uitmaakt, wat goed is en fout. We denken aan de ordinantie die ruimte geeft voor het zegenen van een verbintenis, die naar onze stellige overtuiging in Gods ogen een gruwel is. Zo wordt het getuigenis van Gods Woord krachteloos gemaakt door menselijke inzettingen als in de tijd van de Heere Jezus. Aan de andere kant wordt de belijdenis door het rechtzinnig deel van onze kerk onderschreven, maar de inhoud is velen onbekend. Wie van ons kent de belijdenis van de Kerk als een zaak van het hart? Wat een lauwheid onder ons! Zou de Heere dat niet bezoeken? De koperen slang ging aan stukken.De NHK in haar historische gestalte verdwijnt. Of u meegaat of niet. In beide gevallen bent u de historisch gegroeide hervormde kerk, zoals zij nu is, kwijt. Moeten we nu gaan leren, bevindelijk, wat we altijd zo graag willen horen: namelijk dat God al het onze afbreekt? Ja, dat Hij zelfs hetgeen Hij heeft geplant kan wegnemen? Hij haalt alle steunsels weg. Alle gronden. Misschien ook wel onze gereformeerde grondslag. Om in die ontreddering, in die diepe nood, waarin alles ons ontvalt, en wij als een straf- en doemwaardig mens openbaar komen Christus alleen over houden: Gods grondslag! Gelegd op bergen Hem gewijd! God rukt het geplante uit. De koperen slang van Mozes -beeld van Jezus' verhoging aan het kruis- gaat eraan. Alleen Christus zal niet uitgerukt worden, de hoop van Gods kerk. Gods ware Kerk.
Laten we uitzien naar de dag, dat de HEERE de verstrooiden samen-brengt. Uit alle volken, taal en natie. Misschien brengt God in ons land wel samen, wat elkaar nooit heeft gezien of gesproken: hervormden, gereformeerden, luthersen: allen loten van dezelfde reformatorische stam. Daar zullen er zijn, die nooit een gerefor-meerde belijdenis hebben gezien, misschien zijn ze wel luthers, die toch Christus toebehoren door een waar geloof.
Luther was er eentje van!
Dat zijn de exclusieven: Gods gunstgenoten, verkoren tot het eeuwige leven. Met geen andere grondslag dan deze: Jezus Christus en Dien gekruisigd. Door een waar geloof ingeplant in Hem. Ver-gaderd door de Koning der Kerk. Door Woord en Geest.
Dat is samen op de goede weg. Wie zou zo'n Protestantse Kerk in Nederland niet begeren?M.A.Kuyt, Genemuiden
Ga naar | Dossier Samen op Weg |