Een schrijven van de modiramina van de kerken

Aan de kerkenraden van de hervormde gemeenten,
de gereformeerde kerken in Nederland en
de evangelisch-lutherse gemeenten.

Van de moderamina van de Kerken

Utrecht, 5 november 2002

Geachte kerkenraad,

Omdat het Samen op Weg-proces steeds dichter bij zijn voltooiing komt, willen wij als moderamina van de drie Samen op Weg-kerken u graag informeren over de voortgang van het proces en de vereniging van onze kerken. Wij weten dat hierover bij velen van u verwachtingen en dankbaarheid leven, maar ook onzekerheid, zorg en bezwaren.

Dit voorjaar is besloten dat het proces tot vereniging van onze kerken spoedig tot een einde kan worden gebracht. Het streven is erop gericht, dat het verenigingsbesluit op DV 12 december 2003 genomen zal worden. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de voorbereidingen van de teksten voor ordinanties, overgangsbepalingen en generale regelingen die in de periode tot aan de zomer van 2003 door de synoden zullen worden behandeld. Het voorstel voor de naam van de toekomstige kerk (“Protestantse Kerk in Nederland”) zal in tweede lezing door de triosynode van november 2002 worden behandeld. Tenslotte wordt er gewerkt aan een ontwerp voor de tekst van het besluit voor de vereniging van de kerken, dat in eerste lezing gepland staat voor bespreking midden volgend jaar.

Voor velen zal de stap naar h(v)ereniging reden zijn tot grote dankbaarheid. Het geloof dat Christus ons door zijn Geest roept tot zichtbare eenheid, en het vertrouwen dat Hij ons daarin soms ongekende wegen wijst, heeft reeds tientallen jaren geleden de eerste plaatselijke gemeenten geïnspireerd om een federatie aan te gaan. Honderden gemeenten en vele classicale vergaderingen en provinciale synoden zijn hen in de loop van de tijd gevolgd. Het besluit van de (generale) synoden tot vereniging in één Protestantse Kerk in Nederland zal daar naar verwachting warme instemming ontmoeten.

Wij zijn er gaandeweg van doordrongen geraakt dat het niet alleen voor hen, maar voor heel de kerk goed is, als binnenkort het lange proces van voorbereiding van de vereniging van onze kerken ten einde komt. Het alsmaar voortduren daarvan wekt bij velen binnen onze kerk onzekerheid en kostte veel tijd en inzet. Deze energie hopen we binnenkort geheel te kunnen gebruiken om te kunnen ingaan op de grote vragen en uitdagingen waarvoor gemeenten en kerk in deze tijd worden gesteld.

Sommigen van u werden door het voornemen om te koersen naar een verenigingsbesluit op 12 december 2003 overvallen. Er waren immers nog zoveel vragen: b.v. over de uitwerking van het belijdende karakter van de verenigde kerk, over de ruimte voor de plaatselijke gemeenten om hun eigen identiteit te bewaren, of over de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente ten opzichte van de bovenplaatselijke kerkverbanden. Kunnen de kerken wel verenigen als de oplossingen niet door allen volledig kunnen worden aanvaard? Bestaat daardoor niet de kans dat er breuken ontstaan? Aan de moderamina wordt gevraagd of de synoden wel beseffen hoe moeilijk het verenigingsproces zoals het zich voltrekt, binnen veel gemeenten ligt en hoezeer kerkleden worstelen met de vraag of zij wel kunnen meegaan naar een verenigde kerk.

Wij willen u laten weten dat de vragen rond het SoW-proces ook bij ons en bij de leden van de generale synoden indringend en existentieel besproken worden. Wij hebben geworsteld met de vraag hoe lang we de definitieve beslissing voor ons zouden uitschuiven. De synode heeft de consequenties van de verschillende mogelijkheden overwogen. Elk moderamenlid voelt aan den lijve, hoe het proces ons onder spanning zet, en ieder van ons van tijd tot tijd dreigt te vervreemden van dat deel van de kerk(en), waaruit hij of zij zelf voortkomt.

Hoezeer wij soms ook verschilden over bepaalde formuleringen of over de te volgen koers, op één punt werden we het steeds meer eens: er dient binnenkort een einde te komen aan de onzekerheid over de toekomst van onze kerken. We lijden teveel aan het uitblijven van duidelijkheid en slijten daardoor zo aan elkaar, dat we niet meer toekomen aan de zaken waar het in de kerk om moet gaan: de opbouw van een levende gemeenschap rond het evangelie van Jezus Christus, een gemeenschap die in dit land en in deze tijd van Hem getuigt.

Het moderamen beseft heel goed, dat een deel van de gemeenten moeite heeft met de voorgenomen vereniging. Het weet dat sommige kerkenraden hebben verklaard deze niet te zullen accepteren. Als zij bij dat inzicht blijven, zou de voorgenomen vereniging helaas tot breuken kunnen leiden.

De Triosynode – en ook de drie kerkeigen synoden - beseffen dit, want ook in haar eigen vergaderingen klinken deze stemmen en worden deze zorgen en vragen voortdurend vertolkt. Dat niet alleen: deze stemmen worden ook serieus genomen. Telkens weer is van synodezijde de pas ingehouden om te luisteren naar de bezwaarden en om samen met hen te zoeken naar wegen waarop aan hun bezwaren tegemoet gekomen kon worden. Dit leidde weliswaar telkens tot wijzigingen van de kerkorde, maar helaas niet tot een wijziging van het standpunt bij de bezwaarden.

Uiteindelijk besloot de Triosynode toch de weg naar de vereniging te gaan. Zij heeft dit besluit niet lichtvaardig genomen, maar pas na vele beraadslagingen. Zij besloot hiertoe, niet omdat zij haar ogen sluit voor het gevaar van scheuring, maar omdat zij gelooft dat God in zijn Woord de kerk tot eenheid roept en ook omdat de gescheidenheid van onze kerken niet langer te verantwoorden is, nu onze kerken elkaar gevonden hebben in dit gezamenlijk belijden en in deze gezamenlijke kerkorde.

De synode gaat deze weg in afhankelijkheid van de Heer van de kerk en biddend om de leiding van de Geest. Zij is deze slotfase ingegaan in de hoop, dat de bezwaarde gemeenten uiteindelijk de band met de verenigde kerk niet zullen willen doorsnijden. Daarbij is zij ervan overtuigd, dat de gemeenschap met het belijden van de kerk van de Reformatie in de kerkorde van de verenigde kerk zorgvuldig is verwoord en hecht is verankerd. Niemand behoeft om des gewetens wil te breken met deze kerk.

De synode doet dan ook een dringend appèl op alle kerkenraden om de zaak van de voorgenomen vereniging in hun gemeenten aan de orde te stellen en het gesprek over het kerkzijn in deze tijd en over wat God van ons vraagt, intensief met elkaar te voeren. U kunt hiervoor wellicht ook deze brief gebruiken.

Het zal er nu om gaan elkaar vast te houden, en zowel ‘blij te zijn met de blijden’, als ‘te wenen met de wenenden’ (vgl. Rom. 12:15). Dat wil zeggen dat er vreugde mag zijn met wie elkaar zó zeer herkend hebben, dat het samenkomen gezien wordt als verhoring van het gebed van Christus om eenheid. Aan de andere kant zal dat wat pijn doet en verscheurt in onze kerken, voor ons ook een gemeenschappelijke last zijn en een gezamenlijk ervaren pijn. Samen kerk zijn betekent niet alleen weet hebben van elkaar en elkaars gevoelens, maar ook betrokken willen zijn bij elkaar en de vreugde of de zorg van elkaar willen delen.

Daarom zijn de moderamenleden graag bereid om in persoonlijke ontmoetingen en in kerkelijke vergaderingen te komen spreken over deze spanningen en zorgen. Vanaf volgend jaar januari zullen ook anderen uit onze kerken beschikbaar zijn voor gesprek en om voorlichting te geven over de weg die we gaan en de veranderingen die zullen optreden bij de vereniging van de kerken. Daarbij hopen wij van harte dat alle plaatselijke gemeenten en kerken ook zelf intensief in gesprek gaan over de veranderingen waarvoor we staan.

Met deze brief willen wij u informeren over datgene wat alle synoden reeds beslist hebben, en over voorstellen die binnenkort in behandeling genomen zullen worden. Hopelijk wordt u daarmee duidelijk hoezeer de synode rekening houdt met de zorgen en de bezwaren en voortdurend een uitweg gezocht heeft en zoekt, opdat wij niemand behoeven te verliezen.

Een belijdende kerk

De kerkorde geeft aan dat de verenigde kerk een belijdende kerk zal zijn. In artikel I van de kerkorde wordt uitdrukkelijk de gemeenschap met het gereformeerde en lutherse belijden voor de gehele kerk uitgesproken. Daarbij spreekt de kerk uit dat haar belijden geschiedt in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht, waarbij nadrukkelijk de gehele oud-kerkelijke en reformatorische traditie genoemd wordt.

Het rechte verstaan van het Woord van God, waarop het ook in deze tijd aan komt, zal in de verenigde kerk niet geschieden buiten de belijdende traditie waarin wij staan. In de kerk willen we elkaar scherpen aan ons belijden en in de weg van ons voorgeslacht komen tot het belijden van de hoop die in ons is.

Plaatselijke identiteit

Plaatselijke kerken en gemeenten die in het licht van de verschillen zoals die ter plaatse worden ervaren, de stap naar plaatselijke vereniging niet kunnen maken, worden daartoe niet gedwongen. Nu niet en in de toekomst niet. Het wordt voluit kerkelijk aanvaard en in de kerkorde gegarandeerd, om plaatselijk als hervormde gemeente, als gereformeerde kerk of als evangelisch-lutherse gemeente voort te gaan. Het verenigen van de kerk – zoals dit beoogd wordt in 2004 – betekent dus niet dat alle plaatselijke kerken en gemeenten dan dienen te verenigen. Elke gemeente beslist hierover zelf. Ook nadat de drie kerkorden buiten werking zijn gesteld, zullen in de praktijk binnen de ‘Protestantse Kerk in Nederland’ verenigde (protestantse) gemeenten, maar ook hervormde en lutherse gemeenten en ook plaatselijke gereformeerde kerken zijn.

Halverwege volgend jaar ontvangt u een z.g. ‘modellenboek’, dat u wegwijs maakt om de door u gewenste vorm van gemeente-zijn in de verenigde kerk gestalte te geven. Het voeren van de naam ‘hervormd’, ‘gereformeerd’ of ‘luthers’ zal dus binnen de verenigde kerk regelmatig voorkomen. Dit betekent o.a. ook dat bijvoorbeeld de naam “hervormde gemeente” alleen binnen de verenigde kerk kan worden gebruikt.

Respect voor plaatselijke identiteit

Plaatselijke gemeenten kunnen ook hun bijzondere verbondenheid met hetzij de gereformeerde hetzij de lutherse belijdenisgeschriften blijven beleven en tot uitdrukking brengen. Als zij vanuit die verbondenheid hun inbreng in zaken van breder kerkelijk belang formuleren – b.v. in de classicale vergaderingen – dan mogen zij er met recht vanuit gaan, dat dit gerespecteerd en ernstig genomen zal worden. Daarmee is tegemoet gekomen aan zorgen, die de laatste jaren naar voren werden gebracht. Zowel in zaken van visitatie en opzicht, maar ook ten aanzien van het vorm geven aan de plaatselijke identiteit van een bepaalde gemeente, zal deze bijzondere verbondenheid nu en in de toekomst gerespecteerd blijven.

De kerkenraad en de identiteit

Er kan met recht gesproken worden over een gewaarborgde identiteit van de gemeenten. Om die identiteit zeker te stellen behoudt elke (wijk)kerkenraad dezelfde bevoegdheden en mogelijkheden om gestalte te geven aan de door de (wijk)gemeente gewenste vorm van gemeente-zijn, als nu het geval is. Zo bepaalt de kerkenraad van een gemeente binnen de verenigde kerk zelf, gehoord de leden van de gemeente, hoe vorm gegeven wordt aan de door de plaatselijke gemeente gewenste identiteit. Zo zal de identiteit van een (wijk)gemeente – die bijvoorbeeld verwoord wordt in een plaatselijke regeling of in het beleidsplan - in de verenigde kerk niet van ‘hoger hand’ veranderd worden.
Dit betekent ook dat de kerkenraad zelf blijft vaststellen wie er voorgaat, welke liturgie gebruikt zal worden, welke regeling wordt gevolgd ten aanzien van de verkiezing van ambtsdragers, de bediening van de sacramenten, de inzegening van het huwelijk en het al of niet zegenen van andere levensverbintenissen. Tevens kan elke gemeente kiezen voor de eigen weg van gemeenteopbouw, jeugd- en catechesewerk, zendings- en evangelisatiewerk. De modaliteitsorganisaties (zoals b.v. GZB, HGJB, IZB en CGB) zullen ook in de verenigde kerk hun werk voortzetten en ontwikkelen.

Plaatselijke bevoegdheden

De triosynode en de kerkeigen synoden hebben steeds grote aandacht voor de problematiek van de diversiteit in onze kerken gehad en hebben gepoogd om binnen de overeengekomen afspraken ten aanzien van de toekomstige verenigde kerk, ruimte te scheppen voor die leden van de kerk, die zich in bepaalde opzichten bezwaard weten. Vele bepalingen in de kerkorde en de ordinanties van de verenigde kerk komen voort uit de verantwoordelijkheid die de triosynode voelt voor deze gemeenten en gemeenteleden. Vele voorbeelden hiervan vindt u in het in 2001 uitgekomen hervormde rapport “Om de eenheid en heelheid van de kerk”. Dit behandelt in extenso de eigen bevoegdheden van de plaatselijke gemeenten. Zie www.sowkerken.nl (onder: landelijk / synode / synodestukken).

Predikanten

Aan de triosynode van aanstaande november wordt voorgesteld om niet alleen aan toekomstige proponenten – in het kader van het afleggen van de proponentsbelofte – maar ook aan de nu dienende predikanten de mogelijkheid te geven om uit te spreken, dat zij zich in het bijzonder verbonden weten met de gereformeerde dan wel de lutherse belijdenisgeschriften. Predikanten die met nadruk verwijzen naar hun eenmaal bij de toelating tot het ambt gegeven woord, zullen volgens dit voorstel ook in de toekomst niet een andere belofte behoeven te doen, noch op een andere formulering worden aangesproken.

Adviesorgaan gereformeerd belijden

Aan de triosynode van november wordt voorgesteld om een adviesorgaan voor het gereformeerd belijden in te stellen. Dit landelijk orgaan – dat werkt onder verantwoordelijkheid van de synode – kan voor de generale synode thema’s aandragen en tevens ook de synode adviseren met betrekking tot alles wat het gereformeerde belijden betreft. Het kan het werk van de kerk bezinnend en kritisch volgen, de uitspraken van de synode bespreken en ook het belijdend gesprek in de kerk tussen de gereformeerde en de lutherse traditie bevorderen. Op die wijze kan ook landelijk de bezinning op en het spreken vanuit het gereformeerd belijden nog specifieker worden gestimuleerd en kan hieraan vorm worden gegeven.

Lutherse gemeente

Ook aan de vrees van bepaalde lutherse gemeenteleden en gemeenten, dat hun stem straks niet meer gehoord zal worden is zo veel mogelijk tegemoet gekomen. In kerkorde en ordinanties is de evangelisch-lutherse synode een blijvende plaats toegekend, waaraan niet zonder instemming van die synode zelf getornd kan worden. Bovendien is ten aanzien van een aantal regelingen waarbij de lutherse synode een bijzonder belang heeft, vastgelegd dat de generale synode slechts met haar instemmend advies kan besluiten.

Plaatselijke zelfstandigheid

Vooral binnen de Gereformeerde Kerken leefde de zorg, dat de plaatselijke kerkenraad de zeggenschap inzake het beheer zou verliezen. In de tekst van ordinantie 11 – zoals die is voorgelegd aan de triosynode – is nu alsnog bepaald, dat plaatselijk de kerkenraad verantwoordelijk blijft voor het financiële beleid van de gemeente. Alleen indien er door een plaatselijk college tegen een besluit van de kerkenraad bezwaar wordt aangetekend, valt de beslissing – evenals onder de huidige kerkorde van de Gereformeerde Kerken – op bovenplaatselijk vlak.

Daarnaast kan erop worden gewezen dat het toezicht, in vergelijking met de in eerste lezing vastgestelde tekst van ordinantie 11, qua werkwijze en bevoegdheden in aanzienlijke mate is teruggebracht.

Overgangsbepaling

Gedurende de eerste vijf jaar van de verenigde kerk zal, als de Triosynode daartoe besluit, voor plaatselijke gereformeerde kerken een eigen regeling gelden, waarin de nu bestaande rechten in relatie tot het kerkverband onverkort van kracht blijven. Dat maakt het kerkenraden mogelijk ervaring op te doen met de wijze waarop een gereformeerde kerk binnen het geheel van de verenigde kerk kan functioneren, alvorens zij de relatie van de eigen kerk tot de verenigde kerk eventueel menen te moeten heroverwegen.

Vorming van classes

De vorming van verenigde classes zal niet reeds op het moment van de landelijke vereniging verplicht plaatsvinden. Waar dit gewenst wordt, kunnen alle plaatselijke kerken en gemeenten direct samengevoegd worden tot één classis. Als hiertegen bezwaren bestaan, zullen naast elkaar twee classes gevormd worden en zal de vorming van een gezamenlijke classis voor maximaal vijf jaar worden uitgesteld. Waar classicale vergaderingen wel samensmelten, is er voorzien in de mogelijkheid van ringverbanden van gemeenten, die zich aan elkaar verbonden weten: onderlinge opbouw en gezamenlijke bezinning kunnen daar gestalte krijgen.

Commissies van bijzondere zorg

Indien gemeenteleden en/of kerkenraadsleden oprecht menen om des gewetens wil niet te kunnen participeren in het leven van de Protestantse Kerk in Nederland, zullen ‘commissies van bijzondere zorg’ een belangrijke rol gaan spelen bij het zoeken naar oplossingen voor gerezen problemen. Deze regeling zal in de eerste vijf jaar voor alle gemeenten in de Protestantse Kerk in Nederland gelden.

Tot zover de punten die wij in het bijzonder onder uw aandacht wilden brengen. De consequentie – en voor velen: de keerzijde – van veel van de bovengenoemde regelingen is, dat er een grote verscheidenheid aan gemeenten zal blijven bestaan. Op zichzelf is dit niet nieuw, want die verscheidenheid bestaat nu ook in de kerken. Op belangrijke punten zullen plaatselijke gemeenten in een goed samenspel tussen kerkenraad en gemeente hun eigen koers kunnen bepalen.

Wij zijn er oprecht van overtuigd, dat de balans van eenheid in verscheidenheid en van vrijheid in verantwoordelijkheid, daar gevonden kan en zal worden waar alle betrokken kerkelijke vergaderingen hun eigen verantwoordelijkheid kennen en nemen. Zij kunnen dit doen in het besef dat uiteindelijk niet wij het zijn die de kerk des Heren bewaren en bouwen.

Met het bovenstaande zijn niet alle vragen beantwoord. Elke gemeente heeft haar specifieke vragen over de situatie na de komende vereniging. Niet alleen de ambtelijke organen, maar ook de gehele bovenplaatselijke dienstenorganisatie (rdc’s en ldc) zullen zich inzetten om in het komend jaar hiervoor oplossingen te vinden en informatie te geven. De kerk(en) gaan nog een weg van meer dan een jaar, voor de uiteindelijke beslissing over de vereniging genomen wordt.

Laten wij deze periode gebruiken voor verdieping van het kerkelijke en geestelijk leven, voor bezinning op het kerk- en gemeente zijn in de huidige en toekomstige Nederlandse samenleving en voor ontmoeting van kerkleden en naburige gemeenten in alle veelkleurigheid en verscheidenheid. Het is daarom voorbarig om reeds nu vergaande conclusies te trekken.

Wij realiseren ons, dat een verenigingsbesluit niet alleen iets is, dat op een moment in een vergadering wordt genomen. Om de individuele leden van de kerk daarbij recht te doen en dit besluit te verankeren in het geheel van ons kerk- en christen zijn, is geestelijke bezinning en inbedding nodig. We vragen u dan ook om met uw leden en met allen die bij uw gemeente betrokken zijn, in gesprek te gaan over de vereniging. Dit kan op allerlei manieren: o.a. ook afhankelijk van de vorm die bij uw gemeente past. Het kan via het kerkblad, via gesprekskringen, meditaties of groepsgesprekken, of bezinning tijdens de catechese. Maar ook - en dit is niet het minste - door voorbeden in de eredienst.

Zegene de Heer der Kerk ons, opdat wij in deze tijd van voorbereiding elkaar mogen vasthouden, respecteren en liefhebben. Wij bidden om eenheid opdat de wereld tot geloof komt in Jezus Christus. Moge onze weg een teken zijn van zijn liefde (Joh. 17: 21-23).

Gode bevolen,

namens de moderamina van de kerken,

Ds. A.W van der Plas, preses generale synode Nederlandse Hervormde Kerk

Ds. J.W. Doff, preses generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland

Ds. I. Fritz, presidente synode van de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden

Dr. B. Plaisier, scriba Samen op Weg-kerken.

 

Bron: website sow-kerken

Ga naar | Dossier Samen op Weg |