Uitgangspunten Comité tot behoud van de Nederlands Hervormde Kerk

1. Het diepe verval van de Nederlandse Hervormde Kerk (hierna: de kerk) in ons vaderland dient ons allereerst tot ootmoed te stemmen. We spreken met alleen de schuld uit die onze kerk heeft aan de afscheidingen en schorsingen in de 19e en 20e eeuw, maar weten ons ook medeschuldig aan de dwalingen die thans in de kerk zelfs in haar regelgeving een plaats krijgen en waar wij in het kader van het Samen op Weg-proces in verhevigde mate mee geconfronteerd worden. Ons ‘nee’ tegen Samen op Weg komt niet voort uit een houding van zelfgenoegzaamheid of uit een geest van ‘ik ben heiliger dan gij’. Met de dichter belijden we:

‘Wij hebben God op ‘t hoogst misdaan
wij zijn van ‘t heilspoor afgegaan
ja, wij en onze vaad’ren tevens’.

2. Dit belijden van schuld doet ons echter des te meer gevoelen dat wij ook in het huidige tijdsgewricht de dure roeping hebben om getrouw te zijn aan Gods Waarheid en alle leringen te verwerpen die daarmee strijden. Wij zijn op grond hiervan overtuigd dat het onze plicht is om te blijven bij de gereformeerde belijdenis van onze Nederlandse Hervormde Kerk. Uit besluitvorming die strekt tot de verwezenlijking van de nieuwe Samen op Weg-kerk blijkt dat deze zich helaas steeds verder afscheidt van het Woord van God, van de gereformeerde grondslag van de Nederlandse Hervormde Kerk en van wat onopgeefbaar is geweest voor de kerk door de eeuwen heen.

3. In dezen is van belang dat de kerkorde van de beoogde Samen op Weg-kerk - zowel de grondleggende (Romeinse) artikelen als de daaruit voortvloeiende ordinanties - nadrukkelijk uitgangspunten en bepalingen bevat die strijdig zijn zowel met het Woord van God als met de belijdenis van onze Kerk. De beoogde Samen op Weg-kerk scheidt zich naar ons inzicht dan ook op wezenlijke punten af van het Woord van God, van de belijdenis der kerk en van dat wat onopgeefbaar is geweest voor de Kerk der eeuwen. Geconstateerd moet worden dat zij dan ook niet langer gezien kan worden als ‘de rechtmatige voortzetting’ van de vaderlandse kerk, hier door Gods hand geplant in de dagen van de Reformatie (Open brief GB, januari 1996).

4. Indien de synode van onze kerk besluit om te fuseren met de GKN en ELK staan we gelet op bovenstaande - op een kruispunt in de geschiedenis van onze kerk. De synode van onze Nederlandse Hervormde Kerk breekt alsdan met haar eigen geschiedenis, belijdenis en identiteit. Er ontstaat een plurale kerk, die zich niet gereformeerd kan noemen naar naam en belijdenis en zich losmaakt van haar eigen wortels. We onderschrijven in dezen de analyse opgesteld door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in zijn open brief van januari 1996, dat ‘de grondslag van de nieuw te vormen kerk de iure en de facto niet langer meer die van de gereformeerde kerk der Reformatie is’.

5. Met betrekking tot de positie van de ambtsdragers, met name de dienaren des Woords, binnen onze kerk moet het volgende worden gezegd. Als ambtsdragers staan we allereerst in dienst van de Koning van de Kerk. Hij riep ons. In het uur van onze ambtsaanvaarding hebben we staande voor Gods aangezicht beloofd ons onvoorwaardelijk te binden aan Zijn Woord dat ‘de volkomen leer der zaligheid bevat’. Ook beloofden we ‘alle leringen te verwerpen die daartegen strijden’ (zie antwoord 2 uit bet klassieke bevestigingsformulier). Bovendien hebben we voordat we in het ambt werden bevestigd onze instemming betuigd met art. X van de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk, inhoudende de belijdenis van onze Kerk, en dat met onze handtekening bekrachtigd (Ord. 7-18-3). Deze positie brengt mee dat we Gode meer gehoorzaam hebben te zijn dan de mensen en dat we ook synodebesluiten hebben te toetsen aan Gods Woord (art. 7 en 32 NGB). Wij kunnen slechts die besluiten naleven en uitvoeren die niet in strijd zijn met Gods Woord. Onze conclusie is dat wij op grond van de verschuldigde gehoorzaamheid aan de Koning van de Kerk de kerkorde met inbegrip van haar ordinanties van de beoogde SoW-kerk niet kunnen aanvaarden.

6. Concreet betekent dit dat wij ons geroepen weten om als de fusie een feit wordt, te blijven onder de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk. Vanwege onze gehoorzaamheid aan de Koning van de Kerk kunnen en wensen wij niet meegenomen te worden naar de beoogde SoW-kerk.

Bron: De Waarheidsvriend, 16 januari 2003

Ga naar | Dossier Samen op Weg |