13 februari 2004 - De Waarheidsvriend

Geloof in de kracht van het Woord

In verband met Samen op Weg wordt veel gesproken over 'de weg' die wij moeten gaan als de eenwording van kerken onverhoopt doorgang vindt. Allerlei motieven en argumenten worden aangevoerd om een keuze te onderbouwen. Want hoewel de bezwaren tegen de nieuwe kerkorde door een grote groep gemeenten en gemeenteleden gedeeld worden, bestaat er verschil in de consequentie die uit deze bezwaren getrokken wordt.

Een deel acht de gebreken in de nieuwe kerkorde zo onoverkomelijk dat zij menen van deze nieuwe kerk geen deel uit te mogen maken. Een ander deel meent dat zij ondanks die bezwaren hun plaats in de PKN niet mogen opgeven. Hoe er over één en ander gediscussieerd wordt, veronderstel ik als bekend. Onze kerkbode biedt een forum waar de verschillende meningen met elkaar in gesprek zijn. Met enige schroom meng ik me voor een moment in dat gesprek. En in zekere zin ook ongaarne. Ik wil geen bijdrage leveren aan de toenemende verwarring die ook leidt tot verdeeldheid binnen onze plaatselijke gemeenten. Ik denk dat er al teveel stuk is gegaan door alle discussie.

Maar ik meen dat over één element voortdurend gezwegen wordt. Wanneer ik de recente artikelen en brochures lees, zoek ik er steeds tevergeefs naar. Dit ene element is, naar mijn bescheiden inzicht, één voor de voornaamste en meest doorslaggevende elementen in de positiekeuze ten aanzien van SOW. Ik wil proberen het onder woorden te brengen.

Allereerst is mij bij de grote reformatoren Luther en Calvijn opgevallen, dat zij het zo lang binnen de muren van de rooms-katholieke kerk hebben uitgehouden. Van Luther weten wij dat hij niet in 1517 al met de roomse kerk heeft gebroken, maar zijn moederkerk heeft willen hervormen naar het Woord - totdat de paus hem in de ban deed. Zo werd niet alleen de mond van Luther gesnoerd, maar ook de mond van het Woord. Hetzelfde kan van Calvijn gezegd worden. In de biografie van Calvijn door dr. W.F. Dankbaar las ik: 'Uit Calvijns opvatting van de kerk volgt, dat niemand de kerk mag verachten, eruit weglopen of door afscheiding een gemeenschap van volmaakte christenen willen stichten. Calvijn denkt katholiek en niet sektarisch. Hij heeft de eenheid der kerk in alle landen naar zijn vermogen nagestreefd. Ook heeft hij nooit met de katholieke kerk willen breken, daarentegen heeft hij haar uit het verval, waarin zij was geraakt, terug willen brengen naar haar oorspronkelijke zuiverheid en gehoorzaamheid aan Christus. Zelfs heeft hij altijd erkend, dat in de rooms-katholieke kerk nog sporen van de ware kerk waren overgebleven, omdat het sacrament van de doop nog in haar bewaard was. Alleen toen de katholieke kerk van zijn dagen niet bereid bleek een hervorming naar het Evangelie te ondergaan, doch volhardde in een valse leer en de hervormers als ketters uitwees en vervolgde, bleef voor Calvijn niet anders over dan scheiding en strijd. Toen heeft hij ergens - in Genève - van de grond af aan het hervormingswerk ter hand genomen om althans daar voor de hele wereld een voorbeeld te stellen, hoe de kerk van Christus zich behoort te vertonen en te gedragen.'

Calvijn bleef binnen de roomse kerk arbeiden totdat het hem verboden werd. Een kerk wordt ook een valse kerk als zij de ware belijders van Christus uitwerpt, zoals zij Luther en Calvijn heeft uitgeworpen. Dan gaat de kerk zich immers daadwerkelijk verzetten tegen het gezag van het Woord Gods. Toen ik dit gelezen had en de feiten op een rij zette, vroeg ik me af: hoe komt het toch dat deze mannen (en er zijn er nog meer te noemen!) in die roomse kerk gebleven zijn? Een kerk die allesbehalve gereformeerd was en is? Een kerk die zelfs niet bijbels was en is? Een kerk met een verwerpelijke belijdenis en een verwerpelijke kerkorde (en wat herkennen wij dat in de PKN!)?

Ik krijg steeds meer de indruk dat deze positie van de reformatoren alles te maken heeft met hun theologie van het Woord. De Reformatie was een beweging van het Woord. De reformatoren hebben de doodzieke kerk van hun dagen willen genezen door de prediking van het volle Woord Gods. Dat Woord hebben zij laten klinken in de parochiekerken en kathedralen, in de abdijen en kloosters. Want zij hadden de kracht van het Woord ontdekt, in hun persoonlijke leven. Zij hadden ervaren hoe de Heilige Geest juist door het Woord leven wekt in personen en kerken. En de Heere heeft hen zegen gegeven: toen het Woord weer openging, begon de Heilige Geest te werken en te vernieuwen. Dat deed Hij onder het volk, maar ook onder de geestelijkheid. Waar de Schriften opengaan, opent de Heere ook dode harten. En zo reformeert de Heere (zo was het geloof van de reformatoren) de vervallen kerk die de gestalte van 'valse kerk' nagenoeg genaderd was.

Zo ontdekken we in de geschiedenis van de reformatie een principe dat aan de basis ligt van het kerkelijke leven. Hetzelfde geschiedt in het Nieuwe Testament waar de Heere door Zijn Woord een gemeente sticht, in stand houdt, uitbreidt en reformeert. De apostelen en evangelisten zijn dienaren van het Woord geweest, en hebben dat Woord uitgedragen in alle gemeenten waar dat mogelijk was, hoe vervallen zij ook waren. En dat Woord heeft gewerkt! En dat kunnen we toch ook zien in onze eigen hervormde geschiedenis. Als ik naar Hervormd Emst kijk, zie ik in 19e eeuw een kwijnende vrijzinnige gemeente. Dankzij forse subsidies uit Den Haag en Epe en de paar centen van de enkele kerkgangers ging ze net niet failliet. Maar toen de stolp van de menselijke rede van het Woord werd afgenomen en de Schriften op de kansel opengingen, begon de gemeente te groeien en te bloeien. De Heere zegent de getrouwe verkondiging van Zijn Woord en Hij zegent een nauw leven bij het Woord, in welke kerk wij ook staan. Hij zegende dat in de Hervormde Kerk, Hij zegende dat in afgescheiden kerken, Hij zegende dat zelfs in de rooms-katholieke kerk in de dagen van Luther en Calvijn.
Dit brengt me tot mijn eigenlijke punt. De indruk wordt hier en daar gewekt dat de PKN en haar kerkorde onaanvaardbaar zijn omdat zij niet gereformeerd zijn. Dan staat of valt een kerk dus met haar gereformeerde karakter. Dan is de belijdenis dus grondleggend en doorslaggevend in het beoordelen van een kerk. Nu, als Luther de roomse kerk naar haar belijdenis had moeten beoordelen om te weten of hij nog in deze kerk kon blijven, had hij in 1517 beter meteen de banden kunnen verbreken. Maar Luther had het Woord nog. En zolang het Woord hem gelaten werd, kon hij niet weg. Mócht hij niet weg! Ik denk dat mede daarom de gereformeerde belijders in 1951 niet weggingen uit de Hervormde Kerk, hoewel zij over de huidige kerkorde ondubbelzinnig het 'onaanvaardbaar' hebben laten horen.

Weet u, ik mis in de hele discussie over SOW (hoewel ik álle bezwaren deel en de hele gang van zaken diep- en dieptriest vind) het geloof in de kracht van het Woord Gods. Wij laten ons bang maken door ordinanties en kerkordes, door synoden en commissies die dikke stapels papier het land insturen. Wij laten ons een kerk uitdrijven door zaken die niet het diepste wezen van de kerk raken. Wij dreigen ons ertoe te laten verleiden dat een ongeestelijk proces de gemeenten en de kerk laat scheuren. Maar is het Woord, het heilige zwaard des Geestes, ons dan al uit handen geslagen? Nee toch?! En wie lacht in zijn duivelse vuistje: de satan. De 'diabolos', de uiteendrijver. Laten we ons in die verzoeking vallen? Waar is het geloof in de kracht van het Woord Gods? Waar is het geloof in de God van het Woord Die wonderen doet dóór dat Woord? Luther zong niet voor niets: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken. En daarom: sola Scriptura!

Zal dat dan ook niet blijken in die verschrikkelijke PKN? Alles wat in haar kerkorde niet naar het Woord is, zal geen dageraad hebben. Het zal als kaf verdwijnen. En de Heere zal toch Zijn zegen schenken aan die gemeente waar Zijn Woord getrouw bediend en nageleefd wordt. En zo reformeert Hij een doodzieke kerk door Zijn Woord.

Maar dat betekent voor ons dan ook, dat wij als dienaren van het Woord het Woord getrouw zullen hebben te bedienen in de gemeente waar de Heere ons riep; dat wij als kerkenraden de gemeente voorgaan in de weg van het Woord; en dat wij als gemeenteleden een leven uit en bij dat Woord nodig hebben. En dat wij ook ons nageslacht de noodzaak voorhouden van het Sola Scriptura voor leer en leven. En als wij dan allen op onze post mogen blijven, zou de Heere dan ook in de toekomst onze doodzieke vaderlandse kerk niet willen en kunnen genezen, zoals in veel Hervormde Gemeenten sinds 1816 al vernieuwend werk heeft plaatsgevonden door het Woord? Zolang wij het Woord hebben (als een genadegeschenk uit de hemel), en met het Woord in de kerk kunnen staan, kunnen wij mijns inziens niet met een beroep op de reformatie de kerk verlaten. Hoe lief en dierbaar me de gereformeerde confessie ook is (als de meest zuivere en heldere vertolking van de Schrift): de Heere bouwt Zijn kerk op Zijn Woord, en niet op een belijdenis.

Waren alle gereformeerde belijders, die in de loop der eeuwen de vaderlandse kerk hebben verlaten, maar gebleven. Waren alle rechte belijders van Christus maar nooit in de roomse ban gedaan. Breuken hebben altijd het herstel van de kerk belemmerd.

Niet dat ik van de nood nu een deugd maak en een positie in de PKN wil idealiseren en romantiseren. Ik zie er verschrikkelijk tegenop om in die kerk een plaats in te nemen. Maar vanuit de theologie van het Woord kan ik (op hoop tegen hoop) geloven dat de Heere deze (in onze ogen verfoeilijke) eenwording van kerken het herstel van Zijn Kerk in ons land zou kunnen en willen bevorderen. Dat heeft niets te maken met getallen en verhoudingen, het heeft niets te maken met een hoge verwachting van ons gereformeerde deel in de kerk. Het heeft maar met één ding te maken: Het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard (Hebr.4:12a). Vragen naar de weg? De weg van het Wóórd!

Ds. A.J. Mensink, Emst

bron: De Waarheidsvriend

Ga naar | Dossier Samen op Weg |