Verklaring van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk in verband met de situatie die ontstaan is na de besluitvorming van 12 december 2003:

Gelet op recente ontwikkelingen overweegt het hoofdbestuur het volgende:

1. De Nederlandse Hervormde Kerk, op 12 december 2003 in Utrecht in ambtelijke vergadering bijeen, heeft besloten tot vereniging met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.
2. De Protestantse Kerk in Nederland is mede de voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk.
3. De nieuwe kerkorde belijdt allereerst in haar kerkelijke verkondiging en dienst gehoorzaam te willen zijn aan de Heilige Schrift.
4. De gereformeerde belijdenisgeschriften gaan volledig en ongeschonden mee in de Protestantse Kerk in Nederland, zodat men in deze kerk voluit gereformeerd kan zijn, ondanks ernstige principiële bezwaren die er tegen de kerkorde zijn in te brengen.
5. Plaatselijke hervormde gemeenten weten zich vanwege een speciaal in het leven geroepen bepaling nochtans gebonden aan de gereformeerde belijdenissen om in overeenstemming met deze belijdenissen hun kerkelijk leven in te richten. De kerk erkent en respecteert dit op plaatselijk, classicaal en synodaal vlak volledig. Van ons wordt niet gevraagd iets te erkennen en te respecteren dat tegen het Woord van God indruist. Juist door de gebondenheid aan het gereformeerd belijden uit te spreken, wijst men alles af wat daarmee onverenigbaar is.
6. Er is volle ruimte voor de bediening van de verzoening, zoals die in de prediking van het Kruis en de Opstanding van Jezus Christus tot uitdrukking komt. Het Woord van God is dus niet gebonden maar vrij en doet ook in de nieuwe situatie al wat God behaagt.
7. Hervormd-gereformeerden hebben voortdurend de weg van kerkscheiding afgewezen vanwege het feit dat de historie ons leert dat de ene scheiding de andere oproept en vanwege het feit dat scheiding zich altijd voltrekt ten koste van hen die men achterlaat, evenals ten koste van zichzelf.
8. Eerder is uitgesproken dat ook bij fusie gereformeerde belijders in de Nederlandse Hervormde Kerk op hun post dienen te blijven binnen de Protestantse Kerk in Nederland, omdat ons houvast ligt in de trouw van Gods verbond.
9. Dat wij samen met heel de kerk op Gods genade zijn aangewezen, omdat ook wij schuld dragen aan het verval en de gebrokenheid van de kerk.


Vandaar dat het hoofdbestuur met nadruk afwijst:

1. Het nemen van (verdere) stappen om buiten de Protestantse Kerk te komen en zich afzonderlijk te hergroeperen in noodevangelisaties, noodclasses of een noodsynode, zoals het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk uitdraagt. Daarmee wordt de kerk opgegeven en prijsgegeven. Dat is voor hervormd-gereformeerden een vreemde weg. Daarmee komen we terecht in een proces van repeterende breuken. Daarmee wordt de zoveelste scheuring in de kerk een feit.
2. Het overgaan tot het vormen van nieuwe kerkelijke structuren, die afscheiding betekenen.
3. De gang naar de burgerlijke rechter, omdat de vrijheid van het Woord Gods en de vrijheid van de dienst aan Hem niet in het geding zijn. Naar onze vaste overtuiging mag én kan deze weg niet worden gegaan met een beroep op de apostel Paulus. In zijn situatie ging het om de vrijheid van de prediking van het Evangelie. Die vrijheid is nu niet in het geding. Het gevaar is levensgroot dat de naam van Christus en van de kerk in diskrediet worden gebracht. Bovendien wordt er enorm veel geld dat gegeven is ten bate van de voortgang van de dienst van het Woord en de ambtelijke zorg, aan het gemeentelijk leven onttrokken.
4. De gedachte dat het blijven binnen de weg van de Kerk ongehoorzaamheid betekent aan de Koning van de Kerk. Binnen het geheel van de Kerk blijven we in de kracht des Heeren met overgave en in gehoorzaamheid de Heere dienen.
5. Het voortdurend oproepen tot kerkelijke ongehoorzaamheid in de huidige situatie en het niet erkennen van het ambtelijk gezag van de ambtelijke vergadering (de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk) overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.


Daarom roept het hoofdbestuur zijn leden én sympathisanten maar ook kerkenraden én gemeenten op:

1. Tot voortdurende voorbede om Gods ontferming over heel de Kerk, zodat niet verwarring, ongeloof en duisternis overheerst maar het God moge behagen de gehele kerk te reformeren, waardoor de voortgang van het Evangelie niet vertraagd, maar juist bevorderd wordt. Gedachtig aan het woord van Jezus "dat het geslacht van de boze niet uitvaart dan door vasten en bidden" moge het rijk van satan worden gebroken en het Rijk van God worden gebouwd.
2. De bitterheid tegenover de kerk af te leggen en te komen tot een wandel en een getuigenis waardig het Evangelie, waarin we elkaar niet verachten, waarin we de weg van de kerk niet aan de boze toeschrijven, waarin we de boze die ons uit elkaar drijft geen ruimte geven, maar zien op Hem Die geen gedaante noch heerlijkheid had, Die de goddeloze rechtvaardigt om niet.
3. Niet met de weg van de Kerk te breken, nu zij zich voortzet binnen de Protestantse Kerk in Nederland, maar met vreze en beven én met volharding haar trouw te zijn. Waar de zuivere bediening van het Evangelie klinkt, heeft Christus Zijn Kerk niet verlaten, daar heeft Hij beloofd aanwezig te willen zijn, en daar mogen en kunnen wij vanwege de trouw van Gods verbond met haar ook niet breken.
4. In haar midden biddend, belijdend en getuigend onze plaats in te nemen ter wille van de voortgang van de bediening van de verzoening, ter wille van onze zorg voor hen die bij de kerk behoren.
5. Zich er rekenschap van te geven dat voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk in haar huidige gestalte buiten de Protestantse Kerk in Nederland kerkjuridisch niet mogelijk zal zijn.
6. Elkaar vast te houden en in aanvechting en spanning elkaar niet af te schrijven, maar de eenheid van de gemeente te bewaren en in liefde en onderlinge zorg te handelen.
7. De Kerk voortdurend te herinneren aan het volle recht van het gereformeerd belijden, het recht van de hervormde gezindheid en haar terug te roepen naar de volle en ongebroken gehoorzaamheid aan haar God en haar Koning.


Namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk,


Ds. G.D. Kamphuis,
voorzitter

Drs. P.J. Vergunst,
algemeen secretaris

Bron: Waarheidsvriend 2 januari 2004

Ga naar | Dossier Samen op Weg |