Deel je geloof met een lied uit je hart.

Vaste rots van mijn behoud,

als de zonde mij benauwt,

laat mij steunen op Uw trouw,

laat mij rusten in Uw schauw,

waar het bloed door U gestort,

mij de bron des levens wordt.

Jezus, niet mijn eigen kracht,

niet het werk door mij volbracht,

niet het offer dat ik breng,

niet de tranen die ik pleng,

schoon ik ganse nachten ween,

kunnen redden, Gij alleen.


Zie, ik breng voor mijn behoud

U geen wierook, mirr' of goud;

moede kom ik, arm en naakt,

tot de God, die zalig maakt,

die de arme kleedt en voedt,

die de zondaar leven doet.

Eenmaal als de stonde slaat,

dat dit lichaam sterven gaat,

als mijn ziel uit d' aardse woon

opklimt tot des rechters troon,

Rots der eeuwen, in Uw schoot

berg mijn ziele voor de dood.

‘Vaste rots van mijn behoud’, een oud lied met een diepe inhoud. Een lied dat ons altijd weer bepaalt bij de grond van het bestaan. Een lied wat de focus legt op Hem en niet op alle werken en offers van ons mensen. Bij het zingen van dit lied gaan onze gedachten uit naar momenten waarin we zondigen en de Heere tekort doen. En elke keer weer mochten en mogen we vastgrijpen aan dat prachtige eerste vers. Waarin heel duidelijk naar voren komt dat als de zonde en ongerechtigheid ons aanklaagt, dat er dan maar één plek is waar de ware rust gevonden kan worden. Namelijk bij de vaste Rots, Die het bloed – als een offerdier – uit zijn lichaam liet stromen. En door Zijn offer en niet door onze eigen kracht mogen wij weten dat alleen Hij ons kan wassen van al onze zonden. Dat alleen in Zijn schaduw de ware rust gevonden wordt voor lichaam en ziel.

 

Nagenoeg iedereen die christelijk is opgevoed, kent dit lied wel. Zo ook wij. Het is bijzonder dat wij de inhoud van dit lied werkelijk hebben mogen leren verstaan toen de Heere ons persoonlijk de waarde van Zijn bloed leerde kennen.

 

Nu wij dit lied vanuit een gelovig perspectief mogen zingen, is de inhoud voor ons levend geworden. Elke keer als wij het zingen of luisteren mogen we de woorden dieper verstaan en ons verwonderen over wat het Hem gekost heeft om die bloedfontein te openen. In het bijzonder bij het Avondmaal wordt dat duidelijk. Dankbaarheid voor de weg die de Heere met ons is gegaan en nog steeds gaat ondanks dat het soms een onzekere weg is, dankbaarheid voor dat offer dat Hij heeft gebracht, dankbaarheid voor de zekerheid dat als eenmaal onze stonde slaat wij in Zijn schoot mogen rusten, dankbaarheid voor de rust die Hij schenkt bij brood en wijn, dankbaarheid voor de liefde die Hij heeft voor zondaren.

 

Ons leven gaat over bergen en door dalen. De ene keer boven op de berg in diepe verbondenheid met de Heere, de andere keer in het dal levend ver bij Hem vandaan. Dit zorgt zowel voor blijdschap als voor verdriet. Juist in de momenten van verdriet om de zonde bepaalt dit lied ons er bij dat God ons heil is. Dat het niet van onze daden en inspanning afhangt. Wij hoeven niet te vrezen, want Christus is het Die ons heil bewerkte. Psalm 146 zingt daar krachtig over: “Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht, Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht.” Deze troost wensen wij u van harte toe!

 

In liefde en verbondenheid, Mariah en Harald Neervoort